Banner

Going

I

7.0
Jurgen Boel - 12 maart 2013

Dat de klassieke rockformatie gitaar-bas-drum al lang niet meer zaligmakend is, behoeft geen verdere commentaar. De talloze groepen die net in uitgebreidere of minimalere bezetting werken zijn niet te tellen, al blijven ook hier bepaalde combinaties de voorkeur genieten boven andere. Het geeft echter geen keer zich hierop blind te staren, want zonder goede songs is zelfs de meest exotische samenstelling niet meer dan een mislukt experiment.

Wat dat betreft, hoeft het Belgische Going zich vooralsnog geen zorgen te maken. Want ook al trekt de groep in de eerste plaats de aandacht door zijn ongewone bezetting van twee drummers en twee pianisten/orgel- en keyboardspelers, het zijn wel degelijk de songs zelf die de bands debuutplaat I meerdere luisterbeurten ontlokt. Uiteraard brengt de aparte samenstelling bepaalde keurslijven en beperkingen met zich mee (hier geen vlotte popsongs), al biedt het net zo goed kansen en mogelijkheden die andere groepen niet hebben of zien (wie zichzelf beperkt, dwingt zichzelf immers ook creatief te zijn). En ook al wordt het experiment op dit debuut nog voorzichtig en behoedzaam aangepakt, de meerwaarde is wel degelijk aanwezig.

”Iri” start veelbelovend met rommelende geluiden die overgaan in heldere bellen die overstag gaan wanneer niet alleen nieuwe orgelklanken zich aanbieden, maar ook de drums een solide basis neerleggen. Echo’s naar obscure jaren tachtig horror- en sc-fi-flicks zijn nooit ver weg, met een speciale vermelding voor John Carpenter uiteraard. Vreemd genoeg laten de nochtans geschoolde muzikanten enkele malen op een storende manier het ritme vallen (doelbewust ongetwijfeld) en dat dreigt de vaart van het nummer te verbreken. Het is een kleine smet op een song die zich in zijn tweede helft evenzeer weet te bewijzen door opnieuw voor tegendraadse ritmes te kiezen die ditmaal wel passen binnen de zee van geluiden.

Nu de toon gezet is, kan er moeiteloos overgeschakeld worden naar “Mynd”, een op tribaal echoënde beats voortbordurend nummer dat de keyboards/orgel de teugels laat vieren in een dronken wals. “Pral” heeft -- nog meer dan de vorige songs -- een duidelijke voorkeur voor een afgemeten ritme waarboven de vrije klanken van keyboards en aanverwanten zweven kunnen. De onderhuidse dreiging die in het bijzonder van de drums uitstraalt, vindt een “partner in crime” in de keyboards die opteren voor een glazen geluid. Van een geheel andere orde is het “afsluitende” (van de eerste plaathelft wel te verstaan) “Fara” dat zich als een nukkige motor op gang trekt en met een gestage, trage gang verder sleept. Het contrast tussen de “slome” drums en speelse orgels weet helaas niet over de hele lijn te overtuigen, al blijft het doel van de band wel herkenbaar.

De tweede plaathelft opent met het knappe “Nagpapatuloy” dat zich duidelijk fan verklaart van de kosmische jaren zeventig en via het toetsenwerk zowel lome baslijnen als buitenruimtelijke melodielijnen. De standvastige beats zorgen zowel voor een houvast als een tegendraads antwoord dat zich bij een te bewuste beluistering opdringt, maar zich binnen een totaalervaring uitstekend van zijn taak kwijt. Het korte, dreigend slepende “Ag Dul” houdt het bij louter keyboards en vormt de perfecte brug naar het uitbundigere “Skal” dat de drums “vrije loop” laat en zich van een meer jazzy kant toont . Het is de enige song waarin de drums echt op de voorgrond treden en de nochtans energieke keyboards naar het achterplan weten te dwingen. Opvallend genoeg is het ook het enige nummer waarin de meerwaarde van twee drummers pas echt uitgespeeld wordt en de band voluit zichzelf durft te zijn.

I is duidelijk schatplichtig aan de jaren zeventig met in het bijzonder kosmische muziek en oude horror- en science fictionsoundtracks, zij het dat Going minder rechtstreeks dan pakweg Köhn naar het tijdperk en genre knipoogt. Toch weet de groep zich te weinig uit een opgelegd keurslijf te wringen waardoor het potentieel van de bezetting slechts in “Skal” echt tot zijn recht komt. I is daardoor geen plaat geworden die een zelfbewuste beluistering voluit doorstaat, al is dat laatste niet vreemd aan het genre op zich. Wie evenwel bereid is mee te gaan in de atmosfeer die Going creëert, kan in het album een wonderbaarlijke trip vinden die bovenal laat horen waartoe de groep in staat is, op voorwaarde dat hij echt bereid is de teugels te laten vieren.

I is uitgebracht op 500 exemplaren en kan onder meer via de website van het label besteld worden.

E-mailadres Afdrukken