Banner

Holy Rollers

Confessions – Live At OT301

Guy Peters - foto's: Archief Geert Vandepoele - 03 juni 2014

John Dikeman is een intense kerel. Op het podium dan toch (daarnaast is hij zeer benaderbaar en goedlachs), want hij staat er vaak te razen en te tieren op die tenor- of altsax alsof hij ze kapot wil scheuren, met een lichaamstaal die meer agressieve punk dan heupwiegende jazz is. Tijdens deze opname van het trio Holy Rollers is het weer van dattum, al valt ook weer op dat er meer gaande is dan zomaar oeverloos geblaas.

Dit gelegenheidstrio bestond naast Dikeman ook uit drummer Onno Govaert en de Australische bassist Rory Brown, een muzikant die zowat op elk continent al rondreisde met z’n contrabas en met deze twee al net zo’n goede klik maakt als ze dat doen met Jasper Stadhouders binnen Cactus Truck. Deze tweede release van het jonge Nachtstück-label, dat zijn albums uitsluitend uitbrengt in digitaal formaat, is een rauwe concertregistratie die opgenomen werd in het Amsterdamse OT301 en er bijzonder goed in slaagt om de live sfeer tastbaar te maken.

Het album wordt immers geopend en afgesloten met omgevingsgeluid van voor en na het concert, inclusief gebabbel van toeschouwers en achtergrondmuziek. Als de muziek dan aftrapt, is dat meteen met een directe linkse en lijkt het wel alsof je je meteen in het oog van de storm bevindt, omringd door een schuimbekkende barrage van geluid. Dikeman scheurt en tiert er op los met uitzinnige notenslierten, Govaert zet volop in op explosieve ondersteuning en Brown laat de snaren van de contrabas rood opgloeien met z’n grof zagende strijkstok. De toon is gezet voor een improvisatie die bijna een kwartier lang de extase opzoekt.

Het is op dat moment ook interessant om Dikemans uitvoerige liner notes erbij te nemen (i.e. ze op het scherm te lezen). De saxofonist groeide op in Wyoming, waar hij goed op weg was om levenslang een zeer conservatief Christen te worden. Even leek hij zelfs een roeping als priester te ambiëren. Het was ook een manier om zijn muziek te delen, om God door zijn muziek te laten spreken, zoals voorgangers als Coltrane en Gayle dat ook deden/doen. Toch verloor de muzikant zijn geloof in God, een gemis dat hij sindsdien probeert op te vullen met muziek die een religieuze transcendentie ambieert.

De improvisatie waarin volume en energieverbruik centraal staan, is voor Dikeman een van de manieren om voldoening en een alternatief voor die gevoelens van euforie en liefde te vervangen. Meteen wordt de voorkeur voor Coltranes naar de hemel mikkende spel en de oudtestamentische furie van Charles Gayle wat duidelijker en begrijp je waar Dikeman naartoe wil. Dat betekent dat er vaak gemusiceerd wordt op buikniveau, maar dan wel met een eensgezinde draagkracht. Opener “Confessions” stuwt zichzelf immers met zo’n kracht vooruit dat het trio haast lijkt los te schieten van de beperkingen. Na een minuut of vijf heeft het er zelfs iets van dat ze zichzelf de lucht in lanceren. Of op z’n minst even gaan leviteren. Er wordt niet voortdurend gepiekt, maar het blijft heftig geraas zonder vangnet en bijzonder opwindend.

Het centrale stuk “The Void” start met een drumsolo die Govaert in de verf zet. Net als Dikeman heeft hij een reputatie voor heftige uitspattingen, maar hier primeert de muzikaliteit en souplesse. Mooi als de twee kompanen inpikken met een spetterende energie die verder bouwt op de opener, maar ook dichter tegen de jazztraditie aanleunt. Dikemans stijl is regelmatig glibberig en elastisch, het spel van de ritmesectie is goed om je in een trance te wiegen. Na goed tien minuten valt de muziek stil, maar stuurt een expressieve solo van Dikeman, vol jammerende uitschieters, de muziek naar het terrein tussen Ethio-jazz en forse, meer Europees getinte vrije improvisatie. Het heeft daarna niet dezelfde samenhang en aanhoudende kracht van de opener, maar het samenspel verliest nooit z’n rollende flow.

Slotstuk “Redemption” voelt door z’n korte lengte (een goede drie minuten) aan als een nagedachte en laat een grilliger parcours horen, waarin vooral de spanning wordt opgezocht met hortende en stotende bewegingen met strijkstok, korte roffels en compacte ideeën. Niet meteen de climax die je verwachtte, maar door de overgang naar het gezellige gezwets achteraf word je wel mooi terug met de voeten op de grond gezet. Confessions – Live At OT301 is een knappe release van goed volk en een label dat wat steunt verdient.

Luisteren en kopen (alleen digitaal) kan HIER. U bepaalt zelf wat u daar voor over hebt. John Dikeman speelt op 15 juni met Universal Indians & Joe McPhee in het Zuiderpershuis in Anterpen. Meer info over + tickets voor dat concert: HIER.

E-mailadres Afdrukken