Banner

Rodrigo Amado Motion Trio

Desire & Freedom

Guy Peters - foto's: Archief Geert Vandepoele - 18 januari 2017

Hoe slaag je er als (vrij improviserende) band in om je interactie fris, spannend en betekenisvol te houden? Dat lijkt zo’n beetje de vraag waar Amado & co. zich over buigen op hun zesde album, hun eerste in triobezetting sinds het titelloze debuut van 2009. Het antwoord klinkt even herkenbaar als veelzeggend, en is een fascinerend nieuw hoofdstuk in een work-in-progress dat stilaan een indrukwekkend totaalwerk vormt.

Het trio is gaandeweg een centrale rol gaan spelen in de creatieve scene van Lissabon (die we intussen al een paar keer uitgebreid in de kijker zetten en recent ook uitgebreid belicht werd in The Wire), en daar zijn wel wat redenen voor. Amado kan intussen beschouwd worden als een veteraan en stond mee aan de wieg van de heropleving en stelselmatige opbouw van een sterk, samenhangend netwerk van muzikanten en stijlen, die steeds vastberadener naar buiten treden. Hij is ook een van die figuren die zorgen voor een naadloos verbond tussen de terugkerende Amerikaanse freejazztraditie en het Europese antwoord daarop, wat ook blijkt uit zijn samenwerkingen met Joe McPhee, Chris Corsano, kent Kessler, Paal Nilssen-Love, Peter Evans en een resem sterkhouders van zijn lokale kliek.

Dit trio mag dan wel Amado’s naam dragen, het is vooral ook een band met een heel eigen geluid. Cellist Miguel Mira hanteert zijn instrument zowat als een bas (hier geen strijkstok), maar klinkt om voor de hand liggende redenen wat lichtvoetiger en rustelozer dan veel van zijn collega’s en brengt door zijn ervaring binnen de hedendaagse muziek een heel eigen bagage mee. En dan is er nog drummer Gabriel Ferrandini, intussen ook zo’n spilfiguur in Lissabon, een muzikant die ook actief is in het al even indrukwekkende RED Trio, maar ook een resem andere/nieuwe samenwerkingsverbanden, gaande van een trio met Alex Zhang Hungtai en David Maranha, tot een trio met Hernani Faustino en Pedro Sousa, en recent concerten/releases met Luis Vicente, John Dikeman, Filipe Felizardo, Albert Cirera, etc. Hij is de rusteloze motor bij uitstek, voortdurend op zoek naar nieuwe manieren van expressie, op z’n hoede voor clichés en gemakkelijkheidsoplossingen.

Het trio is bovendien een echte working band, die speelt op bijna dagelijkse basis. Dat lijkt het ideale scenario voor een vrij improviserende bezetting, maar houdt natuurlijk ook het gevaar in dat de gedeelde taal voorspelbaar kan worden, samengesteld wordt uit beproefde formules die hebben aangetoond dat ze werken. Desire & Freedom laat horen dat het ook anders kan. De eenheid spat van de plaat, maar van stilstaan of gemakzuchtig teren op veiligheid is geen sprake. Dit is improvisatie als een les in beweeglijkheid en behendigheid, het vermogen om elkaar los te laten maar toch in het vizier te houden, om het elastische potentieel van de interactie uit te testen. Het is een uitdaging die intussen het handelsmerk van de band geworden is. De cohesie komt van een plaats die intussen niet aan te duiden valt door duidelijke scharniermomenten, maar een vaste waarde is in het DNA van de groep.

Het eerste dat opvalt bij opener “Freedom Is A Two-Edged Sword” (een titel die ze haalden bij Jack Parsons, een prominente wetenschapper die zich ging toeleggen op esoterische filosofie en een aantal occulte boeken schreef) is de ronduit fantastische klankbalans die meteen de democratische principes benadrukt, waar niet enkel Amado (met een ingetogen autoriteit) en Ferrandini (druk als altijd) de vruchten van plukken, maar ook Mira, die in het totaalbeeld een pak meer ruimte en helderheid toebedeeld krijgt dan de gemiddelde bassist of cellist. Vervolgens voel je de vrijheid die door deze muziek waart, het intense vertrouwen dat hen in staat stelt om de teugels te vieren, soms meer afstand in te bouwen, maar vervolgens ook weer terug te keren naar een meer directe samenhang. Er wordt niet gewerkt met afgelijnde secties of sterk gedefinieerde climaxen, maar met een spel van contrasten, waarbij het katachtige, polyritmische spel van de drummer en de nerveuze en hoekige reactie van de cellist contrasteren met het coherente, schijnbaar afgelijnde verhaal van Amado. Die creëert ook de ruimte waar zijn speelpartners zo gretig gebruik van maken. Het is een wrijving die regelmatig terugkeert.

De saxofonist gaat hier en daar ook wel stilistisch in de breedte, met passages vol onderdrukte kreetjes als pointillistische accenten of een rauwer, bluesier vibrato dat even ontglipt, waardoor hij hier en daar niet alleen herinnert aan Sonny Rollins, een oude invloed, maar ook doet denken aan Evan Parker, zeker binnen diens trio’s. De drie stukken, elk goed voor 15 à 20 minuten, hebben ondanks die zeer homogene werkwijze een eigen identiteit. Zo start middenluik “Liberty” met spinachtig spel van de ritmesectie, vol gedempte klanken, ruisende cimbalen en het gebruik van objecten, waarmee Ferrandini zich profileert als een opvolger van de Lytton/Oxley-school, terwijl Mira ingetogen rond hem plukt. Wanneer Amado invalt, gebeurt dat omfloerst, langs de achterdeur, met een gefluisterde serenade. Dan wordt ook duidelijk hoe het trio controleert, de muziek zachtjes aan de kook kan brengen met een complex weefwerk van interacties en motieven in een gezamenlijke flow.

Misschien opvallend: echt exploderen, iets wat zo vaak verwacht wordt van een krachtig trio, doet deze muziek zelden. Het lijkt wel alsof de muzikanten bewust de finale en totale schreeuw willen ontwijken. Wie (tevergeefs) wacht op die ontlading, komt echter tot het besef dat er in die voortdurende spanning en afgehouden afronding evenveel, zo niet meer voldoening en individualiteit te rapen valt. Ook dat is immers een manier waarop het trio, dat net zo goed in staat is tot een recht voor de raapse aframmeling, de val van de gemakzucht vermijdt. “Responsibility” ten slotte, is een stuk waarin de ideeën en het karakter van het trio, of toch op dat ogenblik, samenkomen. Hier is het parcours het meest vrij, maar ook jazzy, contemplatief, lyrisch, vol verrassende wendingen, zijstapjes en uitweidingen. Zoeken, maar met een overduidelijke focus, een storm met een oog. Vandaar vermoedelijk, dat de muzikanten de drie stukken toch omschrijven als composities. Ze worden in real time uitgevonden.

Dat alles maakt van Desire & Freedom de meest lenige, uitgepuurde plaat van het trio tot nu. Kregen ze in het gezelschap van Jeb Bishop en Peter Evans de kans (of verplichting, zeker bij die laatste) om uit hun comfortzone te stappen, dan laten ze nu horen dat ze ook als trio op een punt gekomen zijn waar ze elkaar kunnen inspireren in een voortdurend gelijkwaardige, onvoorspelbare, maar toch coherente interactie. Dat de leden ook een hand hadden in de klank, productie én het artwork van het album, draagt daar enkel toe bij.

Amado speelt op woensdag 1/3 in De Singer met Joe McPhee, Kent Kessler en Chris Corsano. Exact een week later, 8/3, staan ze in het Bimhuis.

E-mailadres Afdrukken