Banner

Ed Harcourt

Furnaces

8.0
Kim Timperman - 08 september 2016

Niet gehinderd door enige hoogmoed verklaarde Ed Harcourt dat hij met Furnaces een plaat wilde maken "that people can cry, fuck and fight to. All my favourite records have that, whether it’s Prince or Nine Inch Nails.” Furnaces klinkt alvast alsof het elk moment zou kunnen bezwijken onder het gewicht van zijn eigen ambitie. Maar of Harcourt daarrmee ook al zijn voorgaande platen tot een generale repetitie reduceert is een andere vraag.

 

Voor wie Ed Harcourt de laatste jaren uit het oog was verloren, zal Furnaces als een complete verrassing komen. In werkelijkheid komt Furnaces allerminst uit de lucht vallen. Het is de plaat die Harcourt drie jaar geleden al had willen maken. Maar toen reed hij zich vast en schreef met een uitgebeend Back Into The Woods de mentale blokkade van zich af, waarna de weg naar de vernieuwing volledig open lag. Vernieuwing die -- zo bleek op Time Of Dust twee jaar geleden -- in een grootse sound moest gezocht worden.

 

Furnaces ligt duidelijk in het verlengde van zijn voorganger. Harcourt hergebruikt wat werkte en dan vooral die grootse en vaak filmische sound. Maar doordat hij er duchtig op los experimenteert klinkt Furnaces nooit als een herhalingsoefening. Zo zijn deze keer loops alom tegenwoordig en mag er geregeld vuil worden uitgehaald. Harcourt is duidelijk hongerig om alles wat in hem opkomt ook effectief uit te proberen. Toppunt van die experimenteerdrang is “Dionysus” dat met enkel zang en piano klein en ingetogen van start gaat, maar al snel compleet uit zijn voegen barst omdat Harcourt en producer Flood het geschifte idee hadden om elk instrument dubbel in te spelen. Een keer door Harcourt zelf en een keer door een legertje sessiemuzikanten. Dat trucje wordt al sinds Phil Spector te pas en te onpas gebruikt, maar hier is het resultaat een verpletterende wall of sound die zelfs Spector de stuipen op het lijf zou jagen.

 

Maar hoe ver het experiment ook gedreven wordt, het wordt nooit een doel op zich. De song blijft altijd centraal staan en de catchy hooks en meezingbare refreinen vliegen je om de oren. Alleen al in het openingskwartier vormen "The World Is On Fire", "Loup Garou" en "Furnaces" samen een loepzuivere hattrick. "The World Is On Fire" zet de pre-apocalyptische toon die doorheen de rest van de plaat zal blijven terugkeren en heeft daarvoor niet veel meer nodig dan een bezwerende loop, kletterende drums, veel galm en een onheilspellend refrein: “As the world is on fire/I hear songs with no words”; “Loup Garou” schakelt daarna een versnelling hoger met een refrein dat erom smeekt om door een bomvol stadion te worden meegezongen; en “Furnaces” doet het dan weer zonder groots refrein, maar de blazers die het nummer voorstuwen werken minstens even verslavend en de song staat op een dermate hoog niveau dat het moeiteloos een gewichtig thema als het vervuilen en het uitbuiten van de natuur kan dragen.

 

Het is zeker niet de enige keer dat Harcourt op Furnaces commentaar geeft op de staat van de wereld. En hoewel het altijd oppassen is met het mengen van sociale commentaren en popmuziek weet Harcourt het juiste evenwicht te vinden: geen opeenstapeling van holle frasen, maar ook geen arrogante vingerwijzingen. Bovendien hoedt hij zich er ook voor om in elk nummer de luisteraar in het gezicht te wrijven hoe klote het wel gesteld is met de wereld.

 

Na het grandioze openingskwartier gaat de motor even stokken, maar met “The Last Of Your Kind” levert Harcourt later nog een sterk staaltje donkere droompop af waar de geest van Kevin Shields in rond waait. Oorspronkelijk was het trouwens de bedoeling dat Shields zelf op het nummer zou meespelen. Tot iemand Harcourt er op wees dat de releasedatum van de plaat dan hoogstwaarschijnlijk zou moeten uitgesteld worden omdat Shields nu eenmaal een onverbeterlijke perfectionist is. Het plan werd dan ook zeer wijselijk heel snel weer afgevoerd.

 

Harcourt bewijst andermaal dat hij geen lessen moet krijgen over hoe je een song moet schrijven. Toch heeft hij voor Furnaces zijn werkwijze radicaal omgesmeten. Tegenwoordig gebruikt hij loops als vertrekbasis en wordt er tijdens het schrijfproces flink wat geknipt en geplakt op de computer. Echt opvallen doet dat maar zelden en waar het wel opvalt is het een verrijking. In “You Give Me More Than Love” is het effect hypnotiserend, zelfs als de geloopte percussie steeds meer wordt overstemd door zang, synthesizers en strijkers. Tijdens afsluiter "Antarctica" roept de loop van een  akoestische gitaar een kille ijsvlakte op, maar uiteindelijk ontaardt het nummer in een chaos van industrial synths waarin we de vingerafdrukken kunnen ontwaren van Flood die in het verleden oa. met Depeche Mode en Nine Inch Nails heeft samengewerkt.

 

Met Furnaces scheert Harcourt ei zo na langs de wereldplaat die hij zelf voor ogen had. Een plaat met die ambitie verdient een grandioze ouverture, geen volstrekt onmemorabele opener als “Intro”. Op een plaat met die ambitie mag er op geen enkele song iets af te dingen zijn en dat is bij “Occupational Hazzard”, “Nothing But A Bad Trip” en “There Is A Light Below” wel het geval. Heel erg veel scheelt het niet, maar ze gaan net onder de lat door en die heeft Harcourt voor zichzelf nu eenmaal erg hoog gelegd. Net niet dus, maar met een handvol wereldnummers is Furnaces een mislukking om te koesteren.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Ed Harcourt