Banner

Distance, Light & Sky

Casting Nets

7.5
Guy Peters - 14 januari 2015

Het muziekjaar werkt altijd na tot ver voorbij de vuurwerkperiode, want wie heeft in godsnaam nog de tijd om alles te verwerken op het moment dat het je wordt voorgeschoteld? Sossen? Die extra tijd is broodnodig om de achterstand in te halen en alsnog een paar over het hoofd geziene parels van het voorgaande jaar in de armen te sluiten. Zoals het fraaie debuut van Distance, Light & Sky.

Dit internationale trio brengt een paar muzikanten bij elkaar die er, op zijn zachtst gezegd, een verschillende koers op hebben zitten. Enerzijds is er Chris Eckman, die al sinds midden jaren tachtig werkt aan een oeuvre dat stilaan een eigen plank nodig heeft. Zijn band The Walkabouts bouwde een brug tussen de werelden van gitaar- en rootsrock lang voordat dat de gewoonste zaak was, en ook daarbuiten was hij, vaak in intieme(re) context, altijd druk in de weer met het overspannen van genres. De voorbije vijftien jaar belandde veel van zijn werk bij het Duitse Glitterhouse Records. Hij is een van die Amerikanen met een loyale(re) aanhang in Europa, iets wat ‘roots’-muzikanten wel vaker overkomt. Dat zal vermoedelijk ook een van de redenen zijn waarom hij verkaste naar Ljubljana (Slovenië) en waarom dit trio ook onderdak kreeg bij het label.

Een paar jaar geleden ontmoette Eckman de Nederlands-Antwerpse Chantal Acda (Sleepingdog, True Bypass, Isbells en die uitstekende soloplaat Let Your Hands Be My Guide). Van het een kwam het ander en na amper een keer samengespeeld te hebben trok het stel de studio in met als derde man Eric Thielemans, muzikale en levenspartner van Acda en een muzikant die zijn sporen verdiende binnen de jazz (Mâäk), experimentele pop (Tape Cuts Tape), moderne ensembles (EARR), vrije improvisatie en een volstrekt persoonlijke visie die vorig jaar leidde tot de ongebruikelijke, maar boeiende percussieplaat Sprang. Een muzikant waarvoor het adjectief ‘flexibel’ écht uit de kast mag worden gehaald, want ook al lijkt dit van op afstand een vrij klassieke liedjesplaat, het zijn regelmatig Thielemans’ ingrepen die het verschil maken. Dat en het knappe productiewerk van Phill Brown, die er in een Praagse studio een analoge aanpak voor hanteerde die de organische stijl van het trio uitmuntend illustreert.

Casting Nets is een ontspannen, spontane en intieme plaat geworden. Eentje waarop duidelijk niets moest en veel kon. Songs mogen hier gerust voorbij conventionele poplengtes dobberen of een gerekte outro hebben, ze zijn vrij van overdadige franjes of hypermoderne productie-ingrepen en blinken uit in soberheid. Als je niet beter wist, dan zou het vermoeden rijzen dat deze muziek werd opgenomen aan een keukentafel gevuld met dampende koffie en verlicht door een zakkende herfstzon.

Het werd een hoofdzakelijk akoestische bedoening, met hier en daar wat binnengesmokkelde toetsen en versieringen als een marimba, maar altijd mooi in evenwicht en sfeervol. Met opener “Son” heeft het trio meteen een memorabel hoogtepunt te pakken. Eenzaam huilende gitaar, gestaag wentelende percussie die de puls van de song bepaalt, een en al dromerige sfeer, en dan die stemmen: Eckmans half gefluisterde praatzang met gecracqueleerd oppervlak in combinatie met die jonge, nog altijd ongeschonden sirenestem van Acda. Het is een combinatie die bij momenten – hier in de opener, maar net zo goed in “Cold Summer Wood”, met zijn subtiele zuiderse toets – leidt tot puur goud.

Dosering en evenwicht zijn sleutelbegrippen en ongetwijfeld het gevolg van een ontspannen verhouding. Anders krijg je zo’n song als “Still On The Loose” met zijn zachte harmonieën niet voor elkaar. Na een tijd krijgen ook de bijdragen van Thielemans meer vorm. Zijn ideeën groeien trouwens ook snel uit tot meer dan zomaar details: de startroffel van “You Were Done” wordt de ruggengraat van de song, net zoals de grote trom in “Souls” fungeert als de hartslag ervan, terwijl het geborstel in “Riding Shotgun” voor extra textuur zorgt. Zeker in de wat meer ingetogen songs die het minder moeten hebben van melodie en harmonie, waarvan er heel wat bij elkaar zitten in de buik van de plaat, is Thielemans mee bepalend voor het geluid.

Bij Eckman duiken ook allerhande referenties op. In de titeltrack, waarin duidelijk te horen is dat de man er al een aardige carrière op heeft zitten, is het onmogelijk om niet te gaan denken aan veteranen als Dylan of Elliott Murphy. Die moeten het ook bepaald niet hebben van ‘mooie’ stemmen, maar van een mature expressie en verfijnde ambacht. Nog een hoogtepunt: “Western Avenue”, een song die meer dan eens richting Steve Wynn (en misschien wat Richmond Fontaine) knipoogt, de muzikant die met Crossing Dragon Bridge een van zijn beste platen opnam in de Sloveense thuisstudio van Eckman. “50’s Song”, tenslotte, fungeert dan weer als dromerige outro van de plaat, zelfs voorzien van een halve minuut slotstilte die gevuld wordt door merelgefluit.

Distance, Light & Sky heeft geen ophefmakend statement te maken, is er niet op uit om te scoren. Gebrek aan ambitie? Niet echt. Soms volstaat het ook om met verwanten muziek te maken die binnen een vrij nauwe, traditionele zone wel heel wat schoonheid weet uit te spelen. Dat maakt van deze debuutplaat een ‘klein’, maar intimistisch pareltje. Of, om bij de door de hoes gesuggereerde beeldspraak te blijven: een bescheiden uitgeworpen net waarmee heel wat fraais binnengehaald wordt. De drie benadrukken ook dat dit geen veredeld solo- of nevenproject is, maar een echte band. De optimist in ons leest tussen de regels dat een tweede plaat tot de mogelijkheden behoort. Een mooi vooruitzicht, maar met Casting Nets kunnen we intussen al even verder.

E-mailadres Afdrukken
 
Distance, Light & Sky

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST