At The Drive In

In•ter a•li•a

4.5
Hans Rombaut - 16 mei 2017

Wat voorloper “Governed By Contagions” deed vrezen, is waarheid geworden: de nieuwe At The Drive In betekent het failliet van wat ooit een unieke cultband was.

Wil dat dan zeggen dat Omar Rodriguez-Lopez geen holderdebolder-riffs meer aaneen weet te breien? Of dat Cedric Bixler-Zavala’s stem het krijsen en blaffen niet meer aankan? Schort er iets aan de ritmesectie? Laat het gemis van Jim Ward zich voelen? Daar heeft het allemaal weinig mee te maken. Muzikaal-technisch gezien doet deze reïncarnatie van At The Drive In wat ervan verwacht zou kunnen worden. Maar hoe mooi het ook klonk toen Bixler-Zavala aankondigde dat ze alles wat ze geleerd hadden tijdens de jaren apart, zouden negeren en op zoek zouden gaan naar hun gezamenlijke core, blijkt net dát het tweedelige probleem te zijn: In•ter a•li•a brengt geen creatieve evolutie en de band lijkt daarmee zijn bestaansreden te zijn verloren.

Het enige (relatief) goede nieuws is dat de twee laatste nummers best oké zijn en (misschien) nog een sprankeltje hoop voor de toekomst bieden. “Ghost-Tape No. 9” werkt als een guerrillastrijder: sluipend, geduldig en tactisch een stapje voor. “Hostage Stamps” is daarvan de tegenhanger: complete fuckin’ blitzkrieg, pure overrompeling. Samen fungeren ze als een tweespalt die zich enigszins kan meten met het superieure doorbraakalbum Relationship Of Command. Al wat eraan vooraf gaat, zijn ongeïnspireerde verwijzingen naar nummers op diezelfde klassieker. Eerste single “Governed By Contagions” steelt van “Cosmonaut” en “Continuum” is een lightversie van “Pattern Against User”, ontdaan van alle finesses die dit laatste nummer had. “Incurably Innocent” -- what’s in a title? -- probeert dan weer aansluiting te vinden bij “Mannequin Republic”. En zo kunnen we ons doorheen de speelduur van In•ter a•li•a niet van de indruk ontdoen dat er angstvallig gegist wordt naar wat de fans willen horen. Voor een band die compromisloosheid in zijn DNA draagt/droeg, is dat een onvergeeflijke flater die vele fans verder van zich zal vervreemden dan dat cashing in op oude successen ooit zou kunnen.

Want kan je ultiem buiten beschouwing laten dat At The Drive In, en zijn individuele bandleden, vroeger zo onverzettelijk tegendraads waren? Aan het begin van de jaren nul, toen seksistische rednecks als Fred Durst en zichzelf verheerlijkende pseudorappers als Nelly de norm bepaalden, lieten zij een fundamenteel ander gezicht zien. Ze trokken van leer tegen machismo, maakten intellectualisme en bedachtzaamheid cool bij een generatie die opgegroeid was met “he-says-she-says-bullshit”. Ze droegen authenticiteit, werkethiek en onophoudelijk toeren hoger in het vaandel dan commercieel succes, zelfs in die mate dat er al eens tersluiks aan Black Flag werd teruggedacht. En ook de bands die rezen uit de as van At The Drive In weigerden te pleasen: Jim Wards Sparta deed koppig voort met een blend van emo en posthardcore en wat gezegd van The Mars Volta, de eigenzinnige prog-mastodont van Rodriguez-Lopez en Bixler-Zavala? Ook later, met Bosnian Rainbows en Antemasque, werd nooit enige creatieve toegift gedaan, nooit gezinspeeld op financieel gewin of populariteit. Eerlijk, moet van déze mannen zo’n hijgerige, navelstaarderige comebackplaat als In•ter a•li•a verdragen worden?

Het geeft ziedend hard te kennen dat niemand in de band zich nog herinnert wat de core van At The Drive In was. Het heeft immers niks te maken met de sound en drive van Relationship Of Command, hoe grensverleggend en tijdloos dat album ook is. Het bestaat erin dat deze band tegen schenen durfde schoppen, door bijvoorbeeld na drie nummers het podium af te stappen als protest tegen de moshende massa op Big Day Out en de stekker er finaal uit te trekken op de vooravond van hun internationale doorbraak. “There’s no wolf like the present,” gaat het openingsnummer van In•ter a•li•a, maar au contraire: in vergelijking met zijn jongere zelf is het huidige At The Drive een lammetje met knikkende knieën.

E-mailadres Afdrukken