Pieter-Jan Van Campenhout

Tragic Magic Man

9.0
Matthieu Van Steenkiste - 06 maart 2017

Sommige verhalen zijn te mooi om niet te vertellen. Als tragiek en talent elkaar vinden, blijft het stof der legenden aan de vinger kleven. Tragic Magic Man, de postume debuutplaat van Pieter-Jan Van Campenhout, komt met zo’n mythe, en is er elke letter van waard.

Het is niets om vrolijk van te worden, hoe een getalenteerde jongen als Pieter-Jan Van Campenhout alles wat hij muzikaal aanraakte Midasgewijs in goud veranderde, maar toch nooit tevreden was. Perfectionisme is een kanker die woest tekeergaat, zeker als een horde demonen in je binnenste sowieso al de sirtaki dansen. De jonge Antwerpse muzikant wist er alles van, zelfs al schopte hij het tot in Londen, waar hij bij postpunkcombo The Detachments aan de slag ging. Vijf jaar volgde hij daar de opleiding geluidstechniek, waarna hij opnieuw in Antwerpen belandde. Muziek werd geschreven, maar niet uitgebracht wegens "niet goed genoeg". En daar kon geen lof tegen op. Van Campenhout vocht een zoveelste robbertje met de spoken in zijn hoofd, en verloor uiteindelijk definitief in 2014.

Tragisch is het zo al, magisch is dat onder impuls van zijn vrienden dat eeuwig uitgestelde debuut er nu toch is. Postuum, en dus altijd met een bittere nasmaak in de mond. Want een talent van dit kaliber had zichzelf nooit op 28-jarige leeftijd als afgerond mogen beschouwen. Wat FONS Records op vier plaatkanten verzamelde, laat ongepolijste glimpen van genialiteit horen, muzikantschap dat meer verdiende, maar het zichzelf ook had moeten gunnen.

Deed Pieter-Jan Van Campenhout iets vernieuwends? Neen. Tragic Magic Man bundelt een doorsnede van de nummers die hij in de jaren voor zijn dood onder verschillende pseudoniemen opnam en laat iemand horen die de muziekgeschiedenis heeft bestudeerd en achterwaarts kan naspelen in zijn eigen taal. Je kunt bij "I Hate Goodbyes" niet anders dan aan T-Rex denken, elders gloort in "Signs Of Cuckoo Times" een punkachtige gloed aan de horizon of ontwaren we in "Scorpions In My Head" een regelrechte Keef-riff. De pure trippelpop van het heerlijke "Chantonnay" is dan weer moderner en herinnert aan het melancholische van Real Estate.

Het knapst was Van Campenhout echter wanneer hij die andere Tragic Magic Man aanraakte. Met niet meer dan een akoestische gitaar en een stem die het fluisteren nader staat dan het schreeuwen, wordt het net zo delicaat als bij Elliott Smith. Het voorzichtig gepluckte "Lovely Times", bijvoorbeeld, dat de songsmid langzaam laat overwoekeren met stemmenloopjes en bij het mooiste hoort dat het laatste decennium binnen deze landsgrenzen is gemaakt. Of "Mean Dreams", een lijzige mijmering die met zijn demokwaliteit aan kale jongenskamers doet denken. De harde, droge klik waarmee de taperecorder wordt afgezet maakt Van Campenhout plots opnieuw een beetje aanwezig.

Het warm water had Van Campenhout dan misschien niet uitgevonden, hij wist wel op exact hoeveel graden het perfect op temperatuur geserveerd moet worden. Verdeeld over twee platen –Don Christoban en Cervantez — krijgen we zesentwintig tracks die laten horen hoe hij de edele kunst van het songschrijven als geen ander onder de knie had. De schaarse instrumentale nummers tonen dan weer een begenadigd muzikant, die ook zonder woorden sterk materiaal wist af te leveren.

Het is mooi en toch zijn sommige verhalen gewoon zonde. Pieter-Jan Van Campenhout – ondertussen al lang vertrouwd "PJ" voor ons geworden — had zijn eigen debuut moeten afwerken. En vervolgens doorstomen. Het lot, die wrede meesteres, heeft er anders over beslist. Tragic Magic Man is het mooist mogelijke grafschrift.

E-mailadres Afdrukken
 
Pieter-Jan Van Campenhout