Banner

Quat Quartet

Live At Hasselt

8.0
Guy Peters - 21 mei 2013

Kunstencentrum BELGIE (Hasselt) geraakt dankzij z’n voortrekkersrol, sterke programmatie i.s.m. Motives For Jazz, en de medewerking van opname-expert Michel Huon steeds meer bekend op het internationale improvisatieplatform. Na recente live albums van het Tarfala Trio (de 2LP Syzygy) en Evan Parkers Electro-Acoustic Ensemble (het droog getitelde Hasselt), is er nu alweer een opname uit midden-Limburg op de markt te vinden (en er is nog op komst!). En opnieuw kunnen we spreken van een topper.

Er was op 18 juni 2011 dan ook mooi volk over de vloer gekomen, vier muzikanten die daags ervoor voor het eerst een podium deelden in Antwerpen en daar al grote indruk maakten. Hoewel pianist Fred Van Hove nooit echt van het toneel verdwenen was, leek het in 2011 alsof hij een comeback maakte. Dat gebeurde dan ook in een bijzondere context, geflankeerd door de twee generaties jongere vibrafoniste Els Vandeweyer en percussionisten Martin Blume en Paul Lovens, twee kleppers die intussen ook al een goedgevulde carrière meedraaien in de hogere regionen van de vrije improvisatie.

En het lijkt ook wel alsof Van Hove sindsdien wat meer in the picture staat. Zo stond hij later dat jaar op het Follow The Sound festival aan de zijde van Ikue Mori en Maja Ratkje (en mocht hij het jaar erna nog eens terugkeren), en was hij te vinden op het podium van Jazz Middelheim met een internationaal octet met kleppers als Peter Brötzmann, Evan Parker en Ken Vandermark. Recent kon je hem intussen ook terugvinden in het door Bert Dockx samengestelde ‘A Track’-parcours in het Concertgebouw van Brugge. En maar goed ook, want er zit duidelijk nog geen sleet op de creativiteit en onmiskenbare speelstijl van de pianist.

Zelfs een oppervlakkige beluistering van Live At Hasselt bevestigt al het goede dat we destijds in het goedgevulde zaaltje hoorden: deze vier muzikanten stonden samen te spelen alsof ze dat al jaren deden, met prikkels en uitdagingen op overschot, maar dat zonder al te dominante ego’s of goedkope krachtpatserijen. De sfeer die over dit uurtje hangt, is er dan ook een van complementariteit, veel meer dan van frictie of concurrentie. Dat hoeft niet te betekenen dat er geen uitdaging of al te vriendelijke omgang in vervat zit, maar de artiesten voelen duidelijk niet de behoefte om met veel poeha indruk te maken en laten de muziek voor zich spreken.

Die muziek is bij momenten een zeer abstract en haast onontwarbaar kluwen van ideeën, waarbij Van Hove en Vandeweyer elkaar nu eens vinden in gelijkaardige resonanties, maar net zo vaak parallelle paadjes bewandelen die doen denken aan verhitte discussies die net niet ontsporen. Dat beide muzikanten ook een stijl hanteren die tot ver buiten de grenzen van het conventionele gaat, maakt ook een verschil. Van Hove’s lyriek, maar ook zijn vermogen om tussen te komen met bruuske interventies, wordt nog eens aangevuld door zijn gevoel voor dosering, terwijl dit ook een concert was waarvoor Vandeweyer haar intussen befaamde extended techniques kon bovenhalen, rommelend met potjes en kettingen, spelend met gepimpte handschoentjes. Dit ging zo veel verder dan eens een strijkstok bovenhalen voor wat dromerige resonanties.

Dan heb je natuurlijk nog die percussionisten. Geen geweldenaars, maar obsessieve knutselaars, schilders van textuur en ritme, voortdurend in de weer met containerparkrommel: potjes, kommetjes en schaaltjes, wat dan weer leidt tot een excentrieke, steeds in beweging blijvende ondergrond van tikkende, ruisende en ratelende klanken. Ook vaak goed voor pure nervositeit, maar net zo goed een aanloop naar meeslepende pracht, zoals in het derde titelloze stuk, waarin Van Hove opduikt met zijn accordeon en de improvisatie prachtig uitgeleide doet. Een geweldig idee dat destijds, en nu weer, de ademhaling doet verstommen. Het kortere slotstuk komt daarna een beetje als een nagedachte, maar vormt door zijn iets compactere lengte een knappe bonus na drie taaiere stukken.

Kortom: het was een revelatie om de peetvader van de Vlaamse improvisatie in de weer te horen met een van de meest getalenteerde muzikanten van de jongere generatie. In het bijzijn van twee extra zwaargewichten werd het een performance die liefhebbers van de vrije improvisatie niet aan zich voorbij mochten laten gaan en nu gelukkig opnieuw beluisterd kan worden. Het is dan ook een beetje jammer, die wat lullige taalfout in de titel.

Vrijdag 24/5 spelen Van Hove en Vandeweyer een duoconcert in De Singer (Rijkevorsel). Op donderdag 19/9 staat het Quat Quartet in het Dommelhof (Neerpelt), voor een concert van JazzCase.

E-mailadres Afdrukken
 
Archief Geert Vandepoele