Banner

Spinvis

Trein Vuur Dageraad

9.0
Philippe Nuyts  - 03 mei 2017

Ergens “tussen liefde aan de linkerkant en rechts de eeuwigheid”: daar situeert zich Spinvis’ vierde plaat. Trein Vuur Dageraad is zonder twijfel z’n mooiste tot nu toe.

Dat hij er altijd z’n tijd voor neemt, Erik de Jong. In die mate deze keer dat de plaat te laat klaar was en de trein van de lang op voorhand vastgelegde tournee al vertrokken. Het gaat om schaven, schrapen en schrappen bij de Jong. In de nasleep van Tot Ziens, Justine Keller is het resultaat steeds verfijnder: de muzikale poëzie van Spinvis klinkt melodieuzer dan ooit, alsof hij steeds verder graaft in de songs om dan op een ondergrondse laag schoonheid te botsen.

Trein Vuur Dageraad is een even ontroerende als bedachtzame verzameling verhaaltjes die de Jong meer dan ooit met hoofd én hart vertelt. Er hangt een sluier van kwetsbaarheid over deze plaat. Dat komt door de personages die de Jong opvoert, die verbonden lijken door hun worsteling met de tijd, met de tijdelijkheid van alles – en van iedereen. Ze twijfelen, stellen veel vragen maar verwachten geen antwoord, mijmeren over “Wat Blijft”, blikken terug of lopen rond in het leven als in een labyrint waarin er geen juiste weg lijkt te zijn. En de tijd is geen bondgenoot.

Er zijn de twee mensen in “Artis” die elke zeven jaar met elkaar afspreken in de gelijknamige dierentuin om dan te horen hoe het met elkaar gaat, want “in Artis zijn dingen nooit voorbij”. Er is het noodlottige verhaal van “Stefaan en Lisette”, waarin de Jong met enkele rake zinnen hun leven schetst aan de hand van kleine anekdotes. Het mondt uit in een pakkend kortverhaal. Iemand wacht op een bank op het “Dageraadplein” op iemand anders, “tot ministers weer vlinders zijn”. In “De Kleine Symfonie” bezweert dan weer iemand: “Een mens is altijd alleen / Het maakt je eenzaam en vrij”.

Die rode draad ligt er niet vingerdik op, maar de bedenking die de Jong maakte dat hij met z’n 56 jaar meer jaren achter dan voor zich heeft liggen, laat z’n sporen na op Trein Vuur Dageraad. Hetzelfde gaat op voor de titel: op het eerste gezicht zijn het drie lukraak gekozen woorden, maar voor de Jong vatten ze een aangenaam levensgevoel samen: de “Trein” is met het steeds veranderende landschap dat voorbijraast haast een metafoor voor het leven. “Vuur” slaat op passie, waar alles vandaan komt. En de “Dageraad” staat voor hoop. Zo klinkt de plaat uiteindelijk ook: het is een album over én ook vóór het leven geworden, ze kabbelt en klatert tussen de oevers van hoop en berusting, en de drang naar ongedwongen schoonheid druipt ervan af.

Want wat een juweeltjes van arrangementen. Strijkers duiken op de juiste momenten op, maar murwen zich nooit te hard naar de voorgrond. In die optiek: is het titelnummer “Trein Vuur Dageraad” niet gewoonweg het mooiste nummer dat Spinvis ooit geschreven heeft? Nooit zong hij beter, nooit zocht hij zo de weidsheid op met een gracieuze opbouw die dit nummer de status van klassieker in ons taalgebied zou moeten bezorgen. Van hetzelfde laken een maatpak is het kwetsbare “Tienduizend Zwaluwen”, waarin De Jong tussen zinnen en strijkers ruimte genoeg laat voor een eigen interpretatie. Het blijft z’n handelsmerk.

Zulke arrangementen staan altijd ten dienste van de nummers. De Jong beheerst de kunst van de dosering, en volgt daarin de laatste jaren meer z’n buikgevoel dan z’n hoofd, zoals ten tijde van de eerste twee platen. Geen Spielerei en ontregelende klanken, bochten of structuren. Het bloedmooie “Alles Is” bouwt zeer ingehouden op, zodat de broosheid onaangetast blijft. “Wat Blijft” is een akoestisch miniatuurtje, “Dageraadplein” gaat even handje schudden met de folk. “Van De Bruid En De Zee” krijgt dan weer een vintage jaren 80 synth mee, alsof de tijd toch is blijven stilstaan de afgelopen dertig jaar. Wat een elegante plaat. Dit is een songsmid die een ambacht beoefent.

Om de Jong zelf te citeren, met mee van de mooiste zinnen van op de plaat: “Het zingt in de straten / Het hangt in cafés / Het woont in je wonden / Je herkent het meteen / Het heeft de ogen van vroeger / En de stem van een lied / Het heeft de vorm van verlangen / En de smaak van verdriet”. Het zou over Trein Vuur Dageraad kunnen gaan. Moeten gaan. Want ontroerender wordt het niet in onze taal, mensen.

E-mailadres Afdrukken