Banner

Easel

Bloom

7.0
Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 30 maart 2015

Een groot deel van de muziek die onder de noemer van de vrije improvisatie gegooid wordt en ook op deze website aan bod komt, heeft wortels in de freejazz die in de jaren zestig grote sier maakte. Het was muziek die zich niet enkel ging verlossen van opgelegde conventies, maar ook de vrije keuze benadrukte, en dat vanuit een traditie die toch nog verwantschap had met de roots. Wel, vergeet dat. Dit is van een andere orde.

Van jazz, blues en gospel valt hier niets te bespeuren. Dit past in een andere traditie die een pak abstracter is en dat idiomatische verkeer terzijde schuift voor een variant die vooral inzet op muziek in z’n meest elementaire vorm: klanken, hoe ze te produceren en te vervormen. En dan is geografie snel een stuk minder relevant, ook al krijg je hier een eerder zeldzame combinatie van volk uit Chicago in het bijzijn van een Zwitser.

Christoph Erb is de oprichter van het label Veto-Records, waarop hij sinds een verblijf in Chicago in 2011, ook een aparte Exchange-reeks begonnen is voor releases die Zwitserse muzikanten aan volk uit Chicago koppelen. Dat leidde intussen tot elf releases, met mooi artwork en verschenen in beperkte oplages. Op tien van die releases is Erb ook zelf te horen, in allerlei kleine bezettingen, met kleppers als bassist Jason Roebke, drummer Frank Rosaly en vibrafonist Jason Adasiewicz. Voor Bloom verschijnt hij voor de tweede keer naast drummer/percussionist Michael Zerang en maar liefst voor de vijfde keer naast cellist Fred Lonberg-Holm.

De drie zijn reeds goed met elkaar vertrouwd (de Amerikanen kennen elkaar van Joe McPhee’s Surival Unit III, Brötzmanns Chicago Tentet en talloze andere projecten), al is dat misschien niet zo evident bij een eerste oppervlakkige beluistering. De reden daarvoor is eenvoudig: de sleutelelementen van melodie, harmonie en ritme krijgen hier een heel andere benadering dan je gewoon bent. Ze worden op hun kop gezet, van tafel geschoven of binnenstebuiten gekeerd. Meer concreet: soms draait het om dissonantie en frictie, in plaats van harmonie. Pure fysieke impact vervangt de melodie en het kan net zo goed de rietblazer Erb zijn die zorgt voor de ritmische elementen, met sputterende klanken en tongue slapping.

Een andere manier van musiceren die dus ook een andere luisterhouding vergt. Dergelijke releases krijgen vaak het label van cerebrale muziek opgeplakt, maar spelen zich soms ook af op een fysiek, soms bijna primitief niveau, waarin de bouwstenen van de muziek op oneigenlijke manieren ingezet worden. Hier: drie stukken, samen goed voor vijftig minuten interactie, met van meet af aan een resem scheur-, schraap- en piepklanken, ook van percussionist Zerang, die vermoedelijk in de weer is met strijk- of andere stokken, de oppervlakken van zijn trommels op allerhande manieren onder druk zet en soms amper te onderscheiden valt van Lonberg-Holm op cello.

Die zit dan ook voortdurend te flikkeren met manipulaties, krakende effecten, zeurende uithalen en mechanisch gestotter, wat in combinatie met de twee anderen leidt tot een nerveuze mengelmoes van klanken. Het ene moment met een merkwaardig mechanisch effect, en iets later als een hysterische volière. Soms zitten de drie op één lijn, belanden ze even in een wringende, gehavende ultradrone, maar vervolgens wordt het pruttelende en brommende noise, een kolkende massa die voortdurend transformeert als een identiteit met veel te veel ledematen en voortdurende verschuivingen, alsof die ene, meest geschikte werkwijze hen voortdurend blijft ontglippen.

Er zijn wel wat aanknopingspunten, zoals de duoperformances van John Butcher en Gino Robair met zijn vibrerende oppervlakken en roterende bewegingen, of Martin Küchens geluidsexperimenten bij Chip Chop Music, en nog een heleboel andere - vooral Europese - combo’s die vooral uitpakken met borrelende, ruisende of neurotisch prikkelende experimenten. Dat maakt van Bloom een taaie, moeilijk verteerbare plaat, die enkel te vatten valt indien je het in een geconcentreerde beweging kan beluisteren, en zelfs dan een inspanning vergt, want het gebeurt allemaal zo intuïtief en vrij dat je verplicht wordt om met open vizier en getrainde voelsprieten aan de meet te komen.

Slotstuk “Perigon” belandt even in een stijl die je ‘freejazz’ zou kunnen noemen, maar dan wel van de tegendraadse, geagiteerde, voortdurende op de grens van de chaos balancerende soort. Dat die momenten dan nog tot de meest toegankelijke van de plaat behoren, zegt dan weer genoeg over de resterende 90 procent. Voor open oren die wat gewoon zijn, dus.

E-mailadres Afdrukken