Banner

E

E

Guy Peters - 09 januari 2017

Beetje vreemde naam, die hier en daar al vervangen wordt door A Band Called E, maar misschien helpt het als we erbij vertellen als de redelijk legendarische Thalia Zedek (Uzi, Live Skull, Come en een uitstekend solo-oeuvre) van de partij is. Zoekt ze het met eigen band de laatste jaren in meer ingetogen oorden, dan wordt met E een weerspannigere koers gevaren.

Dat de band een aparte sound heeft, is in sterke mate te danken aan het bij elkaar brengen van opvallende en sterk verschillende persoonlijkheden. Zedek blijft een van de herkenbare stemmen van de Amerikaanse gitaarrock (en bracht een paar maanden geleden trouwens nog een prima album uit zonder eigen naam), gitarist/zanger Jason Sanford maakte jarenlang grote sier, of toch lawaaierige rockplaten, met Neptune, een band die gebruik maakte van zelfgebouwde instrumenten en allerlei rommel die ze in schroothopen konden vinden. Drummer Gavin McCarthy zat ooit nog achter de vellen bij het machtige Karate. En zo blijft Zedek contact bewaren met die oude link, want niet zo lang geleden dook ze ook nog op bij Exit Verse van McCarthy’s voormalige collega Geoff Farina.

Twee gitaren en drums. Geen bas (maar hier en daar wel een zelfgemaakte stomp box), geen andere kleuren of factoren die de aandacht afleiden. E brengt doorheen tien songs en een krappe vijfendertig minuten een volledig vetvrije, vurige dialoog op gang voor duellerende gitaren, repetitieve ritmes en minimalistische structuren. Sanfords monotone zang zorgt regelmatig voor een mantra-achtige flair, terwijl het droge drumwerk van McCarthy de muziek soms naar de zone tussen Shellac en Tortoise stuwt. Zedek zorgt dan weer voor de meer emotionele lading, de zwarte melancholie die de ideale yin is voor de yang van de andere twee.

“Soul music for machines” noemden ze het zelf eens, en daar valt iets voor te zeggen, want ondanks het engagement en de intensiteit ligt de nadruk vaak op ritme en textuur. Vanaf opener “Great Light” strengelen de gitaren wurgend rond elkaar, worden ze meteen aan de kook gebracht door de galop van McCarthy. Het is een stuk mechanischer en repetitiever dan Come, maar zodra Zedek haar mond opent, kruipt er meteen een getormenteerd gewicht in de muziek dat nog nazindert van die band. De steeds terugkerende “I command it” van de soms met een kelderstem murmelende Sanford kan niet voorkomen dat de song je midscheeps bij de lurven grijpt.

Het vervolg voelt regelmatig aan als een langgerekte ode aan de gitaar als spanningsgenerator. Er zit een elektrische lading in deze uitgebeende songs die zelfs in de kalmere passages aanvoelt als een mes op de keel. Echt exploderen doet het zelden, maar er zit een furieuze kracht onder het oppervlak die zich laat voelen met een niet te negeren verbetenheid. De rollende roffels van “Silo” en het hypnotisch wentelende “Delicate Fingers” zullen live garant staan voor versies die lichamen doen bewegen op dwingende galeienritmes.

Sommige van de songs hebben eigenlijk niet al te veel om het lijf en laten de traditionele songstructuren voor wat ze zijn, maar dat wordt keer op keer gecompenseerd met een ijzeren controle over dynamiek en krachtstoten die slechts een gradatie verwijderd zijn van de bommetjes die ooit door de Amphetamine Reptile/Touch & Go-as de wereld in gekegeld werden. Mooiste voorbeeld: een ziedend “Candidate”, waarin McCarthy de zang voor z’n rekening neemt met een bijna schuimbekkende overgave. De enige toepasselijke manier om te reageren op een taalonmachtige baby van zeventig jaar.

Het maakt van E een geslaagde plaat die vooral strak en stijf staat van een aangehouden spanning en als een shot espresso het hartritme manisch opjaagt met de dreiging van een paniekaanval.

De band speelt op 13/1 in de 4AD (Diksmuide), op 14/1 in Den Hemel (Zichem).

E-mailadres Afdrukken
Tags: E