Banner

Ludovico Einaudi

Elements

7.0
Steven Vervaet - 11 november 2015

Iedereen kent Ludovico Einaudi. De meeste mensen zonder het zelf te beseffen. Om Grote Emoties in de verf te zetten, grijpen tv-makers bijna blind naar de composities van deze Italiaanse pianist en componist. Geef ze eens ongelijk: ook de elegante melodieën en subtiele arrangementen van Elements trekken als vanouds diepe groeven in de ziel.

Derek, Intouchables, Meneer Doktoor en talloze reportages in Vlaanderen Vakantieland en Koppen: met de composities van Ludovico Einaudi delen ze allemaal dezelfde soundtrack. Enkel het werk van Nick Cave en Warren Ellis voor The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford doet nog vaker dienst als muzikale trekhaak om de kijker een welbepaalde scène binnen te loodsen. Zoals gezegd, verwonderlijk is die populariteit niet. De composities van de Italiaan klinken steevast weemoedig en hoopvol tegelijk. Alsof ze én de herfst én de lente in zich dragen. Dat brede emotionele spectrum koppelt Einaudi ook nog eens aan een grote helderheid en herkenbaarheid. Hij schudt telkens weer verheffende, loepzuivere melodieën uit z’n mouw en ook in de arrangementen toont hij zich een meesterlijke minimalist. Strijkers, loops en elektronica spelen een belangrijke rol in z’n sound, maar ze staan altijd ten dienste van de noten die hij uit z’n Steinway tovert. Zoals de platen van Max Richter en Jóhann Jóhannsson één langgerekt geheel vormen, staat elke compositie van Einaudi helemaal op zichzelf. De neo-classicus met de grootste popgevoeligheid, zeg maar.

Dat hoor je onmiddellijk in “Night”. Een keyboardloop à la Lali Puna zet je even op het verkeerde been, maar dan valt een uit de duizenden herkenbare pianomelodie in die zo op zijn bekendste plaat Divenire had gekund. Het Amsterdam Sinfonietta zorgt met een maalstroom van zwierige strijkers voor de orkestrale kers op de taart. Kortom, vintage Einaudi. Ook in de gracieuze opener “Petricor” stuwen strijkers de dragende melodielijn richting het pantheon van de extase en het glaciale “Drop” meandert door een bekend landschap van treurende cello’s en percussief geritsel.

Niet echt revolutionair allemaal, maar je vergeeft Einaudi z’n geijkte modus operandi makkelijk. Elements klinkt namelijk heel gevarieerd en hij zoekt voortdurend naar nieuwe, welja, elementen. Luister maar naar het titelnummer dat geruggensteund wordt door een gortdroge baslijn die je eerder met Balthazar associeert. Of het bloedmooie “Four Dimensions” dat begint als een groene knop, maar langzaamaan openbloeit met marimba, vibrafoon en live elektronica van Robbert Lippok van To Rococo Rot. Het licht sinistere “Mountain” beklijft dan weer enkel met de nevelige ambient van die Duitse laptopwizard en het pianowerk van Einaudi.

Zoals de meeste platen van Einaudi is dus ook Elements een spel van licht en donker, van euforie en melancholie en van snel en traag. Het verschil met In A Time Lapse is klein, maar dankzij de rijke klankkleur, zin voor detail en de glasheldere productie voelt de plaat nooit aan als een herhalingsoefening. Ook niet in de solostukken “ABC” en “Song For Gavin”, waarin nogmaals blijkt wat voor een begenadigde pianist Einaudi is. Geen nodeloze complexiteit of zielloze virtuositeit, maar glasheldere, transparante melodieën die als wolken aan de hemel voorbijtrekken.

En zo is ook Elements alweer een fraai staaltje vakmanschap en een knap nieuw hoofdstuk in het indrukwekkende oeuvre van deze Italiaanse impressionist. Geen verdere verbreding, maar eerder een verdieping en perfectionering van zijn bekende succesformule. Bij Ludovico Einaudi is dat meer dan genoeg.

E-mailadres Afdrukken