Banner

Palms

Palms

6.5
Bart Van Put - 26 juli 2013

Oh my god! Chino Moreno en Isis! Wacht, ik zal het nog eens herhalen: CHINO MORENO EN ISIS! Samen! In één bandje! Dat kan alleen maar gruwelijk fout lopen!

alt

Toen vorig jaar de plannen voor deze (nu ja, ik zal het maar beter nu zeggen, dan zijn we ervan af) superband kwamen bovendrijven, waren we blij verrast, maar niet helemaal sprakeloos. Moreno heeft, naast zijn eigen band Deftones, af en toe eens nood aan een muzikaal uitstapje. Vijf jaar geleden vormde hij al eens een zijproject (onder andere met Zach Hill) onder de noemer Team Sleep, dat ei zo na zijn enige album door Madonna’s platenlabel Maverick in de kluis gedeponeerd zag wegens ‘niet interessant genoeg’. De release van Palms was oorspronkelijk reeds bedoeld voor vorig jaar, maar werd verschillende malen uitgesteld. De schrik zat er dus flink in dat dit ook wel eens een lange bevalling zou kunnen worden. Gelukkig was er Mike Patton’s label Ipecac, dat vroeger reeds alle werk van Isis uitbracht.

Nadat deze laatste er drie jaar geleden onverwacht mee ophield, luidde dat officieus het einde in van de post-metal, het genre waar Isis mee aan de wieg stond. Gitarist Brendan Cliffor Meyer, bassist Jeff Caxide en drummer Aaron Harris lieten echter verstaan nog zin te hebben om samen muziek te maken. Het bleef echter muisstil rond het trio, net zoals rond gitarist Michael Gallagher. Enkel frontman Aaron Turner beleefde een explosie van output met een hele resem projecten, het ene al obscuurder dan het ander.

Maar bon: Meyer, Caxide en Harris dus. Palms, heet de samenwerking met Moreno. Die naam, samen met het artwork van het album, roept niet bepaald een sfeer op die we zouden verwachten van de vroegere muzikale output van deze heren. En inderdaad, in plaats van dreigend onweer en elektriciteit, krijgen we broeierigheid en ozon in de lucht. Het begint al bij de zwoele, elektronische intro van “Future Warrior”, die mooi overgaat in het thema van het nummer. We krijgen de verwachte trage, meanderende gitaren in onze oren gegoten, ondersteund door de o zo herkenbare ritmetandem Harris / Caxide, die nog steeds loopt als een vers geoliede derailleur. Nu de band het moet stellen zonder zware riffleveranciers, heeft Meyer meer vrijheid om zijn meer subtiele spel naar de voorgrond te halen, wat het geheel een ongehoorde, maar aangename lichtheid meegeeft. De uitbarstingen zijn dan ook niet de explosies die we gewend zijn.

”Patagonia” is hiervan een uitstekend voorbeeld, gewoon wegblijven van uithalen, en in het beste geval kiezen voor kleine piekjes. Het legt evenwel de zwakte van Palms bloot. In de zoektocht naar evenwicht en subtiliteit durft de band zich al eens te verliezen in de verder uitdijende geluidsgolven, zonder dat er eens een versnelling hoger geschakeld wordt. Ook Chino Moreno, die wel heel goed bij stem is (altijd eigenlijk), houdt het voor bijna de volledige plaat bij ‘mooi zingen’, af en toe met behulp van een effectje, terwijl hij toch van nature beschikt over een zeer rijk klankenpallet. Die monotonie wiegt je in het begin van de plaat nog in een aangename sluimer, maar naar het einde toe wordt het steeds moeilijker om hieruit te ontwaken.

Maar eerst moeten we nog voorbij het tien minuten durende “Mission Sunset”, het centrale ijkpunt van deze plaat. Het nummer bestaat uit twee delen: het eerste is opgebouwd rond een typische Aaron Harris-beat, die heel langzaam wordt uitgebouwd terwijl de rest van de groep stilletjesaan hun instrument loslaat, net voor alles helemaal te vieren voor de enige échte emotionele uitbarsting van het album, maar wel eentje die je helemaal meesleept. Daarna valt het weer heerlijk stil, om weer van de grond af aan alles op te bouwen. Andermaal kunnen we niet spreken van een echte spanningsboog, maar de wondermooie opbouw leidt naar een zalvende catharsis, met een mooie vrije rol voor het warme basgeluid van Caxide.

Maar dat niveau keert jammer maar helaas niet terug. “Shortwave Radio” moet het hebben van zijn knappe riff en rauwe energie op het einde, maar ziet de aanloop ernaar verwateren door een ongedefinieerde melodie en Moreno die zich van zijn mindere kant laat zien (Goodbyyyyyyye x15). “Tropics” is eerder een klamme ambient-trip dan de spannende koortsdroom die het had kunnen zijn, en afsluiter “Arctic Handshake” begint aanvankelijk op hetzelfde elan als zijn voorganger, maar klinkt effectiever in zijn opzet door de vage, zweverige, lang aangehouden synths, en Moreno die zijn ijlste stem bovenhaalt (”Let Go”) vooraleer het hele nummer in galop schiet, en aangespoord door de drum van Harris samen met de avondzon en klamme hitte aan de horizon verdwijnt.

Het kon bijna niet anders of Palms moest klinken als Isis + Chino Moreno. Dat is uiteraard ook zo, maar toch slaagt het viertal erin om barsten in de muur van herkenning te slaan. Dit is vooral de verdienste van Moreno en Meyer, die de muzikale horizonten verkennen, zonder het veilige anker van de herkenbare, maar nog steeds verschrikkelijk knappe ritmesectie te verlaten. Het maakt van Palms vooral een heel móóie plaat, die bij momenten niet minder dan indrukwekkend is, maar ook kan opgaan in sonisch gemeander, en zo focus en consistentie verliest. Dat is enerzijds jammer, maar we onthouden toch vooral dat de feniks die uit de as van Isis herrijst een prachtwezen kan worden.

E-mailadres Afdrukken
 
Palms

Advertentie

TEST