Banner

Eagle*Seagull

Eagle*Seagull

Jurgen Boel - 21 april 2006

"Vliegt De Blauwvoet! Storm Op Zee!" brult of zingt onze Vlaemsche medemens nog steeds nu en dan. Wij hebben nooit begrepen wat deze meeuwachtige in godsnaam te maken had met wat we gemeenzaam een ontvoogdingsstrijd noemen. Nu goed, bij meeuwen denken we toch eerder aan Jonathan Livingston Seagull dan aan pakweg Rodenbach.

"Het is des menschen", verzuchten we wel eens wanneer we de zoveelste spaak lopende vergelijking op ons bord krijgen. Her en der lezen we nu al dat het uit Lincoln, Nebraska afkomstige Eagle*Seagull een Amerikaans antwoord op Arcade Fire is, en hoewel ook wij niet vies zijn van een lichte overdrijving nu en dan, krabben we ons deze maal wel heel verweesd in de haren. Eagle*Seagull is een indrukwekkend en ietwat moeilijk te catalogiseren debuut maar Arcade Fire hebben we er vooralsnog niet in gehoord.

"Lock And Key" geeft Eli Mardock alle ruimte: zijn slepende stem mag de teneur bepalen, voorzichtig aangeslagen keyboards en piano’s vullen zachtjes de achtergrond op, tot ook de gitaren een kleine gastrol krijgen binnen het beklemmende geheel: "It’s hard to let love die." Dat de song finaal nog lijkt te ontsporen, doet er al lang niet meer toe…We zijn verzwolgen door verdriet.

"Photograph" geeft een heel andere twist aan het verhaal: opgewonden en meeslepend worden de grote kanonnen naar buiten gesleept. Dat we bij een nadere bestudering op de foto toch nog vlekken ontwaren, kan de pret niet drukken. Ook de kermiswals "Hello, Never" start onder een vrolijk gesternte. We zijn echter op ons qui-vive: wat het huis vrolijk binnenwalst door de voordeur, verlaat het vaak snikkend langs de achterdeur: "Judas kiss me, then deny me."

De naweeën van zoveel schijnbare vrolijkheid laten niet lang op zich wachten: het meeslepende "Death Could Be At The Door" dient zich zonder veel oog voor plichtplegingen of formaliteiten aan. Mardock lijkt de woorden nauwelijks nog te kunnen uitspreken en de rest van de groep buigt zich moeizaam over hun instrumentarium. "You know I will, I will touch you, I will" kreunt Mardock. We dorsten niet te vragen wie hij aanspreekt.

Elke dode krijgt een laatste eerbetoon, zo hoort het: "It’s A Lovely Parade" neemt de korte rol van dodenmars op zich, en wij slikken nog snel een krop weg. Het is echter geen heiligverklaring die zich middels het zachtmoedige "Holy" aanbiedt. De akoestische gitaar domineert een bevreemdende en licht psychedelische lofzang op het lichaam. En toch is datzelfde lichaam een verfoeilijk wapen: "Your Beauty Is A Knife I Turn On My Throat". Het is een vrolijke meestamper geworden binnen het oeuvre. Opzwepende drums en vrolijke gitaren geven het geheel een bittere twist, Murdock gaat vrolijk swingend zijn ondergang tegemoet.

De weerbots komt in het dreunende "It’s So Sexy". Wij ontwaren in de dwingende song die geen ademruimte laat niets erotisch: "I love you when you cry and your heart swims in your eyes" belooft dan ook weinig goeds, maar misschien zijn wij gewoon te bitter en te cynisch. Het wat magere "Last Song" is geen zwanenzang geworden, zelfs al lonkt het nummer door een alles dominerende en door droefenis geplaagde piano naar deze rol. Weg met alle pijn denkt "Heal It/ Feel It", want het gelooft in de genezende krachten van rock en plukt schaamteloos uit de Britse wave. Als "Ballet Of Art" een laatste gedachte meegeven wil, dan is het geen vrolijke. Krakend en steunend baant de song zich een weg doorheen overheersende piano’s en bevreemdende kreten en ontploffingen. We vermoeden dat dit vuurwerk geen "ooh’s en "aah’s" zal ontlokken.

Eagle*Seagull is niet zozeer het antwoord op Arcade Fire als wel een bastaardnazaat van The Beach Boys, lichte psychedelische rock en aan The Cure verwante new wave. Een ietwat bizarre combinatie die wonderwel werkt en Eagle*Seagull een eigen gezicht geeft, eentje dat twijfelt tussen cynische pathos en ingehouden verdriet. Net zoals wij dus.

E-mailadres Afdrukken