Banner

Rebirth Collective

Raincheck

Guy Peters - 04 april 2016

Sinds zijn overlijden in 1967 is de status van componist/arrangeur Billy Strayhorn, die 100 zou geworden zijn in 2015, enkel nog toegenomen in de jazzgemeenschap. Nu doet ook Rebirth::Collective, de door trombonist Dree Peremans opgerichte minibigband, zijn duit in het zakje met een uitstekende hommage.

"Billy Strayhorn was my right arm, my left arm, all the eyes in the back of my head, my brain waves in his head, and his in mine.” Veelzeggende woorden van Duke Ellington, die in 1938 zo onder de indruk was van de ideeën die de toen nog onbekende Strayhorn hem in de schoot kwam werpen, dat hij besloot om de man in te lijven als zijn vaste rechterhand. De twee zouden tot de dood van Strayhorn een onafscheidelijk creatief stel vormen. Strayhorn was een bescheiden figuur en liet het opstrijken van het krediet graag over aan anderen, waardoor zijn bijdragen en invloed vaak wat miskend werden. Maar vergelijk werk van zijn hand met dat van tijdgenoten en het wordt meteen duidelijk dat deze figuur een paar niveaus hoger stond. Talloze composities klinken nog altijd even tijdloos als ze meer dan een halve eeuw geleden al moeten geklonken hebben.

Het negenkoppige Rebirth::Collective, zes blazers en een ritmesectie, baant zich hier samen met gastmuzikant/gitarist Jesse Van Ruller, een weg door zeven van die composities. Dé klassieker, “Take The ‘A’ Train” is afwezig (niet erg), maar er passeert heel wat ander fraais, dat geplukt werd uit drie decennia pennenvruchten, met daarbij een paar oudere nummers (“Chelsea Bridge”, “Lush Life”, “Johnny Come Lately”), maar ook een paar van de laatste fase, zoals het titelnummer en het uit The Far East Suite geplukte “Isfahan”. De band blijft daarbij doorgaans trouw aan de vorm en de geest van de originele stukken (hier geen poparrangementen of bewerkingen à la ICP Orchestra), maar dat gebeurt wel met stijl en variatie.

De band heeft daarvoor ook de kwaliteit in huis met trompettisten Jo Hermans en Carlo Nardozza, saxofonisten Bruno Vansina (alt), Wietse Meys (tenor) en Joppe Bestevaar (bariton), pianist Ewout Pierreux, bassist Jos Machtel en drummer Tony Vitacolonna, die ervaring meebrengen uit o.m. het Brussels Jazz Orchestra, Flat Earth Sociey, Tutu Puoane Sextet, Score Man en vele andere en eigen projecten. Jesse Van Ruller, twee decennia geleden nog de eerste Europeaan om de prestigieuze Thelonious Monk Award te winnen, fungeert uitstekend in deze context, met vloeiende solo’s en een stijl die klassiek aanvoelt, maar hier en daar een moderne toets binnensmokkelt. Ergens in de zone tussen Joe Pass en Pat Metheny.

Vanaf “Isfahan” word je meteen meegenomen op een trip door een universum van weldadigheid en elegantie. Hoewel het stuk later kwam in het oeuvre van Strayhorn en Ellington, verwijst het ook nog naar de hoogdagen van de bigbands, toen er van die hectische bebopstunts nog geen sprake was en kleppers als Johnny Hodges, Roy Eldridge en Coleman Hawkins grote sier maakten. Hier krijgen ook alle muzikanten wel eens de kans om te schitteren, met meteen glansrollen voor Van Ruller en Meys. “UMMG” schiet meteen uit de startblokken met de power van een balzaalorkest (daar klinkt de band echt als een complete bigband), maar neemt dan even gas terug, om vervolgens uit te pakken met een vette swing en sappige baritonsolo.

“Chelsea Bridge”, ongetwijfeld een van Strayhorns mooiste, zorgt even voor het obligate rustmoment, is ideaal voer om mee over de dansvloer te zweven en bevat een knappe solo van Machtel. Vervolgens gaat de boel opnieuw aan het bruisen met een zwierig “Raincheck” en een compacte uitvoering (zowat het enige stuk dat het houdt bij Ellington-lengte) van “Johnny Come Lately”, met een flitsende solo van Bruno Vansina. De trompet krijgt het dan weer voor het zeggen in een gepast elegant arrangement van “Lush Life”. Ooit al onder handen genomen door Nat King Cole, John Coltrane en Ella Fitzgerald, maar ook in deze versie heel erg geslaagd.

De facto bandleider Peremans, die ook tekende voor het merendeel van de arrangementen, krijgt dan weer de nodige ruimte in “Satin Doll”. Ellington beschikte met o.m. Lawrence Brown, Tricky Sam Nanton en Juan Tizol (die samen met hem “Caravan” schreef) over een paar toptrombonisten, maar de lichtvoetigheid en souplesse waarmee Peremans speelt mag er ook zijn. En dat is dan ook de slotsom voor Raincheck: dit is gewoonweg een uitstekend eerbetoon aan een van de grote jazzcomponisten, van een tienkoppige band met de bagage om dat tot een goed einde te brengen. Ellington/Strayhorn-, swing- en bigbandliefhebbers weten wat te doen. En door de hoesafbeelding van Rinus Van De Velde (die eerder ook al mooie dingen maakte voor Joachim Badenhorst en STUFF.) haal je bovendien ook nog eens een mooi kunstwerkje in huis. Win-win.

E-mailadres Afdrukken