Banner

The Portuguese Connection

Luis Lopes’ Humanization 4tet, Rodrigo Amado Motion Trio & Jeb Bishop + RED Trio

Guy Peters - 03 januari 2014

Het Americentrisme is nog altijd dominant in jazzland. Zo waren Europese muzikanten in de recente DownBeat-polls steevast in de minderheid, een fenomeen dat ook niet onbekend is op aardig wat grote(re) jazzfestivals. In de werelden van freejazz en vrije improvisatie is het tij echter al lang gekeerd. Daar zijn internationale samenwerkingsverbanden schering en inslag en kan je gerust spreken van een hele reeks nationale scholen die naast elkaar bestaan en overlappen. Dat Portugal gerust bij de boeiende landen van het moment gerekend mag worden, wordt nog eens bevestigd door deze handvol releases.

Luis Lopes’ Humanization 4tet – Live In Madison (Ayler Records)

Gitarist Luis Lopes is niet bepaald de meest bekende muzikant van Portugal, maar wel eentje die gestaag werkt aan een divers oeuvre. Dit is het derde album van zijn kwartet met landgenoot Rodrigo Amado (tenorsax) en de Amerikaanse broers Aaron (bas) en Stefan González (drums). Live In Madison werd opgenomen tijdens de Oostkusttournee naar aanleiding van hun tweede langspeler Electricity (2010) en laat een band aan het werk horen die de werelden van freejazz, funk, potige rock-‘n-roll en hardbop naadloos aan elkaar koppelt.

Vanaf opener “Bush Baby”, geleend bij de ondergewaardeerde cultfiguur Arthur Blythe, wordt duidelijk dat deze band een retestrak geheel vormt. De broers González (zonen van de Texaanse trompettist Dennis) zijn in geen tijd in de weer met een opzwepende rockvibe, terwijl Lopes al even funky in de weer is. Samen met Amado wordt er lekker loos gegaan in een compositie die knap in elkaar steekt en toch robuuste ongedwongenheid uitstraalt. De wilde, rafelige solo van Lopes doet aan het beste van Nels Cline denken. Met “Jungle Gymnastics”, overgenomen van het vorige album, wordt het boeltje al helemaal aan de kook gebracht, met een woeste energie die zich kan meten met die van The Thing en het diep ronkende en vuil scheurend saxwerk van Amado, die zich hier van z’n meest agressieve kant laat zien.

Een ander gelaat krijg je te horen in “Long March For Frida Kahlo”, dat volledig op een kringelende baslijn gedrapeerd wordt en eerder bedachtzame oorden opzoekt. “Two Girls” is dan weer een en al aanstekelijkheid, flirtend met funk en pop, maar met een onaflatende verbetenheid. Afsluiten gebeurt met de rollende spieren van “Dehumanization Blues”. Hier kunnen Amado en Lopes echt soleren in een zetel dankzij het strakke funderingswerk van de broers. Live In Madison verenigt dan ook spieren met knappe composities van vier persoonlijkheden die dit moeiteloos boven het gemiddelde actiewerk tillen. Aanrader voor wie z’n (free)jazz graag recht voor de raap en met een rauwe rockkracht heeft.

Rodrigo Amado Motion Trio + Jeb Bishop – The Flame Alphabet (Not Two)

Dit is na Burning Live At Jazz Ao Centro (JACC, 2012) het tweede album van Amado’s Portugese trio met als gast de Amerikaanse trombonist Jeb Bishop, die jarenlang deel uitmaakte van de Chicago-scene. De eerste plaat was een live-opname waarop de band duidelijk een collectief denkspoor gevonden had en de tijd nam om het te verkennen. The Flame Alphabet werd dan weer in de studio opgenomen. De stukken zijn gemiddeld net wat compacter, maar gelukkig hebben de vier de elektriciteit van het concertgebeuren intact kunnen houden.

Amado speelt hier net iets beheerster dan in Lopes’ kwartet en je vindt hem minder in de extreme uiteinden van het bereik van de saxofoon, maar toch staat hij nog altijd in swingende powermodus. Het klinkt allemaal behoorlijk soulvol en vanaf opener “Burning Mountain” vindt hij weer de bijna-telepathie met Bishop, die van de vorige plaat ook al zo’n klepper maakte. De trombonist laat ook meteen horen dat hij over een indrukwekkende controle en wendbaarheid beschikt, die vooral in het titelnummer goed tot uiting komt. Dan valt meteen ook op hoe sterk de ritmesectie is: cellist Miguel Mira speelt enorm rijk en gedetailleerd met de vingers en de nog piepjonge Gabriel Ferrandini is een echte colorist en een van de boeiendste jonge muzikanten van het land, die het stuk haast onopgemerkt een knetterende lading bezorgt.

“First Light” laat opnieuw de spannende dynamiek horen tussen Amado en Bishop, eentje van aantrekking en afstoting. Vinden de twee elkaar regelmatig op de tast, dan zijn de resultaten het knapst als ze aan het contrasteren slaan, de Portugees vaak met staccatofiguren en melodische flarden, de trombonist lustig pompend en schetterend in een (schijnbaar) andere wereld. Toch worden hier ook de teugels gevierd: “Into The Valley” neemt een lange aanloop, wiegt heen en weer tussen momenten met cimbaalgeschraap en percussief gerommel, maar brengt het boeltje uiteindelijk ook aan de kook. En dat is dan ook de indruk die het langst nazindert: die van een intensiteit die soms spettert, maar zelfs in de ingetogen momenten smeult en sluimerend aanwezig blijft.

RED Trio – Rebento LP (No Business)

Het honderd procent Portugese RED Trio – pianist Rodrigo Pinheiro, bassist Hernani Faustino en, opnieuw, drummer Gabriel Ferrandini – heeft er al een indrukwekkend parcours opzitten met een paar albums die de voorbije jaren hoge ogen gooiden. Na het titelloze debuut (Clean Feed, 2010) volgden twee albums met goed volk: Empire (No Business, 2011) liet hen horen in het bijzijn van John Butcher, terwijl trompettist Nate Wooley de band vergezelde voor Stem (Clean Feed, 2012). Intussen speelden Pinheiro en Faustino ook nog met Lotte Anker, terwijl Jon Irabagon beroep deed op Faustino en Ferrandini. Op Rebento kiezen de drie opnieuw voor de basisbezetting, wat hen gedwongen heeft om op zoek te gaan naar de oorspronkelijke interactie.

Het album is alleszins de meest vrije en abstracte (lees: minst jazzgerichte) plaat uit dit lijstje. Dit swingt immers voor geen meter en moet het niet hebben van soulvolle uitspattingen of heftige powerplay met een punkenergie. RED Trio gaat wars van elementen als melodie en harmonie vooral in op de klankmogelijkheden van de respectievelijke instrumenten en de mogelijkheden tot contrastwerking en spanningsopbouw. Dat betekent: veel geratel en gestommel, schrapende basklanken en een enorme pianodynamiek, gaande van diep gestoot tot impressionistische riedels en geïsoleerde uithalen in het hoge register, met nog een hele resem geluidsmanipulaties ertussen. Maar dat wordt dan wel samengebracht met een imponerende intensiteit, zelfs in de meest minimalistische stukken.

Opener “Carne” laat het trio op z’n grilligst horen, met spookachtige ongemakkelijkheid en Pinheiro die zich inschakelt in de aanpak van avant-gardisten als John Tilbury of, om het dichter bij zijn generatie te zoeken, Eve Risser. De geprepareerde pianoklanken zijn dominanter in “Para”, waarvoor het trio nog ongemakkelijker terrein opzoekt, aarzelend tussen de drone-achtige obsessies van The Necks en het soms sinistere solowerk van Chris Abrahams. “Canhão”, goed voor een volledige vinylkant, is een beproeving voor ongetrainde luisteraars, maar tegelijkertijd het meest ‘beluisterbare’ stuk van Rebento, met vooral een hele knappe, sobere middensectie die een mooie aanloop vormt naar de opvallende solo’s van Pinheiro en Ferrandini. Het album lijkt misschien een tikje minder opvallend dan de voorganger met Nate Wooley, maar bewijst niettemin dat je RED Trio tot de boeiendste vrije pianotrio’s van vandaag mag rekenen.

De releases zijn verkrijgbaar via Instant Jazz.

E-mailadres Afdrukken
 
Rodrigo Amado
The Portuguese Connection

Uit ons archief
Banner

TEST