Banner

Flying Horseman

City Same City

8.5
Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 13 oktober 2013

Gebaren van krommenaas. Gretig knikken als een gipsen spaarpot in de vorm van een dankbaar negertje dat net vijftig cent in z’n achterhoofd geramd kreeg (voor onze missies, weet ge nog?). Dwangmatig slikken als een gans met een trechter vol maïspap in z’n strot. Het is helaas vaak het verhaal van deze tijd -- of denkt ge nu echt dat ge al die keuzes allemaal zelf maakt? -- maar als het van Bert Dockx afhangt, wordt de contraire reflex een verplichting die idealiter omgevormd wordt tot een levenskunst. Steeds nadrukkelijker voelt de zingende gitarist immers de drang om de blik naar buiten te richten, heil te zoeken op een terrein waar het persoonlijke een intens verbond aan kan gaan met het gemeenschappelijke, maar waar het nut van het algemene niet afgemeten wordt aan de belangen van zij die de touwtjes in handen hebben en oprechte creativiteit ongehinderd z’n gang kan gaan.

alt

City Same City, zo heet de derde van Flying Horseman. Helemaal in het verlengde van de dualiteit van de titel en de in twee gespleten hoes werd het een dubbelalbum, een plaat met twee gedaanten. Dockx spreekt zelf de taal van ’t Stad, heeft er wortels, vrienden en een band, maar voelt er zich duidelijk ook een vreemde. Het is moeilijk om regels als “a city in cold, cold hands” en “this city needs a helping hand” niet te beschouwen als commentaar op recente verkiezingsuitslagen, maar er is meer dan dat aan de hand. Dockx is geen Pete Seeger of Woody Guthrie, maar laat politiek, persoonlijke ervaring en poëtische verbeelding aan elkaar frutselen, waardoor die stad van de titel zoveel meer wordt dan de belaagde gemeenschap aan de Scheldemonding.

Wordt het de glazen stad van Paul Auster, het labyrint waarin identiteit en realiteit gaandeweg plaats ruimen voor complete waanzin? Is het het Venetië in Nicolas Roegs Don’t Look Now, een raadselachtige, zelfs dreigende metafoor voor een innerlijke verwarring die z’n inwoners geduldig opslokt als een vleesetende plant? Of ligt het wat eenvoudiger? Een modern Sodom dat ten onder gaat aan z’n verwilderde zonden? Dockx lijkt eerder te doelen op een parallelle stad, waarvan de koers soms gelijk loopt met de ‘zichtbare’, maar die soms ook een schizofrene tweespalt in zich draagt. “Don’t you know, when you turn this city upside down, there is another town”, luidt het in “We Are Free”. Dat is dan de wereld van halfhartige belangen, van schaduwmachinerieën die macht, geld en een status quo nastreven door burgers in de pas te laten lopen, in de waan te laten dat de vrijheid van keuze gevrijwaard blijft en een ticket naar geluk biedt. Think again.

Hoe dan ook, het leidt op City Same City tot de meest ambitieuze, mysterieuze en eigenzinnig klinkende plaat van de band. Een weldadig geheel dat song per song misschien niet beter is dan die machtige voorganger (Twist uit 2012), maar tussen de Afrikaans getinte, aan de duimpiano’s van Konono N°1’s herinnerende gitaarklank van opener “City”, tot de majestueuze finale van “Same City”, wel een voluptueus parcours aflegt waarin wordt gerefereerd aan ouder werk, verbeten wordt geknarsetand (het samengaan van knetterend gitaarwerk en engelengezang werd door het sextet nooit zo mooi uitgewerkt als in “We care”), gepredikt wordt met het heilige vuur, naar binnen geplooid, gedroomd en geïmplodeerd. Het gitaarwerk van Warmoeskerken en Dockx is verstrengeld met vanzelfsprekende hechtheid, de ritmesectie Alfredo Bravo (drums) en Mattias Cré (bas) haakt in elkaar met een opvallende souplesse, de synths en backing vocals van Loesje en Martha Maieu krijgen nog meer vrijspel. Meer dan ooit treedt Flying Horseman naar buiten als een band.

Voor elke “Walking” of “Return”, tracks die, eerder dan songs, haast getoonzette klankgedichten zijn, is er zo’n “Lucile”, waarin ritme plots op de voorgrond gestoven komt, of “Sleeping Room”, dat aanvankelijk openbloeit als een ode aan Robert Wyatts universum van galmgeluidjes en zeurende synths, om vervolgens om te slaan naar een wereld die meer gemeen heeft met die van Talk Talk. Of hoe het pulserende “Landlord”, acht minuten hypnose die wordt samengevat met het mantra “paint the walls blue”, van weerwoord voorzien wordt door “We Are Free”, dat een machtige spanning tussen drumslagen en snarenaanslagen verborgen heeft. De auditieve storm die daar ontketend wordt staat op gelijke hoogte met “Wild Eyes”, “Twist” en “Memorial”. Donderende voodoorock die met hulp van producer Koen Gisen, die hier opnieuw een topprestatie leverde, voor verschroeiende intensiteit zorgt.

City Same City had perfect op één schijfje gepast, maar het was een verstandig idee om het materiaal te verdelen over twee helften, want de band tast zo diep dat je, als je enigszins een inspanning levert om hen halverwege tegemoet te treden, haast niet anders kan dan samen met hen een adempauze inlassen. Elke verzameling van zes songs kan gerust als een compleet geheel worden beschouwd. Enkel zo kan een song als “Stories”, die anders wel eens afgedaan zou kunnen worden als een wat doorsnee trage tussen al die epische kanonnen, ook aankomen als een heimelijke rechtse die zich plots openbaart als een loden opdoffer. Ook dat is Flying Horseman. Tederheid en begeestering. Uiteindelijk belanden bij “Same City”, met die huilende, gewrongen gitaren en de sirenenzang van de zussen Maieu, is dan ook een climax zonder weerga.

City Same City laat vooral in z’n ijzersterke aanloop nieuwe geluiden horen, maar is tegelijkertijd ook een bevestiging van én een variatie op de identiteit van de band, een wereld waarin plots opduikende zonnestralen voorzien worden van kanttekeningen. Hoe je die titel, hoes en dualiteit precies moet verklaren is niet eenduidig vast te leggen, daarvoor blijft het allemaal wat ongrijpbaar. Zijn wij (of Bert Dockx & co.) op weg naar of verzand in een proces van verandering, een overgang van A naar B, hebben we te maken met een angst voor verlies of net een plan voor een alternatieve realiteit? Of gaat het om een kwestie van perspectieven, verschillende visies op de werkelijkheid? Net zoals Irène Jacob ontdekte in La Double Vie de Veronique kan het immers ook verleidelijk zijn, en troost bieden, om de wereld in moeilijke tijden te bekijken door een knikker. Zodat hij op z’n kop gaat staan.

Het enigma Flying Horseman biedt geen sluitend antwoord, maar legt er zich tenminste niet bij neer, daarvoor duiken de razernij en het geschonden hart net iets te vaak aan het oppervlak als ontblote zenuwen in een kloppende tweespalt. City Same City vraagt tijd en geduld, maar beloont met een belangeloze vrijgevigheid die haast niet meer van deze tijd is. Slorp het op, gulzig, zonder mate. Trek vervolgens uw eigen stad in, waar het ook mag zijn.

E-mailadres Afdrukken
 
Flying Horseman

Advertentie
Advertentie
Banner

TEST