Banner

Sei Miguel

Salvation Modes

Guy Peters - 10 november 2014

De Portugese trompettist Sei Miguel is zo’n muzikant wiens aanzien in bepaalde kringen in schril contrast staat met zijn populariteit bij een breder publiek. De reden daarvoor moet niet ver gezocht worden. Als deze plaat een representatieve inkijk geeft in de wereld van Miguel - en dat is toch wat Clean Feed Records-baas Pedro Costa lijkt te suggereren in de liner notes - dan is dit een goed voorbeeld van een artiest die hors catégorie z’n ding doet zonder stil te staan bij bijkomstigheden als een groter publiek behagen.

Dat is natuurlijk zijn goed recht: visie en stijl verschillen. Miguel is een naam die best wel de ronde doet (of gedaan heeft) en heel wat muzikanten die ooit aan zijn zijde speelden zijn uitgegroeid tot sterkhouders van de lokale scene, maar het is ook een figuur waar bitter weinig informatie over te vinden is. Zijn album Esfíngico – Suite For A Jazz Combo had een misleidende titel (en hij stelt zichzelf wel vaker voor als een jazzmuzikant), maar kon wel rekenen op behoorlijk wat enthousiaste recensies, ook van gezaghebbende publicaties. Zijn duoalbum Turbina Anthem (No Business) met gitarist Pedro Gomes kreeg dan weer een pak minder aandacht en ook deze Salvation Modes lijkt een beetje over het hoofd gezien.

Opnieuw, te begrijpen. Je krijgt hier immers niet enkel drie stukken die variëren van 10 tot 27 minuten, maar die stukken zijn ook nog eens opgenomen op verschillende tijdstippen en met verschillende bezettingen. Niet meteen een doorsnee album, al zal je na het beluisteren ervan wel aanvoelen waar die Miguel voor staat. Hoe dat omschreven moet worden, is alweer een andere zaak, want wat je te horen krijgt, aarzelt voortdurend tussen in zichzelf gekeerde introspectie en theatrale uitspattingen, tussen gecomponeerde passages en vrije improvisatie. Het is zoekende, explorerende muziek op lemen voeten.

Nergens is dat zo duidelijk als in het kleine half uur van opener “Prelúdio e Cruz De Salsa”, dat op gang komt met een traag geschetste aanloop die geen uitstaans heeft met jazz, maar eerder in een wereld van avant-gardetactieken te situeren is. De combinatie van trompet, trombone, gitaar en percussie lijkt met evenveel geduld als schijnbare willekeur in elkaar gestoken te zijn. De zesdelige suite die daaruit voortvloeit, wordt duidelijk gestuurd door een aantal afspraken, maar de inkleuring – van knetterende gitaarnoise (dat is even verschieten) en blazers die op spoken jagen tot een hoorspel dat wat verwant lijkt aan Zorns magick-rituelen – zal zelfs na meerdere beluisteringen ongrijpbaar blijven.

“Fermata”, dat al werd opgenomen in 2005, wordt uitgevoerd door een kwintet waarin enkel Miguel en percussionist César Burago terugkeren. Het geluid is hier al helemaal ontmanteld, delicaat en onwerelds. Orgelgolven zwellen hier en daar aan, trompetslierten keren slingerend in rondjes, het is een samenspel dat in zichzelf lijkt te verdwijnen. Dan gaat het er (gelukkig) iets tastbaarder aan toe in afsluiter “Cantata Mussurana”, dat opgenomen werd door een elfkoppige band en opgebouwd lijkt rond een pulserend basstuk. Het zou gebaseerd zijn op een Creools zuiveringsritueel en heeft ook zo’n sfeer. De geprevelde woorden, drone-elementen, coherent broeierige sfeer en intensiteit creëren het meest samenhangende en toegankelijke stuk van het album.

Niettemin blijft Salvation Modes vooral een plaat voor getrainde oren die geen bezwaar hebben tegen een hoop onzekerheid en vragen over wat Miguel precies wil bewijzen. Hier steekt duidelijk de visie van één persoon achter, maar het is er één die zich niet zomaar laat uitleggen. Het is dan ook vooral een prikkelende, soms fascinerende plaat, die vooral bijblijft omdat ze zo behendig de platgetreden paden weet te ontwijken en duidelijk maakt wat het niet is. Geen categorieën, maar verrassingen.

E-mailadres Afdrukken