Banner

William Parker / Raining On The Moon

Great Spirit

8.0
Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 18 januari 2016

Een release die net zo goed Corn Meal Dance, Vol. 2 had kunnen heten, en dan weten de liefhebbers genoeg. Het New Yorkse jazzlabel AUM Fidelity dook in zijn archieven en kwam op de proppen met de resterende opnames die tijdens de sessies van dat album uit 2007 gemaakt werden en doet er een kleine bonus bovenop.

William Parkers kolossale oeuvre bestrijkt een groot stuk van het jazz- en improspectrum, en daarin neemt het sextet Raining On The Moon een bijzondere plaats in. Het is een uitbreiding van zijn virtuoze kwartet met trompettist Lewis Barnes, altsaxofonist Rob Brown en drummer Hamid Drake, misschien wel de meest swingende, jazzgerichte en aanstekelijke van al zijn projecten (koop al hun platen!). Voor Raining On The Moon worden daar nog zangeres Leena Conquest en pianist Eri Yamamoto aan toegevoegd. Als Sextet maken ze muziek die aansluit bij die van het kwartet, maar vermoedelijk nog net iets klassieker klinkt. Houdt het Quartet grote sier binnen een zone die doorgaans wordt omschreven als ‘freebop’, een term die voor zich spreekt, dan blijft de structuur en traditie (nog) sterker behouden bij Raining On The Moon.

Met resultaat, want op Corn Meal Dance leidde dat tot negen songs die uitgevoerd werden door een soulvolle, perfect op elkaar ingespeelde eenheid. Duidelijke structuren en verhoudingen, maar dan gebracht met memorabele thema’s, vloeiende interactie en een gloeiende elegantie. Na de opnames op 3 januari 2007 stak even het idee de kop op om er een dubbelalbum van te maken, maar uiteindelijk werd besloten om de essentie uit te brengen. Great Spirit brengt nu de rest van die geïnspireerde dag aan de man en doet er een duet van Conquest/Yamamoto uit 2012, een stuk uit een concert dat voor het grootste stuk belandde op de machtige box set Wood Flute Songs.

De eerste vier songs van Great Spirit sluiten dan ook naadloos aan bij Corn Meal Dance. “Bowl Of Stone Around The Sun” is er meteen eentje die na een halve beluistering blijft hangen, met een lichtvoetig dansende toets, een frivool fladderend thema dat zo weggeplukt lijkt uit de vroege jaren zestig en dan die stem van Conquest erover. Het is niet de muziek van verrassingen, maar wel die van ervaring en homogeniteit, en waarin uitgebreid het verhaal wordt verteld over de spirit world die in Parkers oeuvre een rode draad is. “Doson Ngoni Blues”, genoemd naar een Westafrikaans instrument, en een traditioneel stuk met een kop en een staart, zoekt al net zozeer een evenwicht van het aardse en het spirituele. Spul waarmee je de tent van Jazz Middelheim zo inpakt.

“Feet Music” vertelt het verhaal van slavernij, van werken zonder betaald te worden of respect te krijgen, maar tegelijkertijd ook die van de spirit die zich niet aan banden laat leggen en voor de nodige vechtlust en waardigheid zorgt: “No one is gonna stop me / I’m free”. Opvallend genoeg is het de meest lichtvoetig klinkende song van de vier. De toeverlaat wordt verder uitgewerkt in de titelsong, een tragere compositie die vooral opvalt door een wending die de weg opent voor een schuchter improvisatiemoment waarin sax, trompet en piano elkaar schuifelend doorkruisen, om uiteindelijk weer bij het startthema te belanden. Dat allemaal met vloeiend gemak.

Resteren nog drie stuks: “Prayer-Improv” is een improvisatie die werd opgenomen na een van de hoogtepunten van die dag, het duet “Prayer” van Conquest en Yamamoto. Het is een vrij verkeer dat aansluit bij het exploratiewerk van het Quartet en verwant is aan de klassieke periode van het Ornette Coleman Quartet, maar net zoals de band destijds plots het voorafgaande duet te horen kreeg in de koptelefoons, zo ook wordt die track hier over de improvisatie gelegd. Het resultaat is een schurend samengaan van knetterende impro en een bloedmooie ballade. Een wat merkwaardige keuze, al lijkt het duet daadwerkelijk in de kwartetimprovisatie over te vloeien.

“Song (For Whitney)” uit het concert van 2012 laat vooral horen hoe anders de stem van Conquest hier klinkt. Herkenbaar natuurlijk, en gracieus, maar ook merkbaar ouder en een tikje breekbaarder, wat het stuk een licht gerafelde, waardige charme geeft. “Potpourri” tenslotte, beantwoordt aan die titel. Het is een achteloos achterafje, al een tijd bezig voor de Record-knop gevonden werd en met de losse vreugde van een marching band en vijf muzikanten die een met elkaar dollen en refereren aan Sonny Rollins’ “St. Thomas”. Verre van een cruciaal stuk, maar een veelzeggende bonus die iets weergeeft van hoe het er op die dag aan toeging. Great Spirit mist daarmee de consistentie en samenhang van Corn Meal Dance, maar dat is dan ook een van Parkers meesterwerken van het vorige decennium (wat eigenlijk ook geldt voor de kwartetplaten). Wie die plaat genegen is, kan deze dan ook niet laten passeren.

E-mailadres Afdrukken