Banner

Eels

Royal Albert Hall

8.0
 - 05 juni 2015

Eels, dat zijn nog steeds de plezantste antihelden in de rockmuziek. “Royal Albert Hall” levert niet alleen een bewijs van hun straffe livereputatie, maar bindt bovenal een fenomenale strik rond hun recentste werk.

“I hope you’re in the mood for some sweet, soft, bummer rock. It’s not gonna be like last year, all the noisy guitars and the track suits.” Stond Eels op hun vorige tournee nog garant voor onstuimige boys-will-be-boys-rock, in de Royal Albert Hall klinkt de band een stuk intiemer. Wacht eens even: Eels heeft ooit al dat soort liveplaat uitgebracht -- het magnum opus Live At Town Hall, een magistrale neerslag van hoe Eels in kamersetting klonk.

Tussen de Town Hall van New York en de Londense Royal Albert Hall ligt evenwel niet alleen een oceaan maar ook negen jaar aan extra Eels-repertoire, en dat maakt van deze recentste concertregistratie een heel andere ervaring. In 2006 putte Mark Oliver Everett -- E -- onder meer uit Electro-Shock Blues, Daisies Of The Galaxy, Souljacker en Blinking Lights And Other Revelations, maar in Londen werden die platen grotendeels naar de achtergrond verwezen. Royal Albert Hall serveert voornamelijk een bloemlezing van de band post-2009.

Laat dat nu net de periode zijn waarin ik Eels steeds meer uit het oog ben verloren. Na Hombre Lobo was de pit eruit -- Wonderful, Glorious was een verdienstelijke poging, maar een klassieke Eels-plaat, it ain’t. Er kroop wat zelfgenoegzaamheid in de songs, en de ruwe kanten werden vaker dan nodig afgeveild. Ik had het allemaal al wel een keertje gehoord.

Afijn, als er al iemand als een ouwe zak begon te klinken, dan was ik het vooral. Een ouwe zagevent die met deze liveplaat stevig op zijn plaats is gezet. Eels op retour? Jamais. Op Royal Albert Hall vertrappelen de poprockparels elkaar welhaast: “Parallels”, “Mansions Of Los Felis”, “A Line In The Dirt”, “Mistakes Of My Youth” -- stuk voor stuk weergaloze, goudeerlijke en vooral bloedmooie songs uit de recentste output van de band. De arrangementen zijn navenant.

En zelfs al staat Eels hier nadrukkelijk ingesteld op een intieme zaalsetting, toch is er ruimte voor wat licht vertier. “A Daisy Through Concrete” swingt zwierig heen en weer, “I Like Birds” wordt uit zijn hengsels gelicht, en doorheen de hele set strooit E met soms hilarische, soms absurde, soms bijna gênant vreemde verhalen en bindteksten. Over de zaal: “I do wanna say thank you to Royal Albert for inviting us. Or Albert as I call him -- he’s a nice guy.” Over drummer Knuckles: “He makes the glockenspiel softrockenspiel.” Het publiek eet ondertussen uit zijn hand.

Naast “I Like Birds” is er nog een handvol oudere nummers die naadloos in het geheel passen. “It’s A Motherfucker”, “Fresh Feeling”, “Grace Kelly Blues”, “Blinking Lights (For Me)” -- enkel bij “My Beloved Monster” pas ik, want deze versie doet me net te veel aan Mark Knopfler denken. En als ik aan Mark Knopfler denk, krijg ik vliegende diarree (dat hoefde u misschien niet te weten). In ieder geval: na iedere song vervloek ik mezelf dat ik er niet bij was in Londen.

Bijna anderhalf uur Eels staat er op “Royal Albert Hall” verzameld -- dat is een stevige dosis, temeer omdat deze band geen snelle hap popentertainment voorschotelt. Complexloos het leven in de ogen kijken is nooit de forte geweest van Everett, en zijn teksten zijn dan ook zelden emotioneel licht verteerbaar. Toch boeit “Royal Albert Hall” van begin tot eind. Net zoals “Live At Town Hall” tegenwoordig als een retrospectieve op die vroege, klassieke Eels-platen mag worden gezien, zo voelt deze plaat als een synopsis van en een ode aan een reeks albums waarmee deze band zijn repertoire onmiskenbaar uitdiepte, verbreedde en verrijkte. En laat niemand u iets anders wijsmaken.

E-mailadres Afdrukken
 
Eels

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST