Banner

Anna Högberg

Attack

Guy Peters - foto's: Peter Gannushkin - 11 augustus 2016

De jonge Zweedse saxofoniste Anna Högberg ontpopte zich in geen tijd tot een van de revelaties van de Europese vrije scene. Dat meester Mats Gustafsson zijn protégé een zetje in de rug gaf, zal misschien geholpen hebben, maar Högberg heeft duidelijk al een eigen stijl en gooit hier bakken maturiteit en karakter op tafel.

Het gaat dus behoorlijk snel voor Högberg. Amper een jaar of twee geleden vertrouwde een Zweed ons nog toe dat we die altsaxofoniste van het Fire! Orchestra, dat stond te soundchecken in Oostenrijk, in het oog moesten houden en niet veel later was het zover. Högberg ontpopte zich, samen met o.m. Mette Rasmussen, tot een van de boeiendste nieuwe gezichten van een golf jonge improvisatoren. Met Dog Life werd al hoge ogen gegooid (ook live in Antwerpen) en ze mocht mee toeteren op de recentste plaat van The Thing, maar het sterkste statement is voorlopig deze Attack van haar eigen sextet, dat intussen ook al bekend is onder die naam.

Dat het sextet bestaat uit zes vrouwen is in de door mannen gedomineerde wereld van de freejazz opmerkelijk, maar net als het Deense Selvhenter een paar jaar geleden, doet deze band een frisse wind waaien door die dichtbevolkte zone. Bovendien word je voorgesteld aan niet één, maar een handvol nieuwe, jonge stemmen. Pianiste Lisa Ullén draait al even mee, maar de rest van de band bestaat uit minder bekende gezichten: saxofonisten Malin Wättring en Elin Larsson (beide tenor en sopraan), bassiste Elsa Bergman en drumster Anna Lund. En inderdaad, met drie saxen val je gegarandeerd extra op, al is het nog altijd de inhoud, en niet de samenstelling, die hier primeert.

Zes van de zeven stukken zijn van de hand van Högberg en ze bewandelen regelmatig een vergelijkbare koers, waarbij improvisatie en compositie elkaar in evenwicht houden, en het tweede element nu eens uitgevoerd wordt door een collectieve hechtheid te benadrukken (wat leidt tot homogene passages die erg aanstekelijk werken en de punch van rock-‘n-roll hebben), maar ook door een knappe contrastwerking. Is Högberg een paar keer te horen als een zeer expressieve altsaxofoniste, in de weer met venijn én geweeklaag, dan is het samenspel van het driespan doorgaans eerder statig, soms zelfs wat weemoedig, wat dan weer aangenaam wringt met het grillige weerwerk van de ritmesectie.

Ze trekken soms aardig van leer, maar het is steeds ingebed, nooit gratuit. In het titelnummer wordt het met geduld uitgewerkt. Eerst krijg je de basis: lucht. Daarna wordt in de pianobuik gedoken, duikt een lom basfiguur op. Er zit een freak-out in, een spetterende aanslag op een rammelende ondergrond, maar de indruk die overheerst is toch die van controle. Idem voor “Borderline”, dat van start gaat met een felle solo van Högberg, na de inval van de ritmesectie op het terrein van de rollende donder belandt, met een bas die serieus lappen krijgt, maar uiteindelijk toch weer uitmondt in hecht samenspel. Dit zijn geen ongeleide projectielen of krachtpatsers, maar gevaarlijke beestjes die onverwacht kunnen toeslaan.

In “Familjen” wordt dat evenwicht tussen gestroomlijnde kracht en onvoorspelbare vrijheid het knapst uitgewerkt, door die ongedurige ritmesectie uit te spelen tegen een blazerssectie die voluit voor de harmonie gaat, met gulle, melodieuze lijnen die herinneren aan de magie van Chris Cheek, Tony Malaby en Andrew D’Angelo op de eerste van Cris Lightcap’s Bigmouth. Ook op de tweede albumhelft zorgt het middenluik voor afwisseling, al zijn het nu compacte brokjes, die een parcours afleggen van intimiteit naar een meer open expressie, in het tweede aanvankelijk met kleine geluidjes (gedempte pianoklanken, geslurp). “Lisa Med Kniven” klinkt erg fysiek, met een glansrol voor een zeer actieve Bergman, en verkent haast filmische oorden, gesteund op onregelmatige basstoten en een noir-achtige vibe à la Lounge Lizards, die even onderbroken wordt voor brullende uitweidingen. In “Högberger”, ten slotte, worden al die contrasten en individuele karakters nog eens op tafel gelegd.

Dat zorgt er dan ook voor dat Attack ondanks die stevige uithalen, rumoerige speelzones en minder gebruikelijke technieken toch geen onoverkomelijke brok avant-gardemuziek is. Dit is bovenal een plaat die ademt, regelmatig houvast biedt en laat horen dat je kan imponeren terwijl het allemaal ongeforceerd klinkt. Dat Gustafsson zijn bewondering voor Högberg & co. moeilijk weg kon steken, is na elke beluistering beter te begrijpen.

Högberg en band spelen zaterdag in kwartetbezetting (zonder Wättring en Larsson) op het Dropa Disc festival van Sound In Motion. Meer info op de website en op Facebook.

E-mailadres Afdrukken