Banner

Niels Van Heertum

JK’s Kamer +50.92509° +03.84800

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 02 maart 2017

Op een paar jaar tijd heeft Niels Van Heertum zich zo’n beetje incontournable gemaakt. Binnen de geïmproviseerde muziek, maar ook daarbuiten. Kwatongen zouden kunnen beweren dat hij als euphoniumspeler ook niet al te veel concurrentie heeft, maar anderzijds moeten we maar in onze archieven duiken om vast te stellen dat we deze eerste soloplaat eigenlijk hadden kunnen zien aankomen. Van Heertum manoeuvreert zich meteen naar de frontlinie van de Belgische improvisatoren.

Aanvankelijk werd de muzikant vooral geassocieerd met Ifa y Xango, de jonge bende die hij mee oprichtte en die in 2012 van de partij was op Gent Jazz en indruk maakte met twee opvallende albums. Achteraf bekeken leek het voor meerdere leden de start van een waterval aan projecten en/of releases. De euphoniumspeler maakte even deel uit van Bolhaerd, zat in Keenroh XL en Mount Meru, dook op in Nest, bij Book of Air: vvolk, Norberto en João Lobo’s Oba Loba, voegde zich samen met de Noor Nils Økland bij Linus voor een bijzondere plaat. Live speelde ook hij ook met veteranen van de improvisatie, zoals Cel Overberghe en, recent nog, Fred Van Hove. Maar dat was niet alles, want hij maakte ook de overstap naar de pop, aan de zijde van Chantal Acda (en verleende diensten aan o.m. Marble Sounds), en werd betrokken bij theater. Een opmerkelijk cv voor een amper zesentwintigjarige muzikant.

En nu is er dus JK’s Kamer +50.92509° +03.84800 -- verschenen in de ‘JK’s Kamer’-reeks van soloperformances van granvat (eerder kwamen daar ook registraties van Bert Cools en Adriaan Van de Velde aan bod) -- dat wordt uitgebracht in samenwerking met het Gentse Smeraldina-Rima. De rest van de titel verwijst naar de locatie waar het album in februari van 2014 werd opgenomen: Van Heertums huiskamer in de Thienpontmolen. Voor deze solorelease maakte hij gebruik van euphonium, tuba, trompet en elektronica. Het resultaat kent niet echt een gelijke in de Belgische improvisatie. Hier en daar herinnert het, misschien eerder omwille van de attitude en eigenzinnigheid dan de klank, aan het solowerk van Joachim Badenhorst, maar elders duikt het in de wereld van drones en minimalisme, of lijkt het weggeplukt uit de arrangementen van Jan Swerts.

Het is alleszins een album dat zich niet laat labelen als een verzameling van songs, en eigenlijk gaat het niet eens om verschillende improvisatietactieken. Het gaat nog meer naar de kern der dingen. “On the other hand, if I don’t think about what comes next, I mustn’t even hurry and I can linger in this moment a little longer” luidt de leuze op het artwork, en dus duikt Van Heertum in het moment en in de klankmogelijkheden van zijn instrumenten. De zuivere klanken, de combineerde klanken, de gemanipuleerde klanken. Het is dan ook een album dat in opperste concentratie beluisterd moet worden, zodat je elke nuance en verschuiving meekrijgt, want enkel dan komt de muziek helemaal tot leven, krijg je een idee van de suggestieve rijkdom die erin schuilt.

Vier stukken, samen goed voor een kleine veertig minuten, en elk hebben ze, ondanks een vergelijkbare aanpak, een heel andere teneur. Opener “Stroom” zet de combinatie van instrument en ademhaling meteen centraal, met een sirene, een naderende stoomboot (de misthoorns van Heleen Van Haegenborgh?). Er wordt wat afgewisseld met lagen, maar het groeit nooit uit tot een voluptueuze soep van geluid. Van Heertum mijdt de bombast, mikt op een sobere, soms desolate eenvoud. Het is minimaal, maar toch rijk. Een zware onderlaag met een sereen wentelende geluidsmassa erbovenop. Referenties die opduiken? De trage symfonieën van Gavin Bryars of Stars Of The Lid, misschien. De elegantie van Colin Stetson, of zelfs de meest uitgesponnen instrumentals van een band als Yo La Tengo.

“Schim” is meteen anders: dreigend, slepend, loodzwaar. Dobberend op een vertraagd galeienritme, met grommende en onheilspellende bassen die klinken als een oorlogsverklaring van een vloot naderende Vikingen, van onrust onder een dik wolkendek. Een ielere laag en staccato-effecten zorgen even voor wat licht, maar de grauwe teneur is een constante. Daarna zet “Tocht” sterker in op de abstractie. Hier herken je niet zozeer de instrumenten, maar de geperste, ontsnappende lucht, door een reeks effecten. Van Heertum belandt ermee in een andere wereld, wat verwant aan de spookachtige bewerkingen van field recodings in Thomas Köners Novaya Zemlya, maar ook tegen een pure geluidskunst en hier en daar zelfs iele noise.

Slotstuk “Zon”, goed voor een kwartier, keert terug naar een gaver, geruststellender geluid. Hier lijkt de verwantschap met elektronische muziek wat sterker, door het gebruik van loops, terwijl hij een trage, elegische sfeer opbouwt met een minimum aan middelen en een maximale expressiviteit, tot je na een slow motion spel van acties overgeleverd bent aan een daverende golf die wegdeemstert, een uitdovend punt zet achter een album dat zoekt, voelt, probeert en combineert met sereniteit en een bij momenten bloedmooie generositeit. JK’s Kamer +50.92509° +03.84800, dat krijg je niet zomaar uitgesproken, dus houden we het er maar op dat ‘die eerste van Niels Van Heertum’ een heel goede, bijzondere plaat geworden is.

Het album is verkrijgbaar in digitale versie, op cd en op vinyl (+cd). Die laatste versie is verpakt in prachtig gezeefdrukt artwork van Smeraldina-Rima’s Levi Seeldraeyers.

E-mailadres Afdrukken