Cameron Avery

Ripe Dreams, Pipe Dreams

8.0
Evert Peirens - 13 april 2017

Doorgaans staat hij met een basgitaar om de nek op een podium ergens achter Kevin “Tame Impala” Parker, maar Cameron Avery is van meerdere markten thuis. Kenners roepen nu luid “Pond!” en ja, dat is hij ook. Zijn solodebuut is evenwel minder evident, want op Ripe Dreams, Pipe Dreams laat Avery de crooner in zich los.

Deze keer dus geen zweverige psych. Avery kiest resoluut voor de esthetiek van de crooners uit de jaren veertig en vijftig: Frank Sinatra en z’n Rat Pack zijn alomtegenwoordig. Naast de muzikale link weet Avery ook de universele aantrekkingskracht van Ol' Blue Eyes te kanaliseren. Zo is “Dance With Me” uiterst zwoel en verleidelijk spul, met Avery in een glansrol als charismatische magneet. In “Watch Me Take It Away” neemt de crooner een afslag richting rock-'n-roll. Het is een song waarin de geest van Elvis zelve rondwaart.

Maar hoewel Avery op het eerste zicht een afgelikte alpha male lijkt, schuilt achter de façade een onzekere Romeo, een macho met een klein hartje. Een voorbeeld? In het luilekkere “Wasted On Fidelity” zingt Avery “You know she's got a busy day/And I'd really like to stay/But I got shows to stop and rolls to rock/I really must be going, babe”: is niet zíj aan het woord, in plaats van hij? En als zij de “Big Town Girl” is, dan moet hij toch wel de small town boy zijn. Het duidelijkst in dat aspect is dan nog “Disposable”: “I'm not the kind you need to keep/My boyish charms are just skin deep”. Het getuigt van een zelfbewuste eerlijkheid die een nauw verwantschap toont met andere hedendaagse crooners als Father John Misty en Jens Lekman.

Muzikaal zit alles ook meer dan snor, of minstens: het hele croonerplaatje klopt. Avery heeft achter zich een ware big band, met blazers en strijkers en alle toepasselijke verfraaiingen van dien. Soms zijn dat bijna filmische fragmenten die de nummers een heel eigen leven inblazen. Zo is elke song de moeite waard, maar een instrumentaal vernieuwende rol is er voor Ripe Dreams, Pipe Dreams niet weggelegd. “Watch Me Take It Away” wijkt nog het meest af van het traditionele croonerpad en dan nog is het maar een minieme zijstap. Willen vernieuwen zou gewoon te hoog gegrepen zijn en Avery zal dat ook wel weten.

Met wat goede wil is het anders wel vlot in te beelden, in zwartwit: Cameron Avery, de tripper in Tame Impala en Pond, strak in het pak op een podium dat alleen hem belicht toont, met ergens in het rokerige schemerduister daarachter een bijna anonieme big band. Het gaat hem goed af. Meer dan een interessante update van de croonertraditie is Ripe Dreams, Pipe Dreams een geslaagde stijloefening.

Cameron Avery speelt op woensdag 19 april in de Botanique in Brussel.

E-mailadres Afdrukken