Banner

El Yunque

Baskenland

7.5
Lennert Hoedaert - 25 maart 2016

U wilt uw noiserock puur en onversneden? Dan bent u bij El Yunque aan het juiste adres. De vier piepjonge Limburgers hebben overduidelijk goed geluisterd naar Slint, Sonic Youth, This Heat en de oude Swans, maar klinken bovenal eerlijk én verschroeiend.

Giel Cromphout en Kasper De Sutter richtten de band op die eind 2013 zijn eerste optreden gaf en vormen nog altijd de spil van El Yunque. Mattias Jonniaux — tevens drummer bij Pique — drumt het kabaal aan elkaar, theaterman Jules Jordens — die de digitale percussie bedient — zorgt volgens de band zelf voor het ‘totaalconcept’. Allemaal zijn het ongeleide projectielen met veel muzikale bagage, maar dat maakt de zoektocht naar een eigen geluid er niet gemakkelijker op. Hoe tegendraads de jonge noiserockbands ook (willen) klinken, ze hebben volgens sommigen een beetje last van wat je het postrocksyndroom zou kunnen noemen. Maar El Yunque is alvast op de goede weg om het tegendeel te bewijzen.

Van de in 2014 verschenen EP E.Y. wordt wel eens gezegd dat het plaatje richting miste — en dat gaf de band ook zelf toe. Door naar dEUS, Lightning Bolt en Swans te refereren, gaf El Yunque te kennen dat het eigenlijk nog zoekende was. Op Baskenland is de rode draad al veel duidelijker. “Kaaiman” is een vrij primitieve opener, maar laat meteen horen waar El Yunque naartoe wil: naar de wanhopige jaren tachtig en de luidruchtige start van de jaren negentig. Lang geleden dat irritant geschreeuw en vlijmscherp gitaarwerk nog zo genietbaar klonken.

In een witheet maar repetitief “Kassandra, Esq.” herhaalt Cromphout de teksten als een mantra. Zo word je haast gehypnotiseerd voor de boel nog moet ontploffen. “Noztechtransch” refereert dan weer meer aan Fugazi en Pixies dan aan Sonic Youth. Tot de band zichzelf alweer met een explosie van gitaren en een manische bui van Jordens in de vernieling speelt (en dat is positief bedoeld). En zo wordt de luisteraar als het ware meegesleurd richting de hoofdbrok van de plaat…

“Kabeldraad” — op een vorige EP al uitgebracht op 11 minuten — heeft alles: noise-uitbarstingen, tempowisselingen, maniakaal geschreeuw, spoken word nonsens en intens drumwerk. Kortom, alles waarvoor de band staat. Diezelfde Jordens speelt met zijn Nederlandse parlando’s een sleutelrol in dit hoogst eigenzinnige nummer. Puur muzikaal gezien misschien niet super origineel, maar o zo confronterend en imponerend. De luisteraar wordt twintig minuten lang met zijn limieten geconfronteerd. Wat ook opvalt: het livegevoel uit de Motormusic komt volledig tot zijn recht.

Over het nut van “Reine Reprise” als intermezzo kan je discussiëren, maar het staat vast dat de band in “Natwoord” het niveau van de eerdere nummers aanhoudt. We horen eerst flarden indierock en durven zelfs het woord aanstekelijk gebruiken, tot het nummer Sonic Youth-gewijs volledig ontspoort. Daarna zijn we de draad echter ietwat kwijt. “Dredge” neigt meer naar Neurosis en consorten. Wanneer de elektrische, industrial drums komen opzetten, is Godflesh ook niet veraf. Maar we missen de meeslepende kracht van de eerste nummers op de plaat. Ook “Druimte” en “Und Dann, Die Kinder” hadden misschien niet gemoeten.

Baskenland heeft dan nog niet de inslag en de consistentie van een Raketkanon en met ongeveer 50 (!) minuten duurt de plaat ook iets te lang, toch is dit sterke staaltje noiserock zeker een aanschafplaat. Maar als wij u nog een raad mogen geven: ga El Yunque eens live aanschouwen. Dan wordt de vuiligheid van de beste nummers nog meer in de verf gezet. Dat bewezen ze al in Trix en vorig weekend opnieuw in de Charlatan. Bovendien zijn de leden ook actief in andere gevaarlijke bands (Blaegger, Novgrod, Piquet, noem maar op). Goed in het oog houden, deze getalenteerde jonge muzikanten

E-mailadres Afdrukken
Tags: El Yunque