Yodok

IIII

Guy Peters - 23 maart 2016

De voorbije jaren waren de twee van Yodok – Kristoffer Lo en Tomas Järmyr – vooral samen in de weer met Dirk Serries als Yodok III (hun nieuwe live-album verschijnt volgende maand), maar intussen namen ze ook hun derde duoalbum op, IIII. En die klinkt toch weer heel anders dan z’n voorgangers.

Ze hebben natuurlijk ook wel stoten uitgehaald naast Yodok III (de voorbij twee jaar goed voor twee vinylreleases en twee tapes). Zo werd Järmyr vorig jaar ingelijfd bij de gerespecteerde Italiaanse cultband Zu, en speelde hij met dronesduo Barchan, grindcoreband Forræderi en de kitschgozers van The MaXx. Kristoffer Lo maakte op zijn beurt grote sier in binnen- en buitenland met Highasakite (een indiepopband die uitgegroeid is tot een van de populairste van Noorwegen), een bejubeld album met het Trondheim Jazz orchestra én een recent verschenen soloalbum. Het mag dus al een klein mirakel wezen dat ze elkaar nu en dan nog tegenkomen in thuisstad Trondheim, waar ze beiden studeerden.

1 (2012) en #2 (2013) lieten al horen dat het duo z’n eigen uithoekje gevonden had, eentje waarin de werelden van drones, minimalisme, vrije improvisatie en majestueuze power een hecht en massief verbond vormden. Het waren bewegingen van de lange adem, die met eindeloos geduld en persoonlijke affiniteit afgewerkt werden. Niet zozeer muzikale ondernemingen, als performances met een donkere, ritualistische aantrekkingskracht. Geladen, zwaar melancholisch als de beste post-metal en behoorlijk overrompelend. Met Serries werd daar aanvankelijk erg knap op verder gebouwd en gevarieerd, al was er voorlopig nog geen album dat de woeste intensiteit van de recentste Yodok III-concerten kon repliceren. In afwachting van de nieuwe trioplaat komt IIII eigenlijk al tegemoet aan die vraag.

IIII ligt duidelijk in het verlengde van #2, een plaat die ook al uithaalde met verschroeiende climaxen en bij momenten oorverdovende volumes, maar deze drie stukken, samen goed voor een speelduur van meer dan een uur, slagen er nog beter in om de unieke impact van hun muziek te etaleren. Het samenspel beweegt zich nog altijd voort als een hecht blok, maar de twee maken niet meer noodzakelijk dezelfde beweging. Of toch niet meer zo perfect synchroon. Het is nog altijd muziek van climaxen en een verrassende emotionaliteit, maar het lijkt wel alsof ze iets verder van elkaar kunnen dwalen. Dat wordt alleszins ook gereflecteerd in de productie, waarin de individuele routes nu duidelijker van elkaar te onderscheiden zijn.

In de aanloop van “I” is het blaaswerk van Lo (tuba, flugabone en sound processing) aanvankelijk vrij ‘naturel’, maar doorheen het album haalt hij ongehoorde dingen uit met de instrumenten. Hij bewerkt klanken, stapelt ze op elkaar, verweeft ze tot een totaalsound die kan uitpakken met een verwoestende energie én een delicate finesse. Hij zorgt voor de melancholie en de harmonie. Al zou je kunnen zeggen dat Järmyr, nog altijd een van de meest veelzijdige drummers die we ooit aan het werk zagen, daar net zo’n belangrijke rol in te vervullen heeft. Of het nu gaat om ritualistische dronestactieken, hysterisch geroffel, hoekig beukwerk, jazzy swing of puur klankenonderzoek zoals in zijn cimbalenperformances: hij kan het allemaal, en laat ook hier een fraai staaltje van z’n kunnen horen.

In “I” beperkt hij zich aanvankelijk tot zachte slagen op de toms, maar het duurt slechts enkele minuten voor in die loodzware melancholie een bredere klankkleur opduikt, een gedruppel en gekletter van vellen en cimbalen, van roterende figuren en bonkig stompende ritmes, een steeds nerveuzer geratel en gerammel, tot je ineens beseft dat het samen met het vervormde blaaswerk van Lo zorgt voor een immense geluidsmuur, of eerder een geluidsmars waar loodzware basklanken, orgeldrones, uitgerokken motieven en pure emotie in te ontwaren zijn. Echte en fantoomgeluiden in een verbond. Op weg naar een onvermijdelijke piek, en weer terug.

“II” start meteen vanuit de rollende ritmes van Järmyr, waar Lo’s golven snel een antwoord bieden. Een kustalarm, een fabriekssirene, het exotische gegalm van een minaret. Het zijn stuk voor stuk associaties die door je hoofd spoken terwijl de twee een desolate wereld op poten zetten. Na een minuut of zeven komt er dan weer zo’n onderstroom bij, die je benen als bij een moddervloed vanonder je lijf rukt. Järmyr valt even weg, Lo laat de klanken over elkaar schuiven, en de drummer pikt weer in met hypnotiserende roffels, baant de weg naar een nieuwe finale met fluitende, gierende pieken. Het geraas van een drummer die dubbele basdrum, toms, trommels en cimbalen in de strijd werpt met een onophoudelijke, manische energie. Eigenlijk niet minder dan pure muzikale waanzin.

Slotstuk “III” wijkt dan eigenlijk het verst af van de ‘standaardaanpak’, door niet zozeer uit te pakken met een stijgende en dalende stroom van golven en ritmes, maar een andere vorm van bombast; een aaneenschakeling van texturen, slagen, start/stop-roffels en knetterende salvo’s, waarbij een op hol geslagen Järmyr uiteindelijk door het lint gaat met een mechanische furie. Het blijft donker, maar de kleurenrijkdom, ook bij Lo, was er zelden zo breed, de dynamiek zo contrastrijk, het reliëf zo grillig. En dan, geen scenario van uitdoven, maar een deur die in een ruk dichtgegooid wordt: WHAM!. Een gepast slot voor een album dat de bakens alweer een stuk verlegd heeft. IIII is geen eenvoudig album dat je er even tussen neemt. Integendeel: het is een intense trip die een geconcentreerde beluistering vergt (en bij voorkeur op hoog volume), en die inspanning beloont met een even slopende als verrijkende en grandioze luisterervaring.

Beluisteren en kopen kan via Bandcamp. Op 16 april speelt Yodok III op Roadburn Festival (Eindhoven, NL), waar Legion of Radiance: Live AT Dokkhuset (Consouling Sounds) wordt voorgesteld, en op 6 mei op het Dunk Festival in Zottegem.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Yodok