Justin Townes Earle

Kids In The Street

8.0
Bjorn Weynants - foto's: Joshua Black Wilkins - 06 juni 2017

Kind zijn van een bekende muzikant is verre van een garantie op succes -- of luistert u nog naar Julian Lennon? -- maar Justin Townes Earle toont nog maar eens dat hij niet alleen een familienaam en een middelste naam is, maar ook een eigen voornaam heeft.

Niet alleen is Justin Townes Earle de zoon van Steve Earle, een van de grondleggers van de alt-countryscene, maar tevens kreeg hij van vaderlief de naam van diens goede vriend -- en peetvader van Justin -- Townes Van Zandt mee. Alsof het noodlot er mee gemoeid was, raakte Justin in zijn jonge jaren net zoals die twee op een doodlopend spoor van verslaving en roekeloos gedrag. Een leven waar hij ondertussen definitief een streep onder getrokken heeft met een huwelijk en nakend vaderschap.

Was Harlem River Blues in 2010 een eerste proeve van zijn kunnen waarmee hij toonde dat hij muzikaal zijn mannetje kan staan naast zijn vader, dan bleef Earle met de tweeklapper Single Mothers en Absent Fathers -- veelzeggende titels, dat wel -- toch een beetje ter plaatse trappelen. Iets waarvoor hij nu met Kids In The Street, zijn meest eclectische album tot op heden, revanche neemt. Een album waarmee hij niet alleen qua sfeer tussen verschillende decennia heen en weer slingert, maar waarmee hij evengoed als een volleerd evenwichtskunstenaar tussen verschillende genres balanceert. Zelf noemde hij overigens Paul Simons Graceland de grote inspiratiebron voor dit album. Voor de eerste maal deed Earle een beroep op een externe producer, de vooral van zijn werk met Bright Eyes bekende Mike Mogis.

Opener “Champagne Corolla” is een lekker gammele retrorocker, waarin Earle in plaats van de archetypische ‘69 Chevy of een andere coole Amerikaanse bak een Toyota Corolla bezingt, zowat de meest kleurloze en ordinaire auto ooit gemaakt. “What’s She’s Crying For” is dan weer een uit de kluiten gewassen treurwilg, het soort terneergeslagen country dat als gegoten past bij het laatste rondje voor de overgebleven tooghangers in een bar waar de tijd is blijven stilstaan. In dezelfde sfeer hangt “Faded Valentine” waarin een croonende Earle de vergeelde liefde bezingt.

Een van de hoogtepunten van het album is “15-25” dat zich ergens tussen cajun en swingende New Orleans boogie ophoudt. Tekstueel handelt het over de periode in zijn leven als tiener en jonge twintiger waar hij van het rechte pad afgeweken was. Minstens even goed is het folky titelnummer waar de subtiele pedal steel voor een ongedwongen nostalgische sfeer zorgt (“I smile when I think of yesterday”). Maar met evenveel natuurlijke panache gaat Earle de rockabilly toer op (“Short Hair Woman”), speelt hij met een jazzy sfeertje (“What’s Going Wrong”) of brengt hij een nummer dat rechtstreeks afkomstig lijkt uit de Sun-studio’s (“Trouble Is”). In “Same Old Stagolee” zet Earle de bijna gelijknamige traditional over naar het hier en nu -- met verwijzingen naar bendegeweld in Nashville -- in een nummer dat muzikaal nauw aansluit bij de folkblues van Mississippi John Hurt.

Met Kids In The Street levert Justin Townes Earle niet alleen zijn meest diverse album tot op heden af, maar meer dan waarschijnlijk ook zijn beste. Het is de plaat geworden waarop Earle al zijn invloeden weet samen te voegen en er zijn eigen draai aan te geven. Papa Steve brengt volgende maand ook een nieuw album uit. Hij zal zijn tenen moeten uitkuisen om zoonlief te overtreffen.

E-mailadres Afdrukken