Banner

Conor Oberst

Salutations

7.0
Matthieu Van Steenkiste - 04 april 2017

Een half jaar na het van God en klein Pierke verlaten Ruminations fluit Conor Oberst een band bij elkaar om die songs nog eens over te doen. Nu met toeters en bellen, en aangevuld met wat extra nummers. Essentiële versies levert dat niet op, wel vakwerk.

Vrolijk werd je niet van de tien songs op Ruminations, de eenzame piano-en-gitaarplaat die Conor Oberst in september uitbracht. Toen we een concertopname zagen waarmee hij de plaat in een volgeladen boekenwinkel voorstelde, sloeg de schrik ons helemaal om het hart. Oberst – herstellend van een hersencyste, de brokken bij elkaar vegend na een valse verkrachtingsbeschuldiging – zag er slecht uit, klonk gebroken en hopeloos alleen.

Als het niet dieper kan, dan moet het wel naar boven, en dus krabbelde Oberst weer recht. Op het podium van de AB, afgelopen januari, zag hij er alweer patenter uit, en vooral: vol levensvreugde. Salutations, de full-band option van Ruminations, is daar nu de bekrachtiging van. Met een wisselende cast topmuzikanten, waaronder The Felice Brothers, Jim Keltner, Jim James, Gillian Welch en M. Ward, werden de tien nummers ingekleurd.

Moest dat? Neen. Ruminations was in zijn spaarzaamheid waarschijnlijk de beste plaat die Oberst de laatste tien jaar in al zijn gedaantes heeft uitgebracht, en deze bandversies weten daar weinig tot bij te dragen. Los van hun superieure demoachtige originelen beschouwd, valt echter weinig af te dingen op het ambacht dat Oberst en zijn gasten hier laten horen. Zo wordt "Mama Borthwick (A Sketch)" smaakvol ingekleurd met achtergrondzang, en een stemmige viool, "Next Of Kin" is ook hier een pakkende mijmering waarin slecht nieuws brengen op een of andere manier naadloos overgaat in een bittere beschouwing over roem. In deze rijke versie, met een weemoedige accordeon, voelt het minder beklemmend aan, bijna mooier.

Soms wordt het wel té bardband. "A Little Uncanny" laat de mondharmonica gieren en de drums en gitaren zetten een ritme in dat zijn beste jaren ergens in de jaren zeventig heeft gehad, en weten die muffe geur het kot niet uit te krijgen, hoe wijd de ramen ook worden opengegooid. "Till. St. Dymphna Kicks Us Out" valt halverwege de plaat dan weer hopeloos verloren, waar het als slotnummer op Ruminations perfect afsloot, als het eerste straaltje daglicht na negen nummers duisternis. Hier staat het slechts twee plaatsen vroeger, maar het zwaartepunt van de plaat moet dan nog volgen.

Er is ondertussen ook nieuw, of toch aanvullend, materiaal dat moet gespeeld worden, met het voordeel dat er geen origineel is om mee te vergelijken. Dat valt erg goed mee voor "Anytime Soon", dat deugd heeft van een refrein dat smeekt om opgestoken vuisten. "Empty Hotel By The Sea" heeft de gitaar van Oberst-de-folkheld, maar sleurt die het popgeluid van vorige plaat Upside Down Mountain in. "Rain Follows The Plow" is dan weer een mooi walsje, dat in het aangezicht van seks, drugs en rock-'n-roll toch maar eens het belangrijkste oplijst: liefde.

En zo leggen die puike nieuwe nummers de achillespees van deze plaat nogmaals bloot: van de helft van deze nummers hebben we de betere versie al een half jaar in huis. Het was interessanter geweest als Oberst Salutations echt als een pendant had gezien van Ruminations en enkel de nieuwe nummers met band had gebracht. De andere zouden we dan in de bijbehorende tour wel eens horen; dat had volstaan. Nu het niet zo is, geldt enkel dit koopadvies: voor de verzamelaars.

E-mailadres Afdrukken