Banner

Rebekka Karijord

Mother Tongue

9.0
Tom De Moor - 03 februari 2017

De Noorse singer-songwriter doorbreekt vijf jaar stilte met een intieme, persoonlijke, maar bij elke luisterbeurt meer verrassingen prijsgevende derde album. Hiermee steekt ze haar bekendere landgenote en ietwat gelijk gevooisde Ane Brun definitief voorbij.

Vijf jaar geleden durfden we er geld op inzetten dat de naam Rebekka Karijord vaak -- waarschijnlijk lichtjes stotterend -- over de lippen zou rollen. Qua timbre leunt Karijord aan bij Ane Brun (voor liefhebbers van laatstgenoemde is "Statistics” op deze plaat alvast verplichte kost), zij het met een nog rondere klankkleur. Na een debuut dat naast de stem en een paar degelijke singles maar weinig ophefmakends te bieden had, bracht ze met We Become Ourselves een plaat uit die te vergelijken viel met Bruns internationale doorbaak It All Starts With One door in de receptuur meer afwisseling tussen swingend en intimistisch te voorzien. De parels op deze heidense viering van leven en liefde vonden buiten Scandinavië helaas geen publiek.

Karijord beschreef We Become Ourselves met zijn donderende drums en diepe mannelijke backings als haar mannenplaat. Deze opvolger moest het vrouwelijke equivalent daarvan worden, maar vulde de taak op een andere manier in na de traumatische vroeggeboorte van haar eerste kind. Veel meer dan het vrouwelijke antwoord op de voorganger is Mother Tongue een persoonlijk testament van het prille, zorgelijke moederschap geworden, en daardoor ook een subtiel werk dat bij elke luisterbeurt dichter van het auteurshart naar dat van de luisteraar sluipt.

"Your Name" leidt niet tot het bombastische refrein waar het op afstevent en eindigt niet in een grootse finale maar in een sidderende elektro-gospelpoel, een inventieve ingreep die allesbehalve voor de hand liggend is, maar het nummer des te intrigerender maakt. Ook "Waimanalo" geeft zijn grootsheid niet meteen prijs. In de rimpelende harp hoor je wat Florence Welch zonder het grote platenlabel zou kunnen zijn, alvorens ze het podium ruimt voor een kort, eigenzinnig intermezzo van Kekuhi Keali’ikanaka’oleohaililani. Zij geeft de authentieke toets aan de treffende Hawaïaanse mythe die als inspiratie diende, over een vrouw die koortsig zoekt naar een rimpeling in het wateroppervlak waaronder haar geliefde zich bevindt.

Mother Tongue werkt met de bezwerende a capella koorzang "Mausuleum" naar het tegenovergestelde van een climax toe, een toonbeeld van het aanvankelijk efemere karakter van de plaat. "The Orbit" is het kloppende dansbare hart van de reeks, maar ditmaal het enige nummer dat meteen in je oor springt, wat echter niet betekent dat Karijord voor de rest gewoon met de gitaar op de knie kroop. Hoewel de songs op Mother Tongue minder climaxen, zijn ze nog steeds rijk geïnstrumenteerd. Wie goed luistert, hoort opmerkelijke verrassingen, zoals die kleine snede elektrische gitaar die de bonte etnische gospel blues van "Stones" nog eclectischer doet klinken. Voor het eerst stelt Karijord zich ook open voor elektronica. Ze laat het als zachte regendruppels over de finales van de single "Home" en opener "Morula" kletteren.

Björks Medulla komt even loeren bij de stemsamples die als instrumenten fungeren bij de start van deze begintrack, Karijords stem bij Ane Brun en in de titeltrack zeker ook even Natalie Merchant, maar uiteindelijk kan je alleen maar tot het besluit komen dat dit honderd ten honderd Karijords plaat is. Meer zelfs nog, een plaat waarmee ze een groot aantal van haar bevallige concurrenten onder tafel veegt en zich nog maar eens als dringend te ontdekken artieste opwerpt. Laat ons hierover binnen vijf jaar andermaal geen ongelijk krijgen.

E-mailadres Afdrukken