Stinking Lizaveta

Journey To The Underworld

7.0
Guy Peters - 20 april 2017

Met een levensduur van 22 jaar, een intussen kloeke discografie (acht albums en een paar singles) en een sound en stijl die er staan als een huis, heeft Stinking Lizaveta alles in huis om een breed gerespecteerde (cult)band te zijn. Toch lijkt dat in deze contreien niet het geval, want de band treedt slechts sporadisch op en lijkt zelfs voor heel wat muziekfanaten een nobele onbekende. De kans dat daar met Journey To The Underworld verandering in komt, lijkt eerder klein, maar het album is niettemin een prima toevoeging aan een miskend oeuvre.

Dat het trio koppig z’n eigen koers blijft varen, intussen al aan z’n vijfde label toe is, en niet echt als een stel jonkies beschouwd kan worden, zal zeker meespelen in die eerder marginale positie. Nochtans hebben ze genoeg troeven in huis om breeddenkende muziekfanaten aan te spreken, niet in het minst door het verder uitdiepen van een sound die nog het best te omschrijven valt als een spreidstand tussen Black Sabbath en Black Flag. Van de eerste band heeft Stinking Lizaveta de metal-tics en het flirten met doom, van die tweede een hoekige, met dwarse jazz rotzooiende punksound en een gitaarstijl die hier en daar herinnert aan die van Greg Ginn.

Maar er is meer, want Yanni Papadopoulos soleert een stuk gedisciplineerder dan Ginn, en je zou het bovendien net zo goed kunnen hebben over een paar andere bands die in de jaren tachtig het mooie weer maakten op het SST-label, zoals Bl’ast of Saccharine Trust. Het eerste album haalt meteen uit met een fraai reeksje no nonsense songs, met de metalige galop van “Witches And Pigs” voorop. De elektrische contrabas van Alexi Papadopoulous vormt een hecht vloeiende tandem met het efficiënte drumwerk van Cheshire Agusta, al blijft het gitaarspel – gortdroog en virtuoos tegelijk – de kers op de taart.

“Chorus Of Shades” is nog zo’n mooie: metalarpeggio’s in een jazzframe, met knappe hoekige wendingen en een soleerstijl die het midden houdt tussen Greg Ginn en Buckethead. “Sharp Stick In The Eye” en “Six Fangs” zoeken heil in een zone die het midden houdt tussen punk, prog en stonerrock, terwijl namen als Voivod, Adrian Belew en Zappa door je hoofd schieten. Het is pas vanaf de centrale track dat de band het geweer van schouder verandert, waarmee de indruk gewekt wordt dat Journey bestaat uit twee verschillende, maar complementaire ep’s.

Vanaf daar worden de vetvrije, gejaagde songs vervangen door langere, tragere en meer schizofrene songs. Zo klinkt “Blood, Milk And Honey” als een combinatie van The Melvins en Judas Priest, met gelaagd gitaarwerk, dat overslaat in een akoestische passage om bij gladdere, weldadige progsecties à la Yes te arriveren en uiteindelijk, via een omweg, weer terug bij de pompende startriff te belanden. Ook het titelnummer vertrekt vanuit die onheilspellende oorden, met een soepele jazzy inslag, om uiteindelijk uit te monden in een bombastische finale. Het zet de toon voor de laatste drie nummers (waarvan het laatste nog aanvoelt als een coda), die een kortstondige versnelling buiten beschouwing gelaten op een trager, soms wat psychedelisch spoor blijven hangen.

Er valt op Journey To The Underworld heel wat te rapen voor liefhebbers van muziek die behendig de kantjes eraf loopt, al kan je je niet van de indruk ontdoen dat het album niet helemaal het niveau van Scream Of The Iron Iconoclast (2007) of Sacrifice And Bliss (2009) haalt. Dat is iets waar de eigenaardige tweedeling zeker voor iets tussen zit, want het effect is dat de eerste albumhelft misschien iets te veel uit hetzelfde vaatje tapt, en de tweede het tempo en de spanning uit het oog verliest. Een iets meer doordachte structuur had deze prima plaat dus wat meer punch en variatie kunnen geven, maar na vijf jaar stilte gaan we deze kelk niet aan ons voorbij laten gaan. Elke nieuwe Stinking Lizaveta wordt hier nog altijd met Limburgs enthousiasme onthaald. VLAAI!

E-mailadres Afdrukken