Grandaddy

Last Place

7.5
Jurgen Boel - 05 april 2017

In simpelere tijden (de late jaren negentig) toen mannen met baarden en houthakkershemdjes nog gewoon slackers heetten en sarcasme nog niet vervangen was door een alles kapotmakende ironie, behoorde Grandaddy nog tot de antihelden van een verloren lopende generatie. Maar ondanks alle succes en appreciatie zag de groep bij gebrek aan financiële middelen zichzelf gedwongen er na vier platen de stekker uit te trekken, met als zwanenzang Just Like The Fambly Cat (2006).

Er zou geen tour meer volgen en dus besloot frontman Jason Lytle maar meteen groots het podium te verlaten door een laatste maal de ultieme Grandaddyplaat te maken, alvorens in zijn solowerk op eenzelfde elan verder te gaan. Niet zo vreemd overigens, aangezien Lytle ook bij Grandaddy instond voor de muziek en zowat alles inspeelde. Maar voor wie vertrouwd was met het Grandaddy-universum, klonken Lytles solopolaten toch net ietsje anders. De verschillen mochten dan wel subtiel zijn, toch kon niemand ontkennen dat Lytle zonder zijn kompanen/bandleden breekbaarder klonk en dat de albums een bepaalde dynamiek ontbeerden die Grandaddy dat extra beetje zuurstof gaf, alsof de som meer was dan de delen. Geen beter bewijs voor die these is overigens de comebackplaat van Grandaddy, want Last Place sluit moeiteloos aan bij de vorige albums, al ligt er dan een dikke elf jaar tussen.

De vooruitgeschoven single annex opener van het nieuwe album, “Way We Won't”, maakt al meteen zoveel duidelijk. De voorzichtige uitbarstingen die gekoppeld worden aan kaduuk klinkende gitaren en Lytle`s zagerige stem, de poging om progrock te spelen zonder de juiste instrumenten of het bijhorende talent (al mag als kanttekening meteen vermeld worden dat Grandaddy wel degelijk rasmuzikanten in de geledingen telt), ... Het hele plaatje klopt en katapulteert iedereen terug naar de begindagen van de band. Ook tweede single “A Lost Machine” staat meteen geboekstaafd als vintage Grandaddy, zij het niet van de rockende soort want als Grandaddy in iets uitblonk, dan was het wel melancholische songs die de wanhoop van machines prachtig wist te evoceren.

Dat Last Place geen pure nostalgietrip zou worden, maakte de laatste vooruitgeschoven single “Evermore” duidelijk. Hoewel de keyboards en de klagerige zang nog steeds primeren, laat de productie een voller geluid horen dan op de vorige albums overheerste. Meer dan met de andere twee singles, werd hiermee duidelijk dat Grandaddy niet in de jaren negentig blijven hangen is. In het licht van die song wordt pas duidelijk hoezeer ook de andere nummers meer dan een loutere nostalgietrip zijn, zoals bijvoorbeeld het bijwijlen breed uitwaaierende “The Boat Is In The Barn” (denk `Grandaddy goes Flaming Lips-kamerbreed`) en het vrolijk rockende “Brush With The Wild”, dat niet alleen een heerlijk zoemend keyboard herbergt maar ook enkele stevige gitaren binnensmokkelt.

Uiteraard kan op dit (terugkeer)album ook Jed niet ontbreken. De robot die op The Sophtware Slump zijn tragische verhaal in twee songs gegoten kreeg (en tot op zekere hoogte ook Lytle verpersoonlijkt), wordt in het korte, droefgeestige “Jed The 4th” treffend geëerd, terwijl met “Check Enjin” Grandaddy voor het eerst ook voluit durft te rocken en het daar verrassend goed van afbrengt. Maar de ware kracht van Grandaddy ligt uiteraard in de manier waarop de groep punk en rock wist te verzoenen met progrock zoals het dat ook laat horen in “That`s What You Get For Getting Outta Bed” en “This Is The Part”, alsook in de manier waarop het ballads naar eigen hand wist te zetten (“Songbird Son”, “That`s What You Get For Getting Outta Bed”).

Toen Grandaddy in 2012 een korte reünietour hield, rees bij Lytle, die dat jaar ook zijn tweede soloalbum had uitgebracht, de twijfel om de draad niet opnieuw op te pikken. Net zoals hij ten tijde van de split-up van Modesto, Californië naar Montana getrokken was, speelde een nieuwe verhuis een belangrijke rol in de totstandkoming van de plaat. In een poging zijn huwelijk te redden, trokken Lytle en zijn vrouw naar Portland, Oregon waar alsnog de scheiding plaatsvond. Dat die scheiding zijn weg zou vinden naar het album lag voor de hand. Ondanks het afstandelijkere taalgebruik is er weinig verbeelding nodig om in de teksten de pijn van de breuk te herkennen. Maar of het nu de breuk, de verhuis of gewoon het feit dat Lytle weer de handen in elkaar geslagen heeft met zijn oude vrienden is, feit blijft dat Grandaddy zichzelf weer op de kaart gezet heeft. Last Place mag bij de eerste luisterbeurten dan wel als vintage Grandaddy klinken, wie echt aandachtig is, hoort wel degelijk een band die nog steeds iets te vertellen heeft, zij het nog steeds met aftands klinkende machines.

E-mailadres Afdrukken