Banner

De Ethiopië-connectie van The Ex

Fendika & Getatchew Mekuria

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 19 december 2016

Wie de saga van The Ex -- intussen 37 jaar actief en still going strong -- ook maar een beetje volgt, kent ongetwijfeld het belang van de connecties met Ethiopië. Daar vond de band een tweede thuis, net als een muzikale cultuur die ook z’n weg vond in het eigen oeuvre. Zopas verschenen twee releases die het gevolg zijn van die diepgravende link. Beide prachtig, ook al zijn ze het gevolg van totaal verschillende gebeurtenissen.

Als de samenwerking met Getatchew Mekuria (1935-2016), de leeuw van de Ethiopische saxofoon, de meest in het oog springende is (zie beneden), dan komt Fendika waarschijnlijk op de tweede plaats. Het bonte gezelschap van leider/danser/arrangeur Melaku Belay, die het kwintet noemde naar de nachtclub die hij runt in Addis Abeba, was al regelmatig van de partij tijdens tours of op evenementen van The Ex. Zo tekenden ze voor een van de vele hoogtepunten tijdens het memorabele Ex Festival dat in maart 2014 plaatsvond in de Amsterdamse Paradiso (en waar de knappe hoesfoto getrokken werd). Een album was er echter nog niet van gekomen. Tot nu, met Birabiro(i.e. ‘vlinder’), een eerste release op Terrie Hessels’ DIY-label Terp, dat een mix van Ethiopische en geïmproviseerde muziek uitbrengt.

Wie Fendika al eens aan het werk zag, beseft meteen dat er heel wat verloren zal gaan bij een cd, want de concerten zijn echte gebeurtenissen die muziek, dans en theater verenigen. Het gezelschap is geworteld in de rijke Azmari-traditie van dansers en zangers die tijdens allerhande feesten optraden voor een fooi, en die in de Fendika-club een onderkomen vond. Het gaat vaak om songs met een historische inslag, maar het kan net zo goed politiek getint zijn, waardoor de artiesten een spreekbuis kunnen vormen voor publiek, waardoor er zo soms ook een call & response-interactie kan ontstaan. Het visuele element is daarbij onontbeerlijk: Belay en danseres Zenash Tsegaye pakken uit met een prachtige, kleurrijke garderobe en begeven zich door een soms acrobatisch dansspektakel waarbij de meest uiteenlopende stijlen en scènes uitgebeeld worden. Kleurrijk, humoristisch, soms ook enorm opzwepend.

Die haast fysieke sensatie krijg je dus moeilijk vastgelegd, maar de band was op 14 juli 2015 wel geïnspireerd genoeg om je een fraaie inkijk te geven in hun muzikale wereld. Die bestaat uit de meest rudimentaire bouwstenen, want er komen maar twee instrumenten en een stem aan te pas. De masinko (bespeeld door Endris Hassen) is een eensnarige luit, maar dan wel eentje die naar verluidt moeilijk te bespelen is, omdat de stemming aangepast wordt aan de zangstem. De kobero (van Misale Legesse) is de percussie, de ritmische motor. Samen met de elastische stem van Nardos Tesfaw doen ze een enorme rijkheid uit de doeken: die van zeer specifieke, traditionele melodieën en schalen uit verschillende streken, waarvoor soms een haast encyclopedische kennis vereist is.

De acht stukken die hier verzameld worden, lijken vaak simpel van opbouw, maar toch is het niet altijd te voorspellen wanneer ritmes veranderen, extra stemmen invallen en een nieuwe wending wordt aangesneden. De stukken zijn doorgaans uitbundig, swingen regelmatig in een stevig tempo, en zijn gemaakt om op te dansen, zoals “Ywolalya Weyo” en het nog sterker stuwende “Maleda”, waar de herhalingen je helemaal de trance in duwen. Op de achtergrond gaat het er soms druk aan toe: muzikanten en dansers beantwoorden en herhalen, moedigen aan, klappen, fluiten of knippen met de vingers. Een enkele keer wordt het expliciete ritme weggelaten, zoals in “Zelesegna”, waardoor de stem en de masinko centraal komen te staan. Minder ritmisch, maar minstens even bezwerend. Iets later weet je natuurlijk dat er weer iets gaat losbarsten, zoals met de vlugge galop van “Nargi”, dat vol steekt met aanmoedigingen en waarin de herhaling van de titel alleen al volstaat om je in een hypnose te krijgen.

En zo speelt, zingt, feest, danst en klapt het kwintet zich door een reeks variaties op traditioneel materiaal, met een medley waarvoor ze even passeren langs “Lale Guma”, dat ze samen met The Ex opnamen voor een 7”, en een paar andere stukken die verwant zijn aan eerdere releases van het Terp-label. Zoals gezegd is Fendika een band die je vooral live gezien moet hebben, maar de sound en stijl slaan ook hier over in hun kleurrijke, aanstekelijke weelde, en worden naar goede gewoonte vergezeld van prachtig artwork en een 40 pagina’s tellend boekje, dat naast een boeiend interview met Belay ook een resem foto’s van Ex-gitarist Andy Moor bevat. De cd is er al, de lp verschijnt begin 2017.

Het overlijden van Getatchew Mekuria op 4 april van dit jaar kwam niet echt als een verrassing. Toen hij in 2012 aankondigde dat hij nog een album wilde maken (dat werd Y’Andbessaw Tezeta), had hij al het gevoel dat het zijn laatste zou worden. Het was een plaat die heel anders klonk dan Moa Anbessa, de voorganger uit 2006. Had het daar nog iets van een ontmoeting van Noord en Zuid, dan werd op die tweede samenwerking dieper in de Ethiopische traditie gedoken. Het album werd een bekroning van een unieke alliantie en een hoogtepunt in het oeuvre van alle betrokken muzikanten. De samenwerking van The Ex en Getatchew Mekuria begon in 2004 en liep tot 2014. Ze leverde twee albums en meer dan honderd (!) concerten op, met als een van de laatste een triomf in Addis Abeba voor een 1500-koppig publiek.

Daarna zou Mekuria’s gezondheid echter snel achteruitgaan. Toen Hessels hem begin 2016 bezocht, kon de legende door diabetes al een hele tijd niet meer lopen en zat hij al een halfjaar rechtop. Een paar weken voor z’n dood ontwikkelde hij ernstige infecties die hem fataal zouden worden. Hij was iets eerder 81 geworden en speelde 68 jaar daarvan muziek. The Ex reageerde op Facebook met een fantastisch eerbetoon. Want wat bleek: tijdens de jaren met Mekuria waren enorm veel foto’s gemaakt. Tijdens concerten en repetities natuurlijk, maar ook foto’s van de meest uiteenlopende, vaak informele momenten. Kwam daar nog eens bij dat The Ex toegang kreeg tot Mekuria’s privéfoto’s. Zo ontstond het idee om een fotoboek te maken ter nagedachtenis, en dat is intussen gearriveerd. Getatchew Mekuria (1935-2016): A lifelong musical history in photos, from the Municipality Band to The Ex werd een machtig afscheid van een van de iconen van de Ethiopische muziek.

Het boek wordt ingeleid door Terrie Ex, die een samenvatting geeft van zijn vriendschap met Mekuria, maar het bevat ook tekst van de man zelf, die een inkijk geeft in zijn achtergrond, de cultuur waarin zijn muziek ontstond en de ontmoeting en samenwerking met The Ex (die bestempelde hijzelf als een godsgeschenk), aangevuld met meer dan twintig pagina’s foto’s van zijn vroege(re) carrière. Op zich al een fascinerend historisch document, en daar komen dan nog eens zo’n 120 pagina’s bovenop, met foto’s van Nick Helderman, Andy Moor en Matías Coral. De foto’s van Helderman en Coral zijn (meestal) in zwart-wit, en als de laatste duidelijk een voorkeur heeft voor concertfotografie of zelden foto’s maakt waarin de muzikanten geen instrumenten vasthouden, dan gaat het bij Helderman net zo vaak over ongewone portretten, registraties van ongedwongen en soms verrassend tedere momenten, of schijnbare details.

Moors foto’s zijn allemaal in kleur, met een rijke saturatie en niet altijd even scherp, en hebben meer iets van spontane Polaroid-momenten, maar ze lijken de bonte figuur en het eigenzinnige karakter van Mekuria als het ware nog eens te benadrukken. Mekuria met een plastic zonnebril, boksend met Terrie, genietend van een espresso, gesticulerend en omringd door vrienden en bekende gezichten zoals Wolter Wierbos, Ken Vandermark, Xavier Charles en de mensen van Fendika. Leden van dezelfde familie. Het is een divers en rijk overzicht, vaak gestileerd of met strenge, gefocuste blikken. Soms hangt er ook een meditatieve rust over de foto’s, maar het is vooral de levenslust, de ondeugende lach, de uitbundigheid en de liefde voor de muziek en elkaar die van dit boek spatten.

Kortom: een juweel van een boek, met heel wat foto’s die je zo tegen de muur van een huiskamer of museum zou willen hangen, maar meer nog dan een hommage aan de figuur van Getatchew Mekuria, is het een eerbetoon aan de mens Mekuria. En dat kan je niet veinzen. Het maakt van het fotoboek een onmisbare toevoeging aan de catalogus, iets om steeds opnieuw te doorbladeren bij het beluisteren van de albums. En dan te bedenken dat het begon met een paar muzikanten die verliefd werden op een cassette uit 1972 en zich afvroegen of ze die kerel niet eens naar Nederland zouden kunnen halen.

Het boek kost 15 euro en is beschikbaar via de webshop van The Ex.

E-mailadres Afdrukken