Banner

Steve Earle & The Dukes

Terraplane

8.0
Bjorn Weynants - 16 februari 2015

Een album over een huwelijk dat op de klippen gelopen is. Sinds Blood On The Tracks is het een begrip geworden, dat meegluren naar de miserie van andermans liefdesleven. Steve Earle is ondertussen al aan echtscheiding nummer zeven toe, dus als er iemand met recht en reden zo’n album mag uitbrengen, is hij het wel.

Op zijn zestiende album, Terraplane, zingt Steve Earle de scheiding van folkmuzikante Allison Moorer van zich af. De titel van het album, een verwijzing naar de song “Terraplane Blues” van blueslegende Robert Johnson, is niet willekeurig gekozen. Het refereert niet enkel naar de Hudson Terraplane, een snelle wagen uit de jaren dertig, maar behandelt met een dubbelzinnige tekst evengoed overspel. Waar Steve Earle op zijn vorige albums, en dan vooral op het meesterwerk (een woord dat we niet licht gebruiken) The Low Highway uit 2011, eerder zijn innerlijke Woody Guthrie liet spreken en van sociaal onrecht en de kleine man zijn thema maakte, is Terraplane een veel persoonlijker album geworden.

“My Old Friend The Blues” zong hij al op zijn debuutalbum uit 1986, maar uiteindelijk zou het nog bijna dertig jaar duren vooraleer Earle zich aan een volledig bluesalbum zou wagen. Het is overigens niet de eerste keer dat hij een genregebonden album uitbrengt: in 1999 bracht hij reeds samen met de Del McCoury Band The Mountain uit waarop hij de bluegrass verkende. Hier kiest hij dus voor het genre dat niet alleen de voedingsbodem is voor folk- en rockmuziek, maar ook een genre dat tegenwoordig wat vastgeroest lijkt te zijn in zijn eigen tradities. Het album werd samen met zijn vaste begeleidingsband The Dukes in amper zes dagen opgenomen in Nashville, en klinkt dan ook ruw, korrelig en rauw. Zoals blues hoort te klinken.

“Baby Baby Baby (Baby)” opent het album met een mondharmonica die je meteen een paar decennia terugvoert in de tijd en de sfeer uitademt van de Grote Depressie. Dit is het soort bluesstomper zoals Tom Waits ze graag speelt. Wie vreest voor een eentonig album, mag die vrees snel opbergen. Wat je hier krijgt, is een uiterst knappe staalkaart van de bluesgeschiedenis: van country blues (het knappe “You’re The Best Lover I Ever had”), over folk blues à la Mississippi John Hurt (“Ain’t Nobody’s Daddy Now”) en talkin’ blues (“The Tennessee Kid”, waarin hij speelt met het cliché van de bluesmuzikant die zijn ziel verkoopt aan de duivel op de crossroads) tot elektrische Chicago-blues (“Go Go Boots Are Back”, “The King of Blues”). Met zijn rauwe, doorleefde stem (Earle heeft geleefd, en je hoort hoe de jaren hun tol beginnen te eisen van zijn stem) en eenvoudige maar doeltreffende begeleiding plaatst hij zich in de traditie van andere Texaanse (blues)muzikanten als Lightnin’ Hopkins en Freddie King en speelt hij een knap spel met het zich toe-eigenen van het bluesidioom.

Inhoudelijk kunnen we de songs in twee delen onderverdelen. Enerzijds zijn er de songs die handelen over zijn huwelijksperikelen, met verhalen van overspel, verstikking, opluchting (de trage, dreigende blues van “Better Off Alone”, een dissectie van een stukgelopen huwelijk), maar toch ook een beetje spijt. “Baby’s Just As Mean As Me”, een duet met Eleanor Whitmore dat de sfeer van New Orleans oproept, handelt over een disfunctionele relatie en is een hedendaagse variant van de countryklassieker “Jackson”. Al is het te hopen dat dat liedje toch niet al te autobiografisch is. Anderzijds speelt hij in de beste bluestraditie met het thema van de rusteloze ziel, de zoeker, de ramblin’ man. Dan loop je altijd het gevaar om over te komen als een wandelend cliché, maar van iemand met een levensloop als die van Earle geloof je elk woord als hij zingt: “Gambler ain’t got no friends when his luck is down / But when he’s riding high they all hang around” (“Gamblin’ Blues”) of “I’m the ramblin’ kind / No matter where I roll, everybody stands aside” (“The King Of Blues”).

Op Terraplane bewijst Earle nogmaals dat hij nog altijd in een creatief sterke periode zit. Met minstens één voet in de traditie brengt Earle hiermee een uitstekend bluesalbum. Nieuwe fans zal hij hier niet mee winnen, veronderstellen we, maar net zoals artiesten als Neil Young en Bob Dylan lijkt Earle van de overtuiging te zijn dat een genreoefening een waardevolle aanvulling kan zijn op een ondertussen toch al imposant oeuvre.

E-mailadres Afdrukken