Banner

Meatbodies

Alice

6.5
Guy Peters - foto's: Foto: Ada Rajkovic - 05 april 2017

Dat het gerespecteerde In The Red Records, al jarenlang een huis van vertrouwen voor hongerige verzamelaars, niet zomaar vast te pinnen valt op old school garagerock, is al langer duidelijk. Mocht daar toch nog iemand aan twijfelen, dan is een beluistering van Meatbodies’ uitzinnige tweede geen slecht idee. Als een stelletje uitgehongerde aasgieren storten ze zich op de rock-‘n-rollgeschiedenis, met een bontgekleurd conceptueel zootje als resultaat.

De band is het geesteskind van gitarist-songschrijver Chad Ubovich, die rondhangt tussen verwante figuren als Ty Segall en Mikal Cronin, maar met Meatbodies een heel eigen koers vaart. Was dat op de titelloze debuutplaat uit 2014 een gejaagde fusie van garage, glam en punk tussen The Spits, Ramones en de hedendaagse rammellichting, dan slaat hij met Alice andere wegen in. Daarvoor krijgt hij gezelschap van een paar nieuwe bandleden die er al net zo’n open visie op rock-‘n-roll op nahouden.

De elf songs barsten immers herhaaldelijk uit hun voegen en verwerken niet enkel garagerock, psychedelica, hardrock, Brit Invasion, glamrock en bubblegum, maar ook nog hopen studiofoefelarij. Vocalen verdrinken in effecten, gitaren knetteren plots uit de boxen, straaljagermotoren scheren door de muziek en overstuurde fuzzpedalen dreigen alles te doen ontsporen. De punk werd deze keer wel vervangen door invloeden uit de wortels van de hardrock en metal. Het lijkt soms alsof de klassieke invloeden van eerder worden aangevuld met Blue Cheer, Black Sabbath, Pentagram, vroege Jeff Beck en zelfs Alice Cooper.

Het resultaat: een theatrale kauwgomballenrace vol excessen. Dat betekent: ook met heel wat overtollige restjes en te lang én te ver uitwaaierende songs, zoals dat eind jaren zestig en begin jaren zeventig vaak het geval was. Onder al die effecten en vrijpostigheden zitten vaak wel knappe songs verstopt die een verrassend talent voor melodieën en afwisseling vertonen. Vanaf de onheilspellende instrumental die het album opent met een loden doomriff, krijg je een resem ideeën voorgeschoteld die soms met haken en ogen aan elkaar hangen, maar ook vaak uitblinken in een geinige fusie.

Zo is het moeilijk om in het gretig wentelende “Kings” niet de invloed van de vroege Bowie te horen, en had het titelnummer eigenlijk kunnen passen op een lo-fi antwoord op The White Album. Ubovich, co-gitarist Patrick Nolan, bassist Kevin Boog en gastdrummer Erik Jimenez zetten vervolgens hun reis verder die zich ontpopt tot een lesje School of rock voor vrije geesten. Flarden delirische toetsen, in paarse mist gehulde gitaarsolo’s, lagen effecten en met helium flirtende stemmetjes zoeken heil tussen T-Rex en vroege Deep Purple. Op z’n heel eigen manier is Ubovich al net zo zot als Ariel Pink.

Allemaal wat veel van het goede voor wie het wat proper moet blijven, maar “Scavenger” is eigenlijk belachelijk catchy en met “Count Your Fears” en “Haunted History” zorgen ze voor een paar van de leutigste stoner-tributen sinds die eerste plaat van Witchcraft. Echt serieus kan je het allemaal niet nemen, en tenzij je inspiratie wil opdoen bij de gevolgen van een te hoge lsd-consumptie, blijven de tekstvellen ook best opgeborgen, maar gematigdheid was natuurlijk ook nooit de bedoeling. Een iets strengere bullshitdetector had ongetwijfeld kunnen zorgen voor een kortere en meer consistente plaat, maar daarover zitten zaniken is dus hetzelfde als je zitten afvragen waar die ranzige praat van N-VA vandaan blijft komen. 't Is de aard van het beestje. Te nemen of te laten.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Meatbodies