Banner

Ulcerate

Vermis

8.0
John Cossement - 26 september 2013

Het Nieuw-Zeelandse duo Jemaine Clement en Bret McKenzie, beter bekend onder de naam Flight Of The Conchords -- de twee seizoenen van hun comedyreeks moest u al in huis hebben -- parodieerden er vrolijk op los met r&b, hiphop, folk en pop, maar aan deathmetal hebben ze zich nooit gewaagd. Voor the real stuff moet u bij hun landgenoten van Ulcerate zijn.

De heren uit Auckland hebben een nieuwe plaat uit, bijna tegelijkertijd met het Canadese Gorguts (Colored Sands) en het Amerikaanse Immolation (Kingdom Of Conspiracy), bands die spontaan in een adem met Ulcerate worden vernoemd. Verpulverend, dat waren de drie voorlopers van dit Vermis, de eerste die de kiwi’s bij het prestigieuze Relapse Records mochten maken, ook al; het geluid van een dozijn flatgebouwen die op je kop donderen, maar dan in goede banen geleid door drie deskundige muzikanten.

Eerst een dienstmededeling: vooraleer deze plaat te beluisteren, dient uw hoofd volledig leeg te worden gemaakt. Ga twee kilo Oostendse garnalen pellen, gorgel nog even met wat mondwater en schiet na een relaxerend bad uw kamerjas aan: voorafgaande mentale rust is een must want wat volgt is een ware uitputtingsslag. Ulcerate pakt uit met pletwalsnummers die zelfs een Tibetaanse zenmonnik op tranquillizers van zijn stuk zouden brengen.

Een ongeoefend oor meent een monotone brij te horen; er moet dus door de luisteraar worden geploeterd en gezwoegd, maar de beloning is meer dan royaal. Overrompelende, dissonante gitaren, gestoorde tempowissels, drieste riffsymfonieën, laagjes in de gitaarpartijen die het best onder de koptelefoon tot hun recht komen, dit alles gestut door de buitenaards vaardige drums van bezieler Jamie Saint Merat en zanger-bassist Paul Kelland, die als een boosaardige golem zijn teksten uitbraakt. Het maakt van Ulcerate een eigenzinnige band die garant staat voor een logheid waar toch een enorme dynamiek van uitgaat.

Naast de intro (“Odium”) en het instrumentale “Fall To Opproprium” staan er zeven monolithische blokken van circa zeven minuten op, zeven lappen rauwe deathmetal. Nu eens wordt er majestueus ingezet (“Clutching Revulsion”, dat gaandeweg een slagveld van het kaliber Verdun overschouwt), dan weer atmosferisch (“Weight Of Emptiness”). Andere nummers, zoals “Cessation”, kennen dan weer een ongekende apotheose. Verpozingen binnenin de nummers worden door een ongebreidelde zucht naar energie en entropie genadeloos aan flarden gereten: zo is er in de kolkende stroom van titelnummer “Vermis” geen enkele kans om lucht te happen. Piranha’s hebben bloed geroken, kaaimannen loeren vanop de oevers, water klotst oorverdovend tegen puntige rotsblokken en op het eind wacht een waterval met Niagara-allures.

Dit album voelt als een organisch geheel aan, elk stukje van de puzzel past op deze plaat vol ontwrichtende technische deathmetal, geïnjecteerd met subtiele dosissen post-metal , noise, doom en black metal en met onmiskenbare invloeden van zinvol geweld als Deathspell Omega, Portal of Neurosis. Vermis (Latijn voor ‘worm’) is een aardedonker, hyperintens, ja zelfs mesjogge album geworden dat baadt in een sinister sfeertje. Het ademt een verpletterende tristesse, nostalgie en ontreddering uit, wat niet hoeft niet te verwonderen want met thema’s als isolement, tirannie, politieke inertie en Eva Pauwels spat de walging als strontspetters op het toiletporselein. Vermis gaat de vernieuwing niet uit de weg, klinkt nog onzindelijker en nietsontziender en getuigt van nog meer technisch vernuft dan voorganger The Destroyers Of All.

Inspiratiebronnen voor Vermis zouden volgens Saint Merat gitzwarte films als The Road of Biutiful kunnen zijn. Stelt u zich even voor hoeveel donkerder dit album nog had kunnen worden indien op de Nieuw-Zeelandse staatszender De Grote Sprong werd vertoond.

E-mailadres Afdrukken