Sun Kil Moon

Benji

8.5
Nout Van Den Neste - 11 februari 2014

Laten we er geen doekjes om winden: wat heeft Mark Kozelek met Benji een mooie plaat gemaakt. Dit is gitaarpoëzie, dit zijn blues-raps en miniportretten, grafstenen voor dode helden en vergeten gewaande herinneringen. Na al die jaren wandelt hij nog steeds tussen al zijn ghosts of the great highway. Nog nooit echter heeft hij zijn geesten zo mooi, zo concreet en zo treffend beschreven als hier.

Sinds Among The Leaves uit 2012 is Kozelek creatief in een stroomversnelling geraakt (zie ook de prima samenwerkingen met Jimmy LaValle en Desertshore). Een informele aanpak en stream of consciousness-teksten zijn sindsdien zijn werk binnengeslopen en op Benji blijft hij op dat elan verdergaan. Gelukkig heeft hij de speelse navelstaarderij van Among The Leaves hier laten varen en kijkt hij hier zichzelf, zijn familie, de wereld en de dood recht in de ogen.

Benji is een plaat met niet meer dan akoestische en Portugese gitaren in de hoofdrol, gedreven drumwerk van Steve Shelley en stemmen die af en toe als uit een diep moeras oprijzen en weer wegzinken. De details komen door die sobere aanpak nog beter uit de verf. Keer op keer genieten wij er bijvoorbeeld van hoe zijn stem en die van Will Oldham (Bonnie ‘Prince’ Billy) elkaar ontmoeten en weer wegdrijven in “I Can’t Live Without My Mother’s Love”, alsof ze allebei een ander lied zingen in een andere kamer en elkaar toevallig halverwege kruisen.

Ondanks de naar een kinderfilm verwijzende plaattitel, zit tragedie de personages van dit album op de hielen. Kozeleks nicht “Carissa” sterft jaren later dezelfde gruwelijke dood als haar grootvader (het hoofdpersonage van “Truck Driver”); de dood van seriemoordenaar Richard Ramirez geeft aanleiding tot een dreigend, donkergrijs nummer over een verdwenen kindertijd en dubieuze onschuld (“Richard Ramirez Died Today Of Natural Causes”) terwijl “Pray For Newtown” een eerbetoon is aan de slachtoffers van de recente massamoorden, zowel in de VS als in Noorwegen. Kozelek weet ook niet wat hij daar allemaal mee moet en het siert hem dat hij net dat radeloze gevoel van onmacht zo goed kan vatten.

Het is prachtig hoe Kozelek zich zo kwetsbaar opstelt in het hypnotiserende “I Watched The Film The Song Remains The Same”, waarin hij zo openlijk zijn excuses aanbiedt aan een jongen die hij ooit, jaren geleden in zijn jeugd, op zijn neus geslagen heeft op een schoolplein. Het is een volstrekt hulpeloze kreet in de duisternis en net daarom zo aangrijpend en herkenbaar. De laatste passage met de galm van Portugese gitaren strekt zich uit in de duisternis als een korenveld in Ohio, waar hij is opgegroeid, en liet ons sprakeloos achter in al zijn trieste schoonheid.

Bovendien is Kozelek niet bang om zijn ziel en enkele van zijn persoonlijkste herinneringen op tafel te leggen, zonder gêne. We zaten misschien niet te wachten op een beschrijving van zijn vroegste seksuele ervaringen in “Dogs”, maar de slordige, casual aanpak en de stuwende drums die halverwege invallen, maken het nummer speels en niet zo gênant als het had kunnen zijn, ook al rijmt hij “fuck” met “suck”. Het lijkt alsof het niet de herinneringen zijn die pijn doen, maar het constante proces van herinneren zelf dat hij bij elk nieuw nummer keer op keer ondergaat.

Dat idee keert ook terug in “Micheline”. Hij beschrijft daarin met hese stem hoe hij als kind zijn terminale grootmoeder bezoekt. Hij is tijdens een van die bezoeken voor het eerst in Los Angeles, ziet vol verwondering de film Benji in de bioscoop en hij is gelukkig zoals kinderen dat zijn. Hij wil wel over zijn grootmoeder vertellen maar het lukt hem niet. Wat hij van zijn grootmoeder weet, is niet meer dan wat hij van zijn familie over haar heeft gehoord. De piano die halverwege invalt, is kwetsbaar en helder als kristal. Het is een van de mooiste nummers die hij ooit op plaat heeft gezet.

Het album sluit af met het vederlichte uptempo “Ben’s My Friend”, een woordenwaterval over een korte midlifecrisis en een vriendschap met iemand die succesvoller is dan hij (in dit geval Ben Gibbard van Death Cab For Cutie). Een zwoele Destroyer-saxofoon valt in en plaatst ons met beide voeten weer stevig in de werkelijkheid. Het laatste nummer knoopt geen eindjes aan elkaar, het voelt voornamelijk als een noodzakelijke, geruststellende epiloog: het leven gaat ondanks alles gewoon verder.

De diepgewortelde melancholie die de drijfkracht van zijn ondertussen imposante oeuvre is, getuigt van de schoonheid van de herinnering zelf: dat we herdenken, niet vergeten en, zoals hij het in “Carissa” zegt: “Find some poetry,/Make some sense of this/To find a deeper meaning”. De rode draden in dit album zijn dichte en verre familie, een film over Led Zeppelin, een plaat van Pink Floyd, toevallige kruispunten die zowel houvast geven als verlies en de voorbijgegane tijd omvatten. Net zoals zijn prachtige, rauwe, levensechte plaat Benji.

Mark Kozelek speelt met Steve Shelley als Sun Kil Moon in de Handelsbeurs, Gent op 24 maart.
E-mailadres Afdrukken
 
Sun Kil Moon

advertentie
Banner

TEST