Banner

Uniform

Wake In Fright

Guy Peters - 22 februari 2017

Van een kopstoot gesproken. Als Uniform al behoorlijk stevig uit de hoek kwam met debuutplaat Perfect World (2015), dan was de Ghosthouse EP van vorig jaar al een indicatie dat het er op de volgende langspeler nog wat agressiever aan toe zou gaan. Die tweede plaat voelt echter aan alsof de agressie ineens vervijfvoudigd werd, met een even ziedend, vermoeiende en soms helaas ook eendimensionaal resultaat.

Je kan wel niet ontkennen dat Michael Berdan (zang) en Ben Greenberg (gitaar, elektronica, productie en bekend van o.m. Little Women, Zs en The Men) een plaat gemaakt hebben die op maat is van dit tijdsbestek en de hallucinante uitspattingen die erbij horen. Dat was ook de bedoeling: “This music is our response to and our reflection of the overwhelming violence, chaos, hate, and destruction that confronts us and everyone else in the world every day of our lives. When we play, I don't feel powerless anymore. I hope this record can help others transcend their anger and frustration.”

Vanaf opener “Tabloid” beland je Casino-gewijs met je kop tussen een bankschroef om vervolgens blootgesteld te worden aan een eindeloze stroom vuiligheid. Uniform vlamt uit de startblokken met een smerige combinatie van repetitieve, korstige riffs, ziek hamerende beats en gierende industrial-klanken. Klonk Brendan op vorige platen als een snerende etter die vooral naar wat postpunkklassiekers had geluisterd en hier en daar iets had van een kwaaie Colin Newman (Wire), dan klinkt hij hier als een schuimbekkende drill sergeant die compleet over de rooie gaat, met getier dat doet denken aan Guantanamo-excessen en het hufterige lawaai naast voetbalvelden in tweede provinciale.

Het is een sound die gemaakt is om volledig in your face te zijn. Er zit dan ook geen diepgang of ademruimte in deze productie. Het is luid, kolossaal en gericht op maximale destructie. Het is niet altijd de razende, tierende variant die je hier in de maag gesplitst krijgt – soms mag het ook zonder hamerende ritmes, maar zelfs dan is dit wentelen in een vlakke, auditieve smurrie. Het slepende “Habit” is eigenlijk al net zo efficiënt als de opener, terwijl de twee in “The Lost” vooral klinken als het kleine, evil broertje van New Order. Denk het schuimbekkende geraas weg, en je kan zo de clubs in. Het is een van de weinige momenten die klinken als een poging om een breder publiek aan zich te binden.

Elders wordt resoluut de kaart van het geweld getrokken: de eerste minuut van “The Light At The End (Cause)” is een industrial metalparodie, en in “The Killing Of America” klinkt Uniform als een leerling van wijlen Lard, het project van Jello Biafra en Al Jourgensen, inclusief hysterische Hanneman/King solo die door een Buckethead-mangel gehaald worden. Idem voor “Bootlicker”, dat briest met een waanzinnige agressieve gitaarsound, maar helaas ook door de mand valt omdat die sound ook maar het enige is. Lelijk geluid waar weinig gedenkwaardigs mee gedaan wordt en waarin de zo belangrijke fysieke sensatie ontbreekt. Het is het gevoel dat je soms krijgt als laptoptovenaars de poorten van de hel openen met massieve decibelstormen: “Oké, en wat nu?”

“These are stories about people at the end of their proverbial ropes,” schrijven de twee, en hier en daar wordt gewag gemaakt van o.m. Hubert Selby, Jr., en Big Black, andere kroniekschrijvers van de donkere kant van de menselijke psyche, maar terwijl het bij die eerste vaak vergezeld ging van het huiveringwekkend mooie vermogen tot warm mededogen en die tweede een opvallend talent voor het schrijven van tijdloze anthems (“Kerosene”, begin maar eens) had, krijg je bij Uniform het gevoel dat het vooral kabaal is. Sonische terreur. Geluid zonder body. Tattoos, niet de belevenis. Een belofte die niet helemaal waargemaakt wordt, een koers die niet van binnenuit gestuurd wordt, maar willekeurig uitgekozen werd als doel.

Een twijfelgeval dus. Bij momenten staat de sound, nu meer metal dan punk, er als een huis, en het feit dat Greenberg oorlogssamples gebruikt voor de ritmes is een kleine mindfuck. Met die spreidstand tussen rock en experiment hoort Uniform ook helemaal thuis bij het Sacred Bones-label. Maar eigenlijk ben je na die 37 minuten ook gewoon content dat je de herrie af kan zetten, de smurrie van je af kan spoelen en kan gaan luisteren naar pakweg Otis Redding, Black Flag of The Mekons, levenskunstenaars die echte littekens achterlieten met hun muziek.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Uniform