Banner

Colter Wall

Colter Wall

7.5
Bjorn Weynants - 17 mei 2017

Net zoals Tom Waits ten tijde van zijn debuut klonk alsof hij al vele jaren zwaar geleefd had, is de 21-jarige Colter Wall gezegend met een uniek stemgeluid dat je niet meteen verwacht bij iemand van zijn leeftijd. Op zijn debuut toont hij meteen dat hij een naam is om rekening mee te houden in de rootsmuziek.

De uit de Canadese provincie Saskatchewan afkomstige Colter Wall kwam voor de eerste maal op de voorgrond toen Nick Cave en Warren Ellis “Sleeping On The Blacktop” -- een nummer van zijn debuut EP Imaginary Appalachia -- selecteerden voor hun soundtrack bij de film Hell Or High Water. Voor zijn eerste langspeler nam Wall als producer niemand minder dan Dave Cobb onder de arm. Cobb is de meest gegeerde knopjesdraaier in de countryscene geworden sinds zijn succesvol werk met Chris Stapleton, Sturgill Simpson en Jason Isbell. Al heeft de laatste muzikaal gezien niet echt veel met country vandoen. Ook van Colter Wall kan je zeggen dat hij minstens evenveel folk brengt als country.

De muziek op dit titelloze album klinkt tijdloos en sober. De opvallende stem van Wall eist meteen de aandacht op, de spaarzame begeleiding van gitaar en hier en daar wat subtiele pedal steel stellen zich helemaal ten dienste van de song. Het is muziek die evengoed van een paar decennia geleden had kunnen dateren met invloeden die zich uitstrekken van Woody Guthrie over Waylon Jennings tot Townes Van Zandt. Colter Wall mag dan wel afkomstig zijn uit de oneindige vlakten van de Canadese prairies, door zijn muziek schuurt het zand van het zuiden van de Verenigde Staten.

Want laat het duidelijk zijn, voor zijn eerste langspeler heeft Colter Wall een uitstekende selectie songs bij elkaar gehaald. In de sterke openingssong “Thirteen Silver Dollars” vertelt hij het verhaal van een aanvaring die hij had met de arm der wet in zijn geboortestad Swift Current. In “Codeine Dream” staat de sombere tekst (“Many a dark hour / I look up to the sky / Many unkind thoughts are laid / On my hazy eyes”) in schril contrast met de welhaast pastoraal muzikale inkleding. De geest van Waylon Jennings zwerft door “Me And Big Dave”, een nummer dat net zoals het klassieke werk van de outlaw-countrylegende meesterlijk balanceert op de dunne koord tussen ingetogen authenticiteit en stroperige muzak.

De murder ballad mag dan wel een van de clichés in de countrymuziek zijn, Colter Wall toont met het prachtige “Kate McCannon“ dat hij ook daarvan iets kan maken dat nieuw klinkt, maar tegelijk ook alsof het al een eeuwigheid in de folktraditie overgeleverd wordt. Het begint kaal en vol ingetogen spanning om langzaamaan op te bouwen naar de fatale daad. Nog zo’n verhaal uit een lang vervlogen tijdperk is “Bald Butte” over een outlaw op de vlucht tijdens de Amerikaanse burgeroorlog (“They said they left the US nation / On the day that Richmond fell”). Het is vooral in deze verhalende songs dat Wall een maturiteit toont die maakt dat dit een debuutalbum is dat ver boven de middenmoot uitsteekt.

Tweemaal betoont hij eer aan Townes Van Zandt, een van zijn grote voorbeelden en inspiratiebronnen. Diens “Snake Mountain Blues” krijgt hier een prima coverversie mee en “Fraulein” – van Lawton Williams maar eerder ook al gecoverd door Van Zandt – wordt hier gebracht in duet met Tyler Childers. De enige smet op dit debuut is de spielerei “W.B’s Talking”, een gesproken stuk waarin met een stevig zuiders accent een radioprogramma wordt geïmiteerd waarin de presentator het heeft over het debuut van een zekere Colter Wall. Meta-spoken word, of zoiets. Na een paar pinten op café leek dat misschien een leuk idee, maar vanaf de tweede luisterbeurt blijkt het eigenlijk vooral irritant te zijn.

Op dat schoonheidsfoutje na blijkt Colter Wall eigenlijk voor alles een sterk album te zijn waarop folk en country op knappe wijze met elkaar verzoend worden en waarin Wall ondanks zijn jonge leeftijd al een heel volwassen album weet af te leveren. Iemand om in het oog te houden.

E-mailadres Afdrukken