Banner

Lily’s Déjà Vu

Music From Another Ass

7.0
Guy Peters - foto's: Archief Geert Vandepoele - 11 december 2013

Een tijd geleden verenigden elf bands met Amsterdamse roots, in totaal achtentwintig muzikanten, zich onder de noemer Tumult. Het gemeenschappelijke doel: muziek maken die zich weet te onderscheiden door creativiteit. Wortels binnen de jazz en improvisatie zijn daarbij een terugkerende factor, maar zoals een minifestival in september al bewees, is de diversiteit erg groot. Lily’s Déjà Vu, een van die elf bands, laat alweer een ander geluid horen.

alt

De line-up van het kwartet bevestigt nog eens het internationale karakter van de muziekscène in en rond Amsterdam. Drummer Marcos Baggiani (Ambush party, Royal Improvisers Orchestra) en gitarist Guillermo Celano (samen ook de trekkers van de puike Celano/Baggiani Group) spelen hier immers samen met de Duits-Amerikaanse tenorsaxofoniste Ingrid Laubrock, van alle markten thuis en steeds meer gerespecteerd in de werelden van avontuurlijke jazz en vrije improvisatie. Ten slotte worden zij bijgestaan door bassist Jasper Stadhouders, die zowel op bas als op gitaar een van de sterkhouders van de jonge generatie geworden is. Met zo’n volk garandeer je al dat het op z’n minst boeiend wordt.

Het is eigenlijk wel eens fijn om te zien dat een band met dit soort muzikanten niet kiest voor het onbeschreven blad van de vrije improvisatie, maar aan de slag gaat met behoorlijk gedetailleerd uitgewerkte composities die wel nog ruimte laten voor improvisatie. Dat de stukken komen van drie verschillende componisten (drie stuks van Celano en twee van Stadhouders en Baggiani) zonder hun eigenheid te verliezen, wijst dan weer op de uitgesproken persoonlijkheden binnen de band. Die weten zich te handhaven ongeacht de context. Het gamma dat bespeeld wordt is behoorlijk breed, van ingetogen schaduwdansen tot heftig knallende punkjazz, maar alles wordt naadloos in elkaar gepast.

Het kwartet geeft mee bewust een droomlogica gevolgd te hebben en dat is inderdaad ook de overheersende indruk die nazindert bij het beluisteren van Music From Another Ass (geen idee waar dat naar verwijst): het lijkt wel alsof je een vaagbekende, maar toch steeds ontglippende strategie aan het werk hoort binnen deze composities met soms meerdere gezichten. Dat uit zich niet alleen in de vele merkwaardige wendingen, vol tempo- en klankkleurwisselingen, maar ook in de daaraan gekoppelde sferen, van raadselachtigheid tot directe kracht en omfloerste lyriek. Het helpt natuurlijk dat je hier te maken hebt met muzikanten voor wie het ontwijken van de platgetreden paden de normaalste zaak van de wereld is.

Opener “Zoektocht naar jezelf” is meteen een goed visitekaartje, met z’n wendbare drive, die vette baslijn, de ongedurige tenorsax en die kromme ritmes. Slingerend en complex, maar tegelijk best aanstekelijk. Natuurlijk is het slechts een van de vele gezichten, want van daaruit beland je in kalmere passages vol stoorzenders en uiteindelijk bij potige rockriffs vol opruiend gerammel. “Forgotten History” lijkt aanvankelijk wat zachtaardiger, maar volgt toch ook weer die slingerende lijn, een beetje zoals het parcours van een bezopen wandelaar na een nachtje stappen: nooit helemaal rechtdoor zoals het hoort. Celano trekt het even naar de droomwereld met Frisellachtige effecten, al eindigt hij op het terrein van een punkjazzgroove die aanleunt bij de grove kracht van een Cactus Truck.

Die variatie blijft daarna aanhouden: “Copelado, Choking The Puppet” flirt ostentatief met rock-‘n-roll, het is er allemaal wat vloeiender, maar niet minder speels. “Gualtiero” laat dan weer horen dat Stadhouders naast een creatief improvisator ook een puike componist is, met een stuk dat verschillende werelden weet te integreren. In “Les Indignés” krijg je wel even het gevoel dat de band in herhaling begint te vallen, maar dat wordt rechtgezet met de afsluiter “Beverrat” dat de Hollandse anarchie nog eens bovenhaalt en het stuk aardig laat exploderen.

Echt doorsnee kan je Lily’s Déjà Vu niet noemen, daarvoor lopen de muzikanten net iets te graag de kantjes eraf, maar dankzij de doorgedreven composities, het inventieve spel en de vele aanstekelijke momenten is Music From Another Ass eigenlijk wel een album geworden dat best een breed publiek kan aanspreken. Zolang dat publiek bereid is om een beetje moeite te doen en die ass erbij te nemen.

E-mailadres Afdrukken