Banner

The Urge Trio

Live at the Hungry Brain

Guy Peters - 20 februari 2017

Vanuit Luzern in Zwitserland organiseert rietblazer Christoph Erb al een hele tijd een even fascinerende als onwaarschijnlijke trans-Atlantische uitwisseling, die goed te volgen is via het Veto/Exchange-label dat hij in 2007 oprichtte. Daar verscheen zopas de veertiende release: een tweede live-album van The Urge Trio, met naast Erb twee jonge(re) kleppers uit de bloeiende Chicago-scene.

Het gaat om celliste Tomeka Reid (Mike Reed’s Loose Assembly, Anthony Braxton, Tomeka Reid Quartet) en collega-rietblazer Keefe Jackson (Jason Roebke, Josh Berman,…), wat meteen zorgt voor een vrij zeldzame combinatie van instrumenten. Het suggereert meteen ook dat hier eerder zal huisgehouden worden in de regionen van de vrije improvisatie dan in die van de meer traditionele (free)jazz. Live at the Hungry Brain is een opname van een doorlopende improvisatie van een half uur die in 2015 werd vastgelegd in Chicago. Dat lijkt niet zo lang, maar de muziek doorworstelt een behoorlijk breed spectrum en houdt de luisteraar op het puntje van zijn stoel met een aanhoudende stroom van ideeën.

Die ‘stroom’ is ook van toepassing op de ingetogen manier waarop het trio van start gaat: niet met een druk of complex kluwen van klanken, maar een aarzelende combinatie van amper onderdrukte ademhaling, zacht tikkende saxkleppen en gefluisterd gewrijf. Jackson en Erb spelen beide tenorsax, maar daarnaast ook nog sopraninosax, basklarinet (Jackson) en sopraansax (Erb), al heb je er aanvankelijk het raden naar over welke modellen het gaat. Gaandeweg wint het samenspel aan volume en definitie, krijgen contouren meer afgelijnde randen, en ontstaat er een drukker gedruppel van klank met een iele cello en een krachtiger tenorsaxgeneuzel.

Eerst lijken die saxen twee afwijkende, maar complementaire koersen te volgen — de ene met meer homogene golven, de andere met zwalpende kreten — maar ze bereiken al snel een lawaaierige piek. Na een vijftal minuten heb je dan ook het gevoel dat het écht gaat beginnen en krijg je een mooie afwisseling van meer open ruimte, waarin Reid doorgaans naar het voorplan kan schuiven met onvoorspelbare sprongen, melodische flarden en vlugge loopjes in het ritme van een persoonlijke hink-stap-sprong, en momenten waarin de twee rietblazers als bronstige haantjes brullen of gieren.

Wanneer Reid zich hier en daar toelegt op meer ritmische figuren, creëert ze meteen ook een wentelende puls. Lang duurt dat echter nooit, want er duiken momenten op waarop excentrieke klanken met de aandacht gaan lopen of net afgewisseld worden met verrassend traditioneel klinkende passages met een haast fragiele melancholie, of, aan het andere uiteinde, met van de pot gerukt volièregekwetter en ander gedoe met ongebruikelijke blaas- en speeltechnieken. Dat klinkt op papier misschien als een beproeving, maar je voelt ook een cohesie doorheen deze opname, die ondanks de veelheid aan ideeën, klanken en temperamenten nergens verzandt in richtingloos geplingel.

Het is net dat wat hier misschien zorgt voor een zachtaardig wringende spanning: het elastiek van het samenspel wordt voortdurend uitgetest door muzikanten die behendig het conventionele terrein vermijden, maar gelukkig niet de fout maken om de interactie uit het oog te verliezen. Net als Bloom van Easel (Erbs trio met Fred Lonberg-Holm en Michael Zerang) is dit een album dat het moet hebben van voortdurende transformatie en het aanboren van steeds nieuwe verhoudingen. Dat vergt een inspanning, maar zodra je belandt bij de intens jubelende finale, voel je ook dat je er een bijzonder halfuurtje op hebt zitten. Het naar goede gewoonte fraaie artwork krijg je er bovenop.

Het trio staat op donderdag 23/2 in De Singel (Antwerpen), een organisatie van Sound In Motion.

E-mailadres Afdrukken