feedtime

Gas

6.0
Guy Peters - 17 mei 2017

Lomp, lomper, feedtime. Een van de ultieme no nonsense-bands is terug en de trommelvliezen zullen het geweten hebben. Meer dan twintig jaar na zijn vorige album laat een van de verborgen geheimen van de Australische rock-‘n-roll nog eens van zich horen met een ouderwets boertige knaller van een plaat.

De vier platen die feedtime (al meer dan dertig jaar met kleine ‘f’) bij elkaar speelde tussen 1985 en 1989 vormen samen een van de coolste hoofdstukken uit de indie rock. De band liet zich duidelijk inspireren door recht voor de raapse punk en garagerock, maar voorzag die van een zompige saus die alleen maar van down under kon komen. Boertig beukende riffs en blaffende zang werden eindeloos herhaald, tot het ging lijken op een song. Of zo leek het althans, want zeker op de titelloze debuutplaat stond alles in het teken van die onwaarschijnlijk brute sound. Het was grunge voor daar sprake van was, monotoon gedaver in een traditie van Australische rammelrock door venten met couperose van ‘t zuipen. Zie ook AC/DC, Rose Tattoo, Cosmic Psychos, Hard-Ons.

Maar feedtime deed ook altijd z’n eigen ding, met die bluesy combinatie van klodderende bas, hakkende drums en de cirkelzaaggitaar met venijnige slide. In combinatie met half gebralde verwensingen was het muziek met echte Mad Max-allure, stinkend naar diesel, motorolie, zweet en verschaald bier. Muziek van en voor tooghangers die brallend halve liters achterover kappen, ’s morgens wakker worden in de goot en vervolgens na een kangoeroemop of twee opnieuw beginnen zuipen en wat songs bij elkaar flappen. Of zoals ze het stellen in “Skilled Enuf”: “Skilled enough to play one note / skilled enough to play one chord / skilled enough to play one song.”

In 1996 volgde even een korte heropleving met Billy, en nu is er dus Gas van de originele line-up, die terugkeert naar die debuutplaat, maar dan met dertig jaar ervaring erbij. Dat leidt alleszins niet tot een verfijning van tactiek of een meer bedachtzame aanpak. Integendeel. Gas klinkt zo mogelijk nog ranziger en korstiger dan de vijf voorgangers. De 14 songs die erdoor gesjast worden in 36 minuten klinken alsof ze in een luie, hete namiddag in elkaar gekletst werden met een paar micro’s en versterkers op 10. Vanaf “Any Good Thing” is het de beuk erin en vlammen tegen een ontiegelijk volume, doorgaans op een verlammend midtempo, met onverstaanbaar gegrom en gebazel en gescheur.

Het is muziek voor bulldozerritjes, om schapen op af te knallen, schuurtjes omver te rijden. Repetitief en primitief. Nu en dan met een extra gierende slide (“Thought”, “Keep Goin”), elders met een extra versnelling (“Sister”, “Highway Cruisin”) of een verloren gelopen harmonica (“You Don’t Mind”). Hier en daar tot aan de enkels in de blues, en dan benoemen ze dat ook gewoon (“Hopeful Blues”), en voor de rest eigenlijk voortdurend met een zwalpende monotonie die voortdurend flirt met chaos en bot geweld. Het is een sound die nog altijd garant staat voor een bloederige vuist op je muil, al is dat meteen ook de grote zwakte van Gas: het is een en al sound, met veertien songs die klinken als variaties op dezelfde dendertrein. Maar soms volstaat dat.

E-mailadres Afdrukken
Tags: feedtime