Banner

Canshaker Pi

Canshaker Pi

8.0
Freek Lauwers - 23 januari 2017

Zelden spitsten we de laatste jaren zo snel onze oren als een dikke week geleden, toen ons het nieuws bereikte dat een nog illustere jonge gitaarband uit het Amsterdamse Stephen Malkmus had weten te strikken om hun langspeeldebuut te producen. Dé Stephen Malkmus dan nog! Opperslacker! Gitaargod! Jeugdheld die ons nog maagdelijke muzikale tienerhart in galop wist te drijven met zijn band Pavement!

Als je weet dat Malkmus niet snel zijn kot uitkomt, weet je meteen ook waarom onze gehoororganen zich zo snel spitsten. Canshaker Pi kon bijna niet anders dan heel erg fantastisch zijn. Al was er ergens ook wel een journalistiek deontologisch correct stemmetje in ons dat nuchterheid predikte en iets mompelde over verkopen en een beer of zoiets. En dat ons vervolgens op het hart drukte dat we met onze twee voeten op de grond moesten blijven en dat het jubelen vaak voor het klagen komt. Ja, ze kunnen soms een stukske zagen, die stemmetjes.

Want u hoort ons – nu we Canshaker Pi aan een uitgebreid luisteronderzoek hebben onderworpen - helemaal niet klagen. En Malkmus is dan ook helemaal terecht zijn overzeese kot uitgekropen, op zijn aftandse racefiets geklommen en op de boot richting Europa gesprongen. Wat een verfrissend viertal en wat een lekkere plaat, zeg! Neem nu openingsduo “JALS” en “3 Arrangements”, die meteen het beste doen vermoeden voor de rest van het album. Simpele doch doeltreffende basriffs die op een fijne en disruptieve wijze worden bijgestaan door noise- en fuzzbrakende gitaren. Tel er meerstemmige vocals bij – hier toch maar even Fence vermelden, de gedachte aan onze eigen slackertrots is tijdens het luisteren naar Canshaker Pi immers nooit ver weg - en je weet meteen waar je aan toe bent: een dik halfuur poppy en noisy rammelrock die aan het beste uit de jaren negentig doet denken.

Tijdens “The Naked Flower of the Wiz II” neemt de band wat gas terug. Het lied bevindt zich eerder aan de countrykant van het gitaarpopspectrum, een wat dromerig gebied dat Pavement twee decennia geleden ook al regelmatig opzocht. In het punky “Adolescence Profound” gaat het weer volle gas voorwaarts. Intro-strofe-bridge-strofe-solo, meer heeft deze anderhalve minuut durende mokerslag niet nodig om te overtuigen. In de wereldsong “Bonox” zijn de geest van Black Francis en zijn Pixies – denk aan die typisch jakkerende ritmesectie en in een storm van feedback duellerende gitaren - nooit veraf. Een song die we deze zomer – hij lijkt nu nog zo ver weg, aaargh – op een warme avond graag over een malse vaderlandse wei mogen horen galmen. Hallo Chokman en Herri? Lezen jullie mee?

Het met een heftig duo van gitaren uit de startblokken schietende “The U In My Dog” schakelt voortdurend van eerste naar vijfde versnelling om dan weer even in zijn vrij gezet te worden – een wat manke metafoor, maar hey, een mens moet ooit aan zijn rijbewijs beginnen, nietwaar? De song staat bol van de loopjes, hooks en licks, waarlijk zo een pleiade aan ideeën dat veel andere bands er meteen een hele EP uit zouden willen puren. Van bloedarmoede is er alvast geen sprake bij Canshaker Pi. Het wat zweverige “What You’re Trying To Say” wordt aldoor verstoord door een snerpende en gierende gitaar die de hogere regionen van het fretboard opzoekt. Het treffend getitelde “Over” – afsluiter van de plaat namelijk – duurt maar liefst negen minuten. Met een trage maar nooit vervelende opbouw en gestaag toewerkend naar een hoogtepunt, dat zich ergens tussen minuut zes en zeven bevindt, toont Canshaker Pi met veel brio aan dat de groep meer is dan het zoveelste drieakkoordenpunkbandje.

Wegens een oplawaai van een debuut zou het in een rechtvaardige wereld als een paal boven water moeten staan dat Canshaker Pi potten gaat breken. Wij van onze kant wensen de band dan ook een mooie carrière, een uitgebreide wereldtournee met Parquet Courts, Cloud Nothings en –waarom niet? – onze eigen The Glücks én een trits gouden platen toe. Het voorbije jaar toonde echter meermaals aan dat de rechtvaardigheid vaak ver te zoeken is. Dat 2017 muzikaal ingezet wordt met het alom plat gehypet nieuwe album van The XX, pioniers van de tamme, zielloze hipsterpop, voorspelt al evenmin veel goeds. Of wens werkelijkheid zal worden is dus nog maar de vraag. Dat Canshaker Pi een halfgod als Malkmus in de credits mag zetten zou alvast moeten helpen om een uit de kluiten gewassen voet, een klompvoet zeg maar, tussen de deur van het internationale rockfirmament te krijgen.

E-mailadres Afdrukken