Banner

Parquet Courts

Sunbathing Animal

7.0
Freek Lauwers - 03 juni 2014

Het was een zaligheid hoe popliefhebbers in 2012 – toen Parquet Courts met zijn eerste langspeler Light Up Gold op de proppen kwam -- na een eindeloos lijkende stroom zielloze hipsterpop eindelijk nog eens hun hart konden ophalen aan een portie relevante en smerig klinkende lo-fi van een flink rammelende gitaarband. Geen synthesizers, geen autotune of loopstations… Wat een verademing!

Parquet Courts is een geoliede machine, elk van de muzikanten is een onderdeel van het raderwerk. Neem eender welk van die radertjes weg en de machine valt ogenblikkelijk stil. Om maar te zeggen: verwacht van deze band geen muzikale virtuositeit of andere hoogstandjes. De drums klinken basic, de gitaarsolo’s archetypisch – soms zelfs gewoonweg vals -- en de vocalen zijn geloofwaardig doch verre van dé reden om deze plaat aan uw collectie toe te voegen. Het zou ons niet verbazen moesten Andrew Savage en Austin Brown zich noodgedwongen – lees: bij gebrek aan een echte zanger – achter de microfoon geposteerd hebben.

En toch slaagt de band erin fantastische songs af te leveren – een beetje zoals de vroege Pavement daar ondanks een hoog rommelgehalte, ook steevast in lukte. De Texaanse band die verhuisde naar Brooklyn, New York weeft klanktapijten die heel erg hard ruiken naar The Velvet Underground, Jonathan Richman, Wire en Television. Verwacht dan ook geen torenhoge originaliteit, want wat Parquet Courts doet, hebben we allemaal al eens eerder gehoord.

Nu, eens die bedenking achter de rug, kan het genieten een aanvang nemen. Want Parquet Courts mag dan weinig vernieuwend zijn, het is verdomd lang geleden dat we een band nog eens zo spannend hebben weten klinken. Zo is er “Bodies Made Of”, een nummer dat voortdurend tussen hard en zacht wisselt en kleur krijgt door een stel dissonante gitaarsolo’s. “Black & White” doet bij momenten hard denken aan Sonic Youth of The Minutemen. Repetitieve en minimalistische rock afgewisseld met explosies van noise, dus. Het wat ingehouden en door Austin Brown – hij klinkt wat als Mark Mothersbaugh van Devo -- gezongen “Dear Ramona” heeft een mooi en herkenbaar refrein dat je na enkele luisterbeurten al luidkeels begint mee te neuzelen. Brown weet er ook fijntjes de tijdsgeest in te smokkelen en slaagt erin met enkele rake pennentrekken een mooi beeld te schetsen: “Whoever she might be going to bed with/You can read about that in her Moleskine”.

Ook tekstueel is Parquet Courts dus op zijn minst onderhoudend te noemen: “What’s sharp as a knife/Followed me all my life/Waits never rests/Till it eats me alive?/Excuse me as I slip on out“, klinkt het existentieel en een tikkeltje escapistisch in “What Color Is Blood”. In het al wat oudere “She’s Rolling” gaan een gitaarsolo en een mondharmonica in duel alsof ze Bart De Wever en Paul Magnette waren. In titeltrack “Sunbathing Animal” hoor je goed hoe de bandleden een voorliefde koesteren voor de punkrock van bands als Ramones of Black Flag. Getuige ook de one-two-three-four waarmee de song afgetrapt wordt.

“Up All Night” is een instrumentale schets die iets langer dan een minuut duurt. Jammer dat de band het veelbelovende stukje muziek niet verder uitwerkte. “Instant Disassembly” – met een dikke zeven minuten de langste song op de plaat – begint gezapig met een lieflijke gitaarsolo die in fel contrast staat met de snerende vocals van Andrew Savage. Ergens halverwege het lied krijgt hij gezongen ruggensteun van de rest van de band. “I can’t breathe/I can’t breathe/It’s hard to inhale yeah”, klinkt het. Blijkbaar worden ze niet alleen in Antwerpen geplaagd door fijn stof?

Het stuiterende “Duckin’ & Dodging” moet live wel een uitnodiging vormen om eens in de moshpit langs te gaan en je eens flink uit te leven met een welgemikte pogo. Half sprekend, half zingend spuwt Andrew Savage zijn gal: “You’ve been duckin’ and dodging/But you can’t come home no more”. In “Raw Milk” neemt de band wat gas terug. Van ver lijkt de song wat op het werk van Sonic Youth ten tijde van Sister. Afsluiter “Into The Garden” gaat op dat tragere elan verder en is meer een soundscape dan een echt nummer.

Parquet Courts is een erg fijne band, dat moge duidelijk wezen. Meer nog: het is veruit de spannendste rockband van het moment. De songs zitten (nog) beter dan op Light Up Gold, de productie is een stuk helderder en bovenal kan je het zelfvertrouwen dat ze opdeden tijdens hun wereldtournee horen op de plaat. Afspraak begin juli op een wei ergens in Vlaams-Brabant!

E-mailadres Afdrukken