SVIN

SVIN

7.5
Guy Peters - 07 januari 2015

Laat de hegemonie van de Angelsaksische landen maar even voor wat ze is en neus eens rond in minder voor de hand liggende contreien. In het geval van Scandinavië wordt dezer dagen vooral gedacht aan Noorwegen, maar ook in Denemarken wordt er duchtig geëxperimenteerd. Zo onder meer door het potige kwartet SVIN, dat iets doet tussen noiserock en minimalisme met blazers.

Het is nu ook niet zo dat Denemarken helemaal onbekend terrein vormt. Ze hebben immers Roskilde (ook daar vermoedelijk de hel op aarde) en The Raveonettes. Maar ook Mew, Agnes Obel en het lichtjes over het paard getilde Iceage. Ooit hadden ze ook de machtige psychedelische rockband On Trial, en ze hebben al geruime tijd de uitstekende saxofoniste Lotte Anker en het geweldige vrouwenoffensief Selvhenter. Stuk voor stuk artiesten die een idiosyncratische aanpak gevonden hebben. Ook SVIN is wat dat betreft geen uitzondering. We stelden het in 2013 nog met eigen ogen vast in Oslo, terwijl ze het in het voorjaar nog eens kwamen overdoen in Gent.

Onder het motto “Begin er niet aan als je ’t niet gezegd krijgt in minder dan dertig minuten” beperkt dit compacte album het tot de essentie, met zes tracks die een erg geslaagde flow volgen. Opvallend is daarbij hoe de instrumenten met elkaar in overleg gaan. Hebben gitarist Lars Bech Pilgaard en drummer Thomas Eiler de kracht en de explosieve stuwing van een smerig hakkend noiseleger, dan stellen ze zich ook vaak ten dienste van blazers Henrik Pultz Melbye (saxofoon, klarinet) en Magnus Bak (hoorn!).

De blazers verkeren daarbij zelden in de zone van de conventionele jazz of nerveuze improvisatie. Het is geen gekribbel en gepiep, geen gestotter of ingewikkeld gedoe met excentrieke technieken en geluiden. Ze houden het doorgaans bij ingetogen, vaak elegische melodieën, soms op het randje van het breekbare (“Alt”) en andere keren dan weer mikkend op een hypnotiserend effect, met lang aangehouden uithalen. Zoals in opener “Maharaja”, waar het in combinatie met de opgefokte ritmes en het kervende, onder galmlagen bedolven gitaargeluid zorgt voor een even explosieve als bezwerende combinatie. Noordelijke voodoo; heftig en slopend intens, maar tegelijkertijd gevrijwaard van totale chaos. Een storm met een oog.

Net als “Alt” is “Satan” een song die je helemaal niet zou verwachten van een band die kan uithalen met zo’n vermorzelende furie. Hier krijgen voorzichtig aangeblazen hoorn en klarinet -- samen lijken ze wel vertraagd antieke volksmuziek te spelen --, gezelschap van (vermoedelijk) een gitaareffect, dat een beetje klinkt als een tanpura, waardoor meteen droneterrein gesuggereerd wordt. Nogal een verschil met een paar andere tracks op dit album.

“Arktis” heeft ook die blazersaanzet, maar barst halverwege open alsof de ritmesectie van High On Fire plots uit de startblokken schiet. In combinatie met de serene blazersmelodie leidt het tot een bijzonder merkwaardig effect. Alsof geweld- en droomwerelden in aanvaring komen met elkaar. Al net even eigenzinnig: “Fuck John”, met z’n grommende start en duistere golven die plots plaats ruimen voor saxstapelingen die herinneren aan het werk van Colin Stetson, maar hier vergezeld worden van koppig ratelende drums. Afsluiter “Fede Piger” bewandelt een koers tussen de twee uitersten, met een dromerige, golvende aanloop en een trage opbouw naar een climax in onvervalste postrockstijl die halverwege begint te zorgen voor rondspringende gensters, en in z’n laatste minuten een breed galmende, epische climax. Hier en daar is het wat verwant aan het Noorse SynKoke, dat al net zo’n markante discipline aan de dag legt.

Opnieuw: SVIN is een bijzondere band. Het combineren van daverende rock-‘n-roll die vage banden heeft met de werelden van noiserock en metal, met instrumenten uit de akoestische muziek die vaak geassocieerd worden met klassiek en/of jazz, dat is op zich misschien niet zo opmerkelijk, maar je zou dan verwachten dat de blaasinstrumenten fungeren als schaamlapje of als onderdeel van en eclectische freakshow en de decibels het laatste woord zouden krijgen. Toch niet. SVIN vindt echt een geslaagd evenwicht, eentje waarin de uitgestrektheid van dat minimalisme al net zo doorslaggevend is als de decibels en de agressie van het kabaal. Daarvoor alleen al is het uitkijken naar een vervolg en een nieuw bezoek aan België.

E-mailadres Afdrukken