Banner

Zu & Eugene Robinson

The Left Hand Path

6.0
Guy Peters - 21 januari 2015

Na het uitbrengen van de Goodnight, Civilization EP, de eerste release van het herenigde Zu, achtte Trost Records de tijd ook rijp om de archieven uit te kuisen. Dat gebeurt nu met een opname uit 2009, die het oorspronkelijke Italiaanse trio koppelde aan vocalist (en zo veel meer) Eugene Robinson van Oxbow. De goede verstaander weet dan ook dat doorsnee rock-‘n-roll geen optie is.

Het meest opvallende is vooral dat Zu hier helemaal niet klinkt als Zu. Of toch niet zoals het beeld dat de gemiddelde luisteraar heeft van deze band, dat doorgaans iets te maken heeft met een bronstig ronkende en gierende baritonsax en een elastische, driftig in vele richtingen tegelijk stuiterende ritmesectie. Hier niks van dit alles. Geen knetterende jazzcore, geen fragmentatiebommetjes die in je gezicht ontploffen, maar een traag, troebel en gitzwart hoorspel dat twijfelt tussen beklemmende claustrofobie en een sinistere, soms ranzige bedreiging.

The Left Hand Path is een ketting van negentien korte stukken (slechts vier ervan overschrijden de grens van vier minuten) die door de leden van Zu aan Robinson werden bezorgd om er vervolgens zijn gang mee te gaan. Voor alle duidelijkheid, het ging om de line-up van 2009 (de periode dat Carboniferous werd opgenomen en uitgebracht), maar drums komen er bijvoorbeeld niet aan te pas. Op deze release etaleren de Italianen hun voorliefde voor abstracte geluidsschetsen, proto-industrial (de promotekst sabelt met namen als Coil, Neubauten en Throbbing Gristle), ambient en drones.

Dit is niet de industrial van kervende elektronica of stampende beats, maar van sluimerende, drammerige toetsengolven, knisperende ruis en aanzwellende, onbestemde geluiden. Hier en daar wat metalige percussie, een verloren gelopen akoestische gitaar of – een paar keer – een donderende bas. Het is minimale muziek, vaak ontbeend tot er enkel bloot ongemak overblijft. Net als bij Oxbow zorgen de theatrale toevoegingen van Robinson ervoor dat het uitmondt in een transgressieve wereld van ontaarde noir (waardoor het misschien ook fijn samengaat met zijn roman A Long Slow Screw) en bijna gothisch drama. Robinson is de voorleesnonkel in een kinderhel.

Het doet denken aan de woorden van Johnny Dowds “Worried Mind”: “My head cracked / the birds flew in / my sins have come home to roost”. Het geraaskal en gefluister van Robinson is dat van een man die ten einde raad is. Schijnbare bekentenissen, beloften, verwensingen, beschrijvingen en gejammer worden aangevuld met schuifelende voetstappen van een finaal doorgeslagen waanzinnige. Hier en daar wordt dat vergezeld van agressief gebeuk (de brute bas in “Nightly A Sky” en “The Key To Good Dental Health”), maar doorgaans blijft het bij fout gelopen kamermuziek (“In The Corner. Of The Apartment”), lome sensuele grooves die enkel nog blazers en een poetsbeurt nodig hebben om over te steken naar Barry Adamsonterrein (“Looking For The Devil”) of gekte die Oxbow naar de kroon steekt (“6 O’Clock”).

Uiteindelijk is dat ook de indruk die het sterkst nazindert: van de bekende sound van Zu valt hier amper iets te bespeuren. De sax lijkt zo goed als verdwenen (enkel in “Shame On Me” lijkt gepiep aan een mondstuk te ontsnappen) en het album ligt in het verlengde van de avant-garde inkleuringen op Oxbows The Narcotic Story. Voor een niet-alledaagse soundtrack ben je bij dit gezelschap zeker aan het juiste adres. Zo voelt dit dan ook aan, als een begeleiding bij iets: een tekst, een performance, een dansvoorstelling. Als een op zich staand album klinkt het vooral goed, maar mankeert het een overkoepelend verhaal of de samenhang die nodig is om meerdere luisterbeurten af te dwingen. Een boeiend experiment, al valt ook te begrijpen waarom het vijf jaar duurde voor dit uitgebracht werd.

E-mailadres Afdrukken