Banner

Wire

Wire

6.5
 - 21 april 2015

Wire is nooit een band geweest die op zijn lauweren bleef rusten. Al bijna veertig jaar lang bevinden ze zich in de kop van het postpunkpeloton. Die plek geven ze ook met hun eerste titelloze plaat niet af. Een nieuwe Wireplaat is dan ook altijd welgekomen.

De band kreeg grote sommen aangeboden om in hun originele bezetting en met de songs die ze eind jaren zeventig uitbrachten, mee te draaien in de revivalbeweging die de voorbije jaren is ontstaan rond punk-, wave- en postpunkbands . Ze hebben deze aanbiedingen echter telkens afgewezen. Waarom ook teruggaan in de tijd? Ze zijn immers nog helemaal relevant en lopen zelfs nu – de kaap van de zestig levensjaren gerond - nog altijd voor op hun tijd. Meer zelfs: moest dit een debuutplaat van een beginnende band zijn, dan zouden mensen opgewonden praten over hun toekomst. Hun strak op die toekomst gerichte aanpak houdt de band fris en wendbaar.

Wire’s geluid heeft altijd gebalanceerd op de creatieve spanning tussen enerzijds een ongebreidelde experimenteerzucht en anderzijds de popgevoeligheid van Colin Newman, zijn hang naar eenvoud en zijn liefde voor psychedelica uit de late jaren zestig. Het is een combinatie die al heeft gewerkt en nu ook blijft werken.

Zo is opener “Blogging” een vlijmscherpe aanklacht tegen de vervlakking en individualisering in de egocentrische wereld van sociale media, smartphones, Amazon en Google. “Blogging like Jesus/Tweet like a Pope/Site traffic heavy/I'm YouTubing hope,” zo verwoordt de man op leeftijd in Colin Newman mild sarcastisch zijn kijk op de invloed van de digitalisering. Anderzijds loopt hij natuurlijk ook al lang genoeg op deze aardbol rond om zich de tijd zonder e-mail, torrents en Apple nog te herinneren. De tijd zal wel uitwijzen of zijn zorgen terecht zijn, zeker? Het dromerige “Shifting” gaat over het einde van een relatie en baadt in een herfstige sfeer. “I didn't see it coming/I was taken by surprise/There was something in the air/But I failed to read the signs,” klinkt het gelaten en een tikkel sip. Ook “Burning Bridges” handelt over een (dezelfde?) relatiebreuk. En over hoe een asbesten schouw niet goed is voor de gezondheid. Aan het eind van het lied hoor je een slide gitaar, dan toch een nieuwigheid op deze plaat. “High” drijft op een synthesizerarpeggio en is verder een typische Wiresong: strakke drums, een pompende baslijn en een vuile gitaar.

In het slepende en duistere “Sleep-Walking” is de geest van George Orwell en zijn “1984” nooit veraf. De toegenomen digitale controle – denk aan Edward Snowden en Julian Assange - en hoe de politiestaat soms met steeds rassere schreden naderbij lijkt te komen, vormen het thema van de song. Colin Newman lijkt trouwens wel over Wart De Bever en zijn partij van dammenbouwers te zingen: “The narrowest vision/Often has the widest appeal/A lack of decision/Leaves us open for a steal/Left out, abandoned/We're less than ideal.” Blijkbaar vormen de opkomende kortzichtigheid en de bijhorende onderbuikpolitiek niet alleen bij ons een probleem. Soit, gelukkig staat er hier en daar ook een wat happier song op de plaat. Zoals het springerige “Joust & Joustle”, een lied waarvan we altijd weer een beetje goedgeluimd worden. Al is het maar omdat je zo goed kan horen waar Pixies de mosterd vandaan haalde: die pulserende ritmesectie, die noise brakende doch melodieuze gitaren! Het ingehouden startende “Swallow” doet eerst hard denken aan “Heartbeat” om dan – bij het invallen van Robert Grey’s drums – een eigen mombakkes te ontwikkelen. In het betoverende klanktapijt aan het eind hoor je de hand van Hugs Backgitarist Matthew Simms – dertig jaar jonger dan de rest van de band – die voor het eerst meedraaide tijdens het creatieve proces dat voorafging aan de opnames.

“Split Your Ends” valt nog het gemakkelijkst te vergelijken met het werk van de band ten tijde van Send of Read & Burn en klinkt wat digitaler dan de rest van de nummers. Aan het eind van het lied mag Matthew Simms zowaar een gitaarsolo – wie de muziek van Wire kent weet dat het een zeldzaamheid is – uit zijn mouw schudden. “Octopus” gaat een beetje op hetzelfde elan verder. Hoofdrollen zijn weggelegd voor twee door elkaar lopende en meanderende gitaarpartijen. Afsluiter “Harpooned” schiet uit de startblokken met een gitaarpartij – of zijn het er twee? - die een muur van geluid voortbrengt. Het is het begin van een epische noisesymfonie. Het lied doet trouwens wat denken aan het titelnummer van hun eerste langspeler Pink Flag, een plaat die iedere postpunkadept – en bij uitbreiding iedere popfanaat – in zijn collectie moet hebben.

Wire heeft met zijn dertiende studioalbum alweer een prima langspeler op zijn palmares bijgeschreven. Het is niet hun beste album ooit maar zoals altijd van een hoog niveau. Hardcore Wirefanaten zullen er zeker even mee verder kunnen. Wie de band nog niet kent, begint beter met Pink Flag, Chairs Missing en 154, de eerste drie van de Britse groep.

E-mailadres Afdrukken
 
Wire

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST