Banner

Eyehategod

Eyehategod

8.0
Guy Van Campenhout - 26 mei 2014

Er zijn veel artiesten die het in hun teksten over problemen van allerlei aard hebben, maar er zijn er slechts een paar die echt kunnen meespreken van ellende. Het New Orleans-combo Eyehategod is een van die 'echte' bands. Het beste bewijs leveren ze door deze titelloze schijf, met een rauwe blik op hun problemen van de afgelopen jaren.

Veertien jaar na zijn voorgaande plaat Confederacy of Ruined Lives staat Eyehategod terug aan het front van de sludgescene. Dat is niet zo vanzelfsprekend want de heren hebben ondertussen armoede, drugsverslaving en celstraffen achter de rug. Maar gelukkig presteert de band het om een album af te leveren dat knalt, net als een modderige feniks die uit de assen van de lokale moerasbaronie verrijst.

Veertien jaar is een verdraaid lange tijd om compleet van het toneel te verdwijnen, en er bestaat dan ook geen twijfel over dat er scepsis heerste over de terugkeer van de meest misantrope van Louisiana's zonen. Die vrees was ongegrond, want aan de basisopzet van Eyehategod is totaal niet gesleuteld. De met zware blues doordrenkte, wringende sludgemetal mag na een aantal jaren en belevenissen misschien iets van zijn scherpe kantjes verloren hebben, in het geval van deze band betekent dat gewoon dat een iets ruimer publiek de vitriolen kan verteren.

Waar Eyehategod er destijds een sport van maakte om met een slepende moloch van een song de boel in gang te duwen (van trappen kan weinig sprake zijn), mag hier “Agitation! Propaganda!” de kar trekken, en dat blijkt plotsklaps een snelle en razende, semipunkachtige hymne te zijn die meteen het oorsmeer uit de gehoorgang davert. Ook opvolger “Trying to Crack the Hard Dollar” is bijna atypisch snel en venijnig, met fikse lappen blues en whisky opgesierd, en vooral nog erg boos.

Pas vanaf “Parish Motel Sickness” komt de ziekelijke natuur van Eyehategod meer naar de voorgrond, met slepende gitaarlijnen en de nog altijd vunzige stem van frontman Mike Williams. Hier mogen ook de scheurende en piepende fluittonen van de wondere wereld der feedback volop hun opwachting maken, iets dat vroeger vaker werd gedaan maar hier veel gestructureerder gebeurt. Het ziet er vooral naar uit dat Eyehategod de rauwheid van vroeger deze keer in meer gestroomlijnde songs heeft gegoten, met dodelijke accuratesse tot gevolg.

Het feest stopt overigens niet daar, want wie het venijn van “Quitter's Offensive” overleeft, heeft nog zes lappen brute kracht te gaan. Het meest opvallende aan dat nummer is vooral de tekst, die niet alleen pijnlijk eerlijk is (iets dat Eyehategod gelukkig altijd heeft gedaan), maar ook overtuigend klinkt uit de mond van mensen die onwaarschijnlijk diep in de put hebben gezeten en daar nu met enige schaamte op terugkijken. Geen verheerlijking van eventuele misdaden, geen geromantiseerde flauwekul over de zelfkant van de maatschappij, maar de harde realiteit in al zijn glorieuze lelijkheid. Dat laatste spreekt dus nu meer via de teksten dan in de bitter hard tegenwringende muziek.

Eens de laatste tonen van “The Age of Boot Camp” weggestorven zijn, laat Eyehategod zijn luisteraars even verweesd achter. Het geheel beukt en wringt, bevat net genoeg wrangheid om iemand ongemakkelijk op zijn stoel te laten schuifelen en klinkt als een klok. Eyehategod is een zeer efficiënte sludgemachine die hongerig is naar meer. Maar de heren doen er wel goed aan om alles op de rails te houden en niet opnieuw zo lang te wachten met nieuw werk.

E-mailadres Afdrukken