Banner

Shellac

Dude Incredible

8.0
Guy Peters - 23 september 2014

Zeven jaar wachten op een nieuwe plaat (dat was in 2007 ook al zo) die uiteindelijk bestaat uit amper negen songs, samen goed voor drieëndertig -- onderontwikkelde -- minuten. En toch geen klachten? Dat moet Shellac zijn.

alt

Eigenlijk gaan al die Shellacrecensies steeds over hetzelfde: de eigenzinnigheid van een band die de regels van de rock-‘n-roll keer op keer aan z’n laars lapt, zijn venijn koppelt aan gitzwarte humor en de legendarische studionalatenschap van Albini. Dat is te begrijpen. Je krijgt nu eenmaal niet zo vaak te maken met een band die uitgegroeid is tot een genre op zich en een synoniem voor integriteit en onverzettelijkheid. Dat levert steevast bijzondere albums op (al hebben we die Excellent Italian Greyhound, die hier en daar echt wel wat te veel aanmoddert, destijds iets te hoog ingeschat) en het doet dan ook extra deugd om mee te geven dat Dude Incredible (trouwens een titel die al jaren meegegeven werd tijdens de traditionele vragenrondjes van de optredens) bij het beste werk van Shellac hoort.

Straf, want als je de songs een voor een onder de loep houdt, zou je kunnen stellen dat de band de luisteraar misschien wat te weinig aansmeert. Dat ze songs spelen die amper een traditionele structuur hebben en soms niet meer om het lijf hebben dan een aaneenrijging van wat repetitieve momenten, dat is al bekend, maar Dude Incredible kreeg ook nog eens artwork dat aanleunt tegen dat van At Action Park, maar ook die schaarse inkleding. De gitaren van Albini klinken anno 2014 misschien iets minder kervend dan twintig jaar geleden (Westons bas lijkt dan weer iets prominenter), maar het samenspel blijft genadeloos efficiënt, perfect op elkaar ingespeeld en elke snaredumslag of kickdrumstoot van minimalist Todd Trainer komt aan met Jason Statham-efficiëntie.

En ook: wat een knoert van een opener! De titeltrack neemt meteen plaats in bij de beste Shellacsongs. Een oosters getinte gitaarmelodie, een gortdroog malend ritme, spartaanse rock met een merkwaardig kromme groove die wringt en kronkelt tussen punk, gitaarrock, basismechanica en soms zelfs een jazzy toets bevat. De zang: half begraven, soms nonchalant als een nagedachte. En dan: waffel, omslag. Galopperende opstoot of Led Zeppelinpastiche? Het klinkt zowaar episch én explosief. Geen enkele song maakt daarna zo’n indruk, maar het trio creëert wel een geweldige samenhang van uitgebeende riffs, hortende en stotende ritmes, foute humor (“You Came In Me”) en secties die schijnbaar nergens heen gaan (“Riding Bikes”) of even abrupt als knallend aan hun einde komen (het door Weston gezongen “Compliant).

Geen idee waar het “Surveyor”-luik op de tweede albumhelft precies over gaat, maar de combinatie van paraderend riffwerk (“All The Surveyors”), en malende geharrewar (“Surveyor”, voorafgegaan door het veredelde aanloopstuk “Mayor/Surveyor”) vertonen zelfs na een resem draaibeurten geen sporen van slijtage. En dan zijn er nog de merkwaardige bluesverminking “The People’s Microphone”) en de nijdige en sinistere ballade “Gary”. Opvallend: zowel qua sound als qua tactieken – vraag- en antwoordgeroep, stop/start-dynamiek – doet de band vaker dan ooit aan Nomeansno denken. Maar dan dus in een van frivoliteiten en franjes ontdane versie.

Eén instant bandklassieker gevolgd door een kleine half uurtje rockminimalisme: op papier heeft het iets van een goeie middelmaat, en helemaal consistent is Dude Incredible ook niet, maar de compleet unieke aanpak van songs schrijven, spelen en aan elkaar naaien gebeurt overtuigend en zonder noemenswaardige inzinkingen. Een goede Shellac, dat is nog altijd een uitstekende plaat.

E-mailadres Afdrukken