Banner

David Bowie

Blackstar

9.0
Philippe Nuyts - 10 januari 2016

Waar drie jaar geleden de verrassing van Bowies comeback de muzikale inhoud van het behouden The Next Day overschaduwde, is het nu de plaat zelf die verrast. Op het donkere Blackstar huwelijkt Bowie free jazz uit aan pop, maar het resultaat is een bastaardkind dat alleen van hem kan komen.

Veelbetekenend voor de kracht en de impact van deze plaat is dat het begon met een nieuw nummer op een best of: “Sue (Or In A Season Of Crime)”, bijna twee jaar na The Next Day. Een album waarop hij qua hoes en qua inhoud ook al meer terug- dan vooruitkeek. Gearrangeerd door jazzcomponist en orkestleider Maria Schneider, was “Sue” een verrassend onrustige koortsdroom die dwingender en avontuurlijker klonk dan alles wat Bowie deze 21ste eeuw had uitgebracht. Als een streep onder het muzikale terugkijken, de blik eindelijk weer vooruit. Waarna diezelfde Schneider Bowie aanraadde eens te gaan kijken naar een jazzkwartet rond saxofonist Donny McCaslin, met voorts nog drummer Mark Guiliana, bassist Tim Lefebvre en toetsenist Jason Lindner. Na het optreden verliet Bowie stilzwijgend de club, om het viertal kort daarna te contacteren om een plaat met hem op te nemen.

Het was de finale vonk die nodig was om Bowies inspiratie in een nieuw album te doen ontvlammen. Maar Blackstar is niet zomaar Bowies (free)jazzplaat geworden. Het kwartet staat ten dienste van een eigenzinnig, donker geluid waar hiphopritmes (Kendrick Lamars How To Pimp A Butterfly is een grote invloed), vaak sinistere synths (bijwijlen met dank aan James Murphy van LCD Soundsysstem, die ook percussie bijdraagt) en popmelodieën zorgen voor een blend die simpelweg nog niet gehoord is. Dit onderscheidt Blackstar cum laude van soortgelijke experimenten als Earthling, waar alle songs heel nadrukkelijk een destijds hippe drum and bass-jas om kregen, waardoor die plaat ondertussen wat gedateerd klinkt. Dat de ontegensprekelijke hedendaagse invloeden nu allemaal subtieler worden verwerkt, maakt dat Blackstar een veel grotere kans heeft om waardig ouder te worden.

Ook doordat Blackstar aanknoopt bij Bowies beste en grootste platen, waarop zijn eigenzinnigheid nooit in de weg liep van, maar eerder te danken was aan waanzinnig sterke songs. Titelsong “Blackstar” is simpelweg een van de beste, meest opvallende Bowiesongs van de laatste pak ‘m beet 25 jaar – van z’n hele oeuvre, zal de tijd moeten uitwijzen. Op een onderhuids nerveus, door Guiliana voortgejakkerd ritme prevelt Bowie donkere, religieus geïnspireerde lyrics, waarna halverwege even het licht binnenvalt als synths het donkere wolkendek openscheuren en Bowie bezweert dat hij geen pop star, geen marvel star noch gangstar is. Aan het einde wordt de lucht weer donker, en dat voor de rest van de plaat. De blinddoek uit de verkillende clip, die ook in het artwork van deze plaat en in de clip van “Lazarus” terugkomt, krijgt op de eerstvolgende Bowietentoonstelling ongetwijfeld een prominente plaats naast zijn andere iconische vermommingen. Blackstar eist zo in meerdere facetten een opvallend hoofdstuk op in Bowies oeuvre, en dat op z’n 69ste. Niemand doet hem dat na.

Die opvallende eigenheid van deze plaat is ook te danken aan de compleet andere rol van de saxofoon, een rode draad in Bowies werk, in vergelijking met de vroegere platen. De manier waarop Donny McCaslin loos mag gaan in de herwerking van “’Tis A Pity She Was A Whore” (tot jolijt van Bowie te horen aan de “whoos”) is ongehoord bij hem. In “Sue (Or A Season Of Crime)” excelleert Guiliana dan weer, wier jachtig ritme in combinatie met Bowies lijzige zang “I’m Deranged” in herinnering brengt.

Daarna gaat het tempo finaal naar beneden, voor een bedeesdere tweede helft. Maar “Dollar Days” en “I Can’t Give Everything Away”, dat door het duet tussen gitaar en synths in de achtergrond zelfs aan Heroes doet mijmeren, planten zich door ijzersterke zanglijnen sterker in hoofd en hart dan de songs op The Next Day en Reality. Twee platen die bovendien een algemene sfeer misten die de songs op Bowies beste platen naar een hoger niveau tillen -- zie behalve zijn seventies-platen ook 1.Outside bijvoorbeeld, en dit Blackstar. En daarna is na 7 songs, waaronder twee herwerkingen en twee reeds vooruitgestuurde singles, en na 41 minuten de pret wel héél snel uit. Terwijl Blackstar vooral honger doet krijgen naar meer van dit. En er zou ook meer zijn: Guiliana zegt dat tijdens deze sessies een vijftiental songs zijn opgenomen.

Onwaarschijnlijk hoe een nieuwe plaat van een 69-jarige al wekenlang de muziekpers domineert en tot de meest gehypete platen van 2016 zal behoren. Nog onwaarschijnlijker is hoe relevant Bowie met deze plaat weer is geworden. Er wordt immers vermoed dat deze blend van (free) jazz met meer popgerichte structuren op nog meer platen gaat opduiken dit en de komende jaren. De verrassing dat Bowie nog platen maakt heeft plaats gemaakt naar de verrassing dat Bowie nog dit soort platen maakt. We moeten de tijd zijn werk laten doen, maar er zijn argumenten genoeg om te durven stellen dat Blackstar wel eens de beste Bowie sinds Heroes uit 1977 kan zijn. Gaat u dat vooral zelf maar eens na. Maar los daarvan: het zomert zowaar in de winter van Bowies carrière. Nogmaals, niemand doet hem dat na.

E-mailadres Afdrukken
Tags: David Bowie