Bob Dylan

Triplicate

5.0
Joris Vanden Broeck - 13 april 2017

Werd bijna een jaar geleden nog de hoop gekoesterd dat Bob Dylan van wat gemakkelijkheidshalve zijn Sinatra-albums genoemd kunnen worden een trilogie zou maken, dan wordt vandaag gepleit voor gematigdheid. Dylan brengt namelijk niet alleen Sinatra-plaat nummer drie uit, hij plakt er in een moeite door nummers vier en vijf aan vast, en dat was nu ook weer niet de bedoeling. Krijgt een mens meer dan hij wil, is het weer niet goed.

Met Shadows in the Night zorgde Dylan goed twee jaar geleden voor een verrassing van formaat. Een van de grote vernieuwers uit de recente muziekgeschiedenis greep terug naar wat in zwang was voor hijzelf zijn opwachting maakte. De nummers op de plaat, afkomstig uit wat het Great American Songbook genoemd wordt, droegen een fascinerend nachtelijke, melancholieke kwaliteit in zich. Hetzelfde was terug te vinden op Fallen Angels, zeg maar de sequel, die afgelopen jaar uitgebracht werd.

Ondertussen is Dylan duidelijk op dreef geraakt en lijkt hij flink op weg het hele Songbook in te blikken: met Triplicate worden drie nieuwe afleveringen aan Dylans crooner-hoofdstuk toegevoegd. En dat is misschien wat te veel van het goede.

Eerst misschien het goede nieuws: er staat eigenlijk niks op Triplicate dat een mens doet rechtveren om in zeven haasten te zorgen dat het volgende nummer aan de beurt komt. Geen geringe prestatie: wie slaagt erin dertig songs in een klap uit te brengen zonder minstens eenmaal stomvervelend uit de hoek te komen?

Hier en daar valt zelfs een heuse parel te ontwaren. Neem “Stardust”, dat een zwoele lentebries doorheen de donkere winterkilte jaagt en de sfeer van een stijlvolle cocktailparty in de woonkamer doet belanden. “The Best Is Yet to Come” is dan weer speels en frivool, en dropt je recht in een van de latere, lichtvoetige Woody Allens.

Aan de andere kant gaat Triplicate ten onder aan voorspelbaarheid. De plaat werd weliswaar opgevat als drie afzonderlijke albums met elk hun eigen mood, maar het vergt een zeer geoefend oor om dat op te merken. Anderhalf uur lang kabbelen de songs voorbij, zonder je ooit écht bij het nekvel te grijpen, de hoge kwaliteitsstandaard ten spijt. Misschien ligt de fout bij de luisteraar, die heel hoogmoedig denkt zich eens door drie albums in één keer te werken. Of ligt het toch aan de artiest, die dacht drie platen lang de aandacht te kunnen vasthouden?

Wat er ook van zij: waar een jaar geleden het vooruitzicht op deze plaat vast had doen watertanden, blijkt de reactie in realiteit eerder naar schouderophalen te neigen. Meer zelfs, op momenten dat de donkerste gedachten hun opwachting maken, bijvoorbeeld bij het voorbijkomen van “It's Funny to Everyone But Me”, groeit de vrees dat Dylan uitverteld is en hij permanent zijn toevlucht zal nemen tot het herinterpreteren van materiaal uit lang vervlogen tijden. Het is uiteraard niet de eerste keer dat zijn eigen songs op de achtergrond raken, maar met ruim vijftig covers op nauwelijks meer dan twee jaar, is het verzadigingspunt stilaan bereikt.

Bob Dylan komt op 24 april croonen in de Lotto Arena.

E-mailadres Afdrukken