Banner

Goes & De Gasten

Veur ’t zelfste geld

7.5
Sven De Potter - foto's: Kelly Valencia y Ramos - 18 april 2013

"Een chroniqueur van het leven", lezen we in de biografie bij Veur ’t zelfste geld, de laatste worp van Goes & De Gasten. Een stelling die we na een paar luisterbeurten alleen maar kunnen bijtreden. Met deze nieuwe plaat nestelt Michel Goessens zich mooi tussen Vlaanderens finest, in de leemte tussen Berlaen en Kowlier.

Veur ’t zelfste geld is het eerste wapenfeit van Goes & De Gasten, althans onder die naam. Goessens was bij het brede publiek al ietwat bekend als Aardvark en later als Aardvark & De Zandmannen. Met Goes & De Gasten kiest hij resoluut voor een eigen smoel, en laat hij zich voor de tweede keer begeleiden door een band die uitblinkt in "spelen wat hoort".

Veur ’t zelfste geld, een productie van HT Roberts, verschijnt op hetzelfde moment dat The Broken Circle Breakdown-band het Vlaamse hinterland met een stevige portie bluegrass injecteert. Country, lapsteel, dobro, de harde lessen van de liefde en het leven; Vlaanderen heeft Americana en all things country sinds kort stevig aan de boezem gedrukt. Dat Goes & De Gasten meeprofiteert van die belangstelling vinden we maar normaal.

Wie een beetje vertrouwd is met het leven achter de deuren van la Flandre Profonde, vindt in Veur ’t zelfste geld een geschikte soundtrack. Goessens plukt zijn onderwerpen uit het leven van alledag, zingt over al wat des mensen is. Hij componeert fotografisch (het woord cliché is hier wel op zijn plaats, Goessens is nu eenmaal ook fotograaf) over wortelen en erwtjes met kotelet op zondag, Sparta-pils in het dorpscafé, heilige devotie en kaarsen branden en overspel-onder-de-kerktoren. Onderwerpen die hij mooi vertaalt naar spaarzaam opgebouwde pareltjes Vlaamse dorpsblues (uit Sleidingse grond) met Americana echo’s zoals banjo, lapsteel en slide-guitar. Stond Goessens wieg in Austin, Texas, hij was ongetwijfeld op een trein gesprongen, de hobo’s achterna into the great wide open, om verhalen te sprokkelen. En hij was er ongetwijfeld ook op Tom Waits, Steve Earle, Townes Van Zandt en Blaze Foley gebotst.

Maar Goessens is geen Amerikaan, ook al lijkt zijn portret op dat van een oude geluk- of goudzoeker die zich ergens diep in het zuiden van de VS teruggetrokken heeft. Sleidinge is Amerika niet. Zelfs niet met een café als de Miami in de buurt. Veur ’t zelfste geld grossiert in het soort verhalen waar ook Iedereen Beroemd en Man Bijt Hond groot mee geworden zijn. In het Sleins bezingt Goessens mannen als "De jongsten van Laroy", een snoever die de wereld kent, sterke verhalen vertelt, rondjes geeft, de plaatselijke schonen met een vette knipoog in de kont knijpt, maar enkel "ne vent" is binnen de grenzen van zijn eigen dorp.

Goessens balanceert mooi op het slappe koord tussen drama en humor en serveert ogenschijnlijk tongue-in-cheek anekdotes met weerhaken. Zoals in "We komen wel af", dat gaat over "geen tijd" hebben om je zieke moeder te bezoeken en pas op haar begrafenis beseffen dat ze je dat kwalijk neemt. Er is namelijk geen koffietafel. Goessens zet de luisteraar graag op het verkeerde been door lichtvoetige arrangementen te laten botsen met rake en soms pijnlijk herkenbare teksten. "Van au gedroomd" is zo’n poëtische ode aan de vriendschap waarin hij vaststelt dat zijn beste maat ("op onze rug in ’t ges/aan de kant van de gracht/onze eersten Sprint gerookt/flesse Martini gekraakt") nog enkel in zijn dromen opduikt. Nostalgisch, ja, maar niet zeemzoet of stroperig. In "Congé Payé", in de sfeer van Meuris’ en Papermouths Route Nationale, zien we de full-colour polaroids van vader-in-korte-broek, de tent op het bagagerek van de auto, klaar om de exotiek van Frankrijk te ontdekken. Een naïviteit die we voorgoed verloren lijken te zijn.
Herkenbaar, breekbaar, oprecht, ... Goessens songs doen wat ze moeten doen en halen even onze voet van het gaspedaal. Wie tijd heeft om te luisteren, hoort meer.

E-mailadres Afdrukken